Tragische held? Een enge macho!

‘Een wereld valt uiteen’ wordt gezien als een afrekening met het kolonialisme. Onjuist, Achebe verzet zich tegen het tribalisme, aldus Elsbeth Etty in het slotstuk.

Een standaardreactie op Een wereld valt uiteen van Chinua Achebe is dat dit boek de vernietiging van een respectabele cultuur als gevolg van overwoekering door ‘westerse waarden’ laat zien. Daarbij wordt gedoeld op het type waarden dat de filosoof Hans Achterhuis in de boekenbijlage van 24 oktober bestempelde als ‘een ideologie die gebruikt wordt om ons mensbeeld aan anderen op te leggen.’ Exit de Universele verklaring voor de Rechten van de Mens. Voor vrouwenrechten blijkt Achterhuis inmiddels gelukkig een uitzondering te maken: ‘Op dit punt is cultuurrelativisme niet tolerabel. Overigens dacht ik hier vroeger anders over; toen heb ik geschreven dat vrouwen in andere culturen een heel eigen plek hadden.’

Hoe zit het in Een wereld valt uiteen met de botsing tussen universele rechten – van vrouwen in dit geval – en de tradities van de clan? Het is heel wel mogelijk Achebes debuut uit 1958 op te vatten als een aanklacht tegen de tribale waarden en normen van de hoofdpersoon Okonkwo, al ben ik nog geen enkele bijdrage tegengekomen waarin deze zienswijze doorklinkt en waarin Okonkwo als tiran wordt veroordeeld.

Vrijwel iedereen leeft juist enorm met Okonkwo mee. ‘Meneer Okonkwo, dat zijn wij’, schreef Vamba Sherif. Wie bedoelt hij? ‘Wij mannen’? Ik kan mij niet voorstellen dat er ontwikkelde mannen bestaan die zich met deze zwakbegaafde ellendeling kunnen vereenzelvigen. Als vrouw lukt dat mij sowieso niet en heus niet omdat Okonkwo een man is, want zijn gevoelige muzikale vader heeft wél mijn sympathie.

Met de vrouwen in Een wereld valt uiteen kon ik mij evenmin identificeren. Wie kan zich verplaatsen in een koe? Okonkwo heeft drie koeien, sorry vrouwen. Zij baren en zogen zijn kinderen, brengen hem iedere dag in optocht zijn eten en laten zich mishandelen wanneer hem dat uitkomt. Okonkwo, een spierbundel zonder hersens, is een karikatuur, het prototype van de macho.

Ik denk dat Achebe hem expres zo heeft neergezet. Als Bas Heijne de uitbeelding van Okonkwo een ‘literaire daad van verzet’ noemt, heeft hij vermoedelijk gelijk, maar niet omdat Achebe ons laat meevoelen met de door hem gepersonifieerde ‘onmacht van een ieder die zijn vertrouwde wereld uiteen ziet vallen, van de man die zijn greep op zijn familie verliest, van de moedige strijder die gevloerd wordt door omstandigheden die hij niet kon voorzien.’ Voor sommige mensen (slaven, vrouwen, mishandelde kinderen) kan het namelijk een zegen zijn als hun vertrouwde wereld uiteenvalt zodat zij kunnen ontsnappen aan – om met Achterhuis te spreken – ‘hun heel eigen plek’

Vanuit die optiek is Een wereld valt uiteen inderdaad een literaire vorm van verzet, echter niet tegen het kolonialisme maar tegen het tribalisme. Het is aannemelijk dat Achebe vooral de zegenrijke kant van de uiteenvallende tribale wereld heeft willen tonen. Niet voor niets ligt zijn voorkeur overduidelijk bij Okonkwo’s oudste zoon Nwoye, die zich aansluit bij de blanke missionarissen van wie hij lezen en schrijven leert. Dat Okonkwo hem daarom verstoot, is helemaal geen drama. Integendeel: Achebe legt de nadruk ligt op het verheffende karakter van de komst van de witte missionarissen. Nadat Okonkwo zelfmoord heeft gepleegd, keert Nwoye naar huis terug om de rest van de familie te bekeren, lees: te bevrijden.

Achebe betoonde zich anno 1958 dus een pleitbezorger van universele vrijheden, óók voor vrouwen. Mannen die zich niet kunnen voorstellen dat vrouwen mensen zijn, aan mannen gelijkwaardige wezens, maakt hij niet voor niets bij herhaling belachelijk: ‘„De wereld is groot,” zei Okonkwo. „Ik heb zelfs gehoord dat bij sommige stammen iemands kinderen van zijn vrouw en haar familie zijn.” „Dat is onmogelijk,” zei Machi. „Dan kan je net zo goed zeggen dat de vrouw op de man ligt als ze de kinderen aan het maken zijn”.’

Bas Heijne schrijft: ‘De strijder Okonkwo is een tragische held pur sang, die oprecht probeert te leven volgens de morele wetten waarin hij gelooft – maar die op een gegeven moment niet meer door zijn omgeving gedeeld worden.’ Hij ziet over het hoofd dat Okonkwo de morele wetten van zijn clan juist schendt. In de jaarlijkse ‘Vredesweek’ veroorzaakt hij een schandaal door zijn jongste vrouw te mishandelen, wat door de hele clan als ‘ongehoord’ wordt beschouwd. Ook de geweerschoten die hij zonder aanleiding lost op zijn eerste vrouw, worden door Achebe niet beschreven als handelen naar een morele wet, maar als de daad van een ontoerekeningsvatbare gek.

Als kritiek op de tribale Ibo-samenleving kan ik Een wereld valt uiteen appreciëren, als literair werk valt deze houterig geschreven en door louter karikaturen bevolkte roman me echter zwaar tegen. Het zou kunnen dat de slordige Nederlandse uitgave, waarin ook het aan Yeats ontleende motto ontbreekt, hier debet aan is. Zinnen als: ‘Een vage kilte had hem bevangen en zijn hoofd had lijken opzwellen als [… ], ‘Okonkwo schudde twijfelachtig zijn hoofd’ en ‘ze maakten een paar bekeringen’, moeten de vertaler worden aangewreven en niet de om zijn ‘taalvernieuwing’ geprezen Achebe.