VS blijven nog 3 jaar - in principe

Over drie jaar is het Amerikaanse leger weg uit Irak. Dat bepaalt tenminste het troepenakkoord dat gisteren door het Iraakse parlement werd aangenomen.

Voor het eerst is er een limiet aan het verblijf van het Amerikaanse leger in Irak. Iedereen moet vóór 1 januari 2012 uit het hele land weg zijn – in principe. Ook krijgen de Iraakse autoriteiten medezeggenschap over militaire operaties.

Na een jaar onderhandelen tussen de twee regeringen, en nog tien dagen koehandel in Bagdad met dwarsliggende partijen, keurde het Iraakse parlement gisteren het akkoord goed dat de voorwaarden voor de Amerikaanse militaire aanwezigheid regelt. Als de Iraakse presidentiële raad het niet alsnog met een veto treft, wordt het Status of Forces Agreement (SOFA) 1 januari 2009 van kracht. Dan loopt het huidige VN-mandaat voor de buitenlandse troepen in Irak af. Het Amerikaanse Congres wordt niets gevraagd, omdat dat bij een zogeheten ‘uitvoerende overeenkomst’ niet hoeft.

Om de indruk van een Iraakse consensus te wekken, moest het belangrijkste sunnitische blok in het parlement tot een ja-stem worden verlokt voordat de parlementsleden deze week massaal vertrekken op de jaarlijkse pelgrimstocht naar Mekka. De zeer invloedrijke shi’itische geestelijk leider grootayatollah Ali Sistani had gedreigd anders zijn steun aan het akkoord te onthouden.

Dat zou de positie van de twee grote shi’itische establishment-partijen, die samen met hun Koerdische coalitiepartners het akkoord steunden, in de provinciale verkiezingen op 31 januari aanzienlijk hebben verzwakt. Met name in het shi’itische deel van het land bestaat weinig enthousiasme over de Amerikaanse presentie en de populistische shi’itische geestelijke Muqtada Sadr, fel tegen het akkoord, staat te popelen om de shi’itische stemmen te oogsten. De Koerden houden later in het jaar hun eigen verkiezingen.

De shi’itische en Koerdische regeringspartijen, die samen een kleine meerderheid hebben in het parlement, stemden daarom op het laatste moment in met diverse sunnitische eisen (die ze eerst als chantage hadden verketterd). Zo kregen de sunnieten de toezegging van hervormingen en een referendum over het troepenakkoord, dat op 30 juli zal worden gehouden. Hoe een eventuele nee-stem moet worden opgelost, ziet iedereen later wel weer. Iraakse politici gaan altijd soepel met de werkelijkheid om. De grondwet voorziet niet eens in de mogelijkheid van een referendum.

Amerikaanse politici en generaals en Iraakse ministers hadden het parlement de afgelopen weken onder zware druk gezet om het troepenakkoord goed te keuren. Generaal Ray Odierno, commandant van de Amerikaanse troepen in Irak, waarschuwde Bagdad vorige maand volgens Amerikaanse kranten dat Washington 16 miljard dollar aan hulp zou blokkeren als het akkoord niet tijdig werd goedgekeurd. Premier Maliki joeg weifelende parlementsleden angst aan met de uitspraak dat zijn regering de onmiddellijke terugtrekking van alle 150.000 Amerikaanse militairen zou kunnen eisen, ook al zijn de Iraakse troepen nog niet in staat, zei hij, voor de veiligheid van het land te zorgen. Minister van Defensie Abdul Qader al-Obeidi speelde in op de huidige nieuws-piek over piraten met de waarschuwing dat zeerovers de Iraakse olie-export in de Golf zouden belagen als het Amerikaanse leger Irak moet verlaten.

Maar de Amerikanen blijven. Sommige Amerikaanse functionarissen en Congresleden hebben gewaarschuwd dat de concessies die nodig zijn geweest om de Irakezen over de streep te trekken zonder precedent en ongewenst zijn, zoals de gezamenlijke operationele controle over Amerikaanse legeroperaties. Maar anderen wezen erop – fluisterend om Iraakse tegenstanders geen munitie te verschaffen – dat veel passages voor diverse interpretaties vatbaar zijn. Zie het verbod om vanaf Iraaks grondgebied aanvallen te lanceren op doelen in buurlanden, een artikel dat vorige maand op aandringen van Irak is aangescherpt na de Amerikaanse gewapende actie in Syrië. Dat zou kunnen worden omzeild op grond van het recht op zelfverdediging, dat elders in het akkoord staat vermeld.

Zo is de mogelijkheid van vervolging van Amerikaanse militairen en civiel personeel van het Pentagon, waarop de Iraakse onderhandelaars om redenen van nationale soevereiniteit hadden gehamerd, dusdanig ingekleed dat daadwerkelijke bestraffing in Irak zo goed als uitgesloten is. In de eerste plaats gaat het alleen om vervolging van zware, opzettelijke misdrijven die zijn gepleegd buiten kazernes en in vrije tijd. Arrestanten moeten binnen 24 uur aan de Amerikaanse autoriteiten worden overgedragen en hun berechting zal vervolgens verlopen volgens een procedure die nog door een gemeenschappelijke commissie moet worden uitgewerkt. Buitenlandse contractanten, dus ook Amerikaanse, vallen wel zonder meer onder Iraaks recht.

De Amerikaanse militaire autoriteiten haasten zich intussen bewijsmateriaal te verzamelen tegen dat deel van hun 16.000 Iraakse gevangenen dat zij te gevaarlijk achten om vrij te laten. Als de Iraakse autoriteiten hun materiaal accepteren, worden dezen vervolgd. De rest komt volgens het akkoord vrij omdat het Amerikaanse leger na 31 december niemand meer mag vasthouden zonder aanklacht. Brigade-generaal David Quantock, commandant van het Amerikaanse detentiesysteem in Irak, zei deze week tegen persbureau AP dat er slechts tegen „een paar honderd” van de gevaarlijkste gevangenen bewijs is.

Aan de andere kant – volgens het betreffende artikel moeten de resterende gevangenen „op een veilige en ordelijke manier” worden vrijgelaten, „tenzij anders verzocht door de regering van Irak”. Ook hier biedt de tekst dus heel wat ruimte voor creatieve oplossingen. En wat betreft de Amerikaanse terugtrekking: de Iraakse regering kan natuurlijk desgewenst een nieuw akkoord sluiten over een langer verblijf.