Terreur is loon van wanbestuur

De Indiase overheid heeft de aanslagen niet zien aankomen, ook al hebben ze maanden voorbereiding gevergd. Mijn land dreigt een weke staat te worden, schrijft Mobashar Akbar.

In de meeste steden van Zuid-Azië, verborgen onder het vuil en de verwaarlozing van de extreme armoede, bevindt zich een klein-Somalië dat wacht om tot uitbarsting te komen en de staat te besmetten. Deze onderwereld, bevolkt en gevoed door misdadigers die een enorme zwarte-markteconomie bestieren, heeft in Mumbai een gemeenschap gekweekt die de grootste minachting heeft voor de staat, omdat ze weet dat haar voortbestaan afhangt van de corrupte politie. Als ondergronds magma is deze onderwereld nu uitgebarsten in de straten van Mumbai.

Omdat de bewoners van deze onderwereld geen patriottisme of ethiek kennen, zijn ze eenvoudig te verleiden tot een bondgenootschap met terroristen, vooral als ze reden hebben om zich gekrenkt te voelen. In Mumbai zijn dit voor een groot deel moslims aan wie de afgelopen vijftig jaar geen ruimte in de officiële economie werd gegund en die sterke gevestigde belangen hebben ontwikkeld.

De details over het geweld in Mumbai, waar terroristen meer dan 100 mensen hebben gedood, zijn deels nog onbekend. Maar we weten al wel dat minstens 30 man, gewapend met AK47-geweren en handgranaten, het financiële- en zakencentrum van India hebben gegijzeld, en dat het doelwit zowel Indiërs als buitenlanders, met name Amerikanen en Britten, waren. Het ligt voor de hand dat deze operatie vanuit Pakistan is opgezet door de Lashkar e Tauba, een terreurorganisatie die steunt op de wrok tegen het seculiere India en die drijft op schimmige Pakistaanse organisaties en steun van de straat.

Maar te midden van de bloedige en dramatische gebeurtenissen zou ons weleens een belangrijk element van het verhaal kunnen ontgaan. De aanslagen vormden een operatie die maanden voorbereiding moet hebben gevergd: er zijn serieuze wapens ingezet, er is een klein leger gemobiliseerd, er zijn doelen bestudeerd, er is transport geregeld en er zijn zwakke punten vastgesteld. Er is een aanvalsplan beraamd waarbij honderden mensen betrokken waren en toch heeft de enorme infrastructuur van de Indiase overheid niets ontdekt.

Het hoofd van de Indiase anti-terreurbrigade, Hemant Karkare (die bij de nachtelijke veldslagen het leven heeft verloren), ontving een doodsbedreiging uit de naburige stad Pune, maar zijn eigen eenheid nam niet de moeite om deze te onderzoeken omdat ze de handen vol had aan spelletjes namens haar politieke bazen. De terroristen hebben meer bescherming gekregen dankzij zelfgenoegzaamheid en politiek dan ze ooit door verzwijging of verdoezeling hadden kunnen krijgen.

De aanslagen betekenen dan ook meer dan mislukt politiewerk. Ze betekenen een failliet bestuur; ze zijn het loon van wanbestuur en politiek ambtsmisbruik.

India is een taai land. Laat niemand zich daar illusies over maken. Het heeft zich teweergesteld tegen moslimterroristen in Kashmir, sikh-terroristen in Punjab, christelijke terroristen in Nagaland en hindoe-terroristen in Assam en door het hele land. Het begrijpt dat we de zonden van enkelen niet de hele gemeenschap kunnen verwijten.

Maar onder machteloos bestuur, vooral de afgelopen drie jaar, loopt India het gevaar om te verworden tot een weke staat. In plaats van internationaal de leiding te nemen in de mondiale oorlog tegen het terrorisme, vervalt het in de wanhoop van een eeuwig slachtoffer. Wat betreft het jaarlijkse aantal doden bij terreuraanslagen heeft India immers alleen Irak maar voor zich.

Drie jaar geleden zei de Indiase premier Manmohan Singh in Delhi nogal zelfvoldaan tegen president George W. Bush dat de Indiase moslims bij geen enkele terreurdaad betrokken waren. Oftewel dat de integratie van de moslims in de Indiase maatschappij een succesverhaal was. Ook de moslims, wilde Singh maar zeggen, hebben baat bij de verdiensten van de democratie, een conclusie die Bush graag herhaalde. Maar geen terrorist liet zich door Singh iets wijsmaken, en sommigen van hen hebben zijn zelffelicitatie misschien wel als een uitdaging tot handelen opgevat.

Ik ben Indiër en moslim, en beide tot mijn trots. Net als elke Indiër ben ik vandaag kwaad, teleurgesteld en ontmoedigd. Ik ben kwaad omdat Mumbai is overvallen door de verschrikkingen van de oorlog. Ik ben teleurgesteld door het onvermogen van mijn overheid in Mumbai en Delhi, die doof is voor de angst van mijn medeburgers. En ik ben ontmoedigd door de schade die is toegebracht aan het idee van India.

Mobashar Jawed Akbar is oud-parlementslid in India en was adviseur van de overleden premier Rajiv Gandhi. Hij is oprichter van The Asian Age en verbonden aan de Asia Society.