Warmbloedige raps

cd hiphop

Q-Tip:The Renaissance ****

Rapper Q-Tip uit New York maakt hiphop waar je in weg kunt kruipen. Dat deed hij bijna twintig jaar geleden met A Tribe Called Quest, de legendarische rapgroep waarmee hij een paar van de meest frisse, kleurrijke en muzikaal vooruitstrevende hiphopalbums van de jaren negentig opnam. En dat doe hij als soloartiest, nu hij bijna tien jaar na zijn solodebuut Amplified voor het eerst weer een officieel album uitbrengt, het optimistisch getitelde The Renaissance, dat in de Verenigde Staten verscheen op de dag dat Barack Obama tot president werd gekozen.

Eind vorig jaar brachten rappers Common, Lupe Fiasco, producer Pharrell Williams en Busta Rhymes nog een muzikaal eerbetoon aan A Tribe Called Quest op de nostalgische muziekzender VH1 maar Q-Tip klinkt op dit soloalbum bij vlagen hongerig als een debutant. De met zijn behaaglijk warme stem vertolkte raps zijn twinkelend en vol leven; een doorontwikkelde, verfijnde variant van de goedmoedige, ongedwongen stijl zoals die in de begindagen in een cipher – een kring rappers – op de stoep ontstond. Hij is de bevlogen oldschoolrapper die ontspannen vingerknippend in een schemerige nachtclub lichtvoetig de liefde en het leven doorneemt.

Het zijn heerlijk knisperende, warmbloedige hiphopnummers die vaak naadloos in elkaar overgaan, met stevige strakke drums en volle, stuwende baslijnen. In Gettin’ Up vult Q-Tip het stevige ritme aan met een soulsample van Black Ivory, terwijl hij zijn geliefde opwarmt: „We could start a clan just like the Kennedy’s.” In Johnny Is Dead begeleiden kort echoënde elektrische pianoakkoorden en een diep brommende bas hem, terwijl hij kort ingaat op hiphopcriticasters die „zonder empathie” zijn cultuur aanvallen: “We got to take care of ours.”

Soms zou je willen dat Phife Dawg, de andere rapper van A Tribe Called Quest, even langskwam om de warme stem van Q-Tip van een wat rauwere balans te voorzien. De enige gastartiesten zijn soulvolle vocalisten. Zoals de door merg en been snijdende soulzang van D’Angelo in Believe en Raphael Saadiq in We Fight/ We Love, over een vrouw die in haar huwelijk vecht voor liefde en een Amerikaanse soldaat die broederschap zoekt in het leger („it’s cheaper than college”) en in Irak zoekt naar massavernietigingswapens en zijn ziel, die hij er allebei niet vindt.

Het is een korte maatschappijkritische noot op een album dat zelfs in nummers over liefdesstrubbeling en overleden vrienden nog overwegend positief klinkt. Q-Tip wil vooral met ons proosten op de mooie dingen uit het verleden en heden. Het antwoord op de ooit door hemzelf gestelde vraag „Can he kick it?” is nog steeds een ronkend: „Yes he can.”