Mumbai zoekt naar zijn veerkracht

In Mumbai bleven veel mensen vandaag nog uit voorzorg thuis. De veiligheidsdiensten hebben immers nog niet alle terroristen uitgeschakeld.

Schroothandelaar Ansar Saudagar (38) zat woensdagavond op het centraal station in Mumbai te wachten op de laatste trein naar zijn woonplaats Pune. Ineens werd er geschoten vanaf het tegenoverliggende perron. Iedereen rende in paniek weg, Ansar Saudagar ook. Maar hij werd van achteren geraakt in zijn rechteronderbeen. En nu ligt hij op een grote zaal op de eerste verdieping in het Gokuldar Tejpal ziekenhuis in de Indiase metropool. Hij heeft gezelschap van nog dertien slachtoffers van de terreuraanvallen van deze week.

Ansar zal nog een tijdje het bed moeten houden. De kogel zit nog in zijn been. Die moet operatief worden verwijderd.

Veel werknemers van kantoren bleven vandaag uit voorzorg maar thuis. Nog niet alle terroristen zijn uitgeschakeld en vandaag waren er steeds schotenwisselingen en explosies te horen in het centrum van de stad. Maar de aandelenbeurs, het financiële hart van India, wilde niet wachten met het hervatten van het gewone leven. Vanochtend om tien uur opende de beurs de deuren weer, na een dag gesloten te zijn geweest.

Beurshandelaar Janak Dalal (57), die komt aanwandelen met zijn zwarte aktetas onder de arm, vindt dat een goede zaak. „We moeten laten zien dat we niet bang zijn”, zegt hij.

„Natuurlijk, de terroristen zijn er gedeeltelijk in geslaagd paniek te zaaien. Door hun aanvallen op de hotels zal het toerisme worden afgeschrikt. Maar Mumbai zal veerkracht tonen.”

Janak Dalal denkt dat de meeste terroristen afkomstig zijn uit Pakistan, en dat een Pakistaanse terreurorganisatie de aanvallen heeft beraamd. Een van zijn collega's weet wel zeker dat álle terroristen uit Pakistan komen.

Ze hebben vanochtend in de kranten kunnen lezen dat de daders vermoedelijk in de buurt van de Pakistaanse havenstad Karachi een trawler hebben gehuurd, zogenaamd om te gaan vissen. Daarmee zijn ze naar Mumbai gevaren, en voor de kust zijn ze overgestapt in kleinere bootjes om aan land te gaan, wordt vermoed.

Gisteren sprak premier Manmohan Singh in een toespraak tot de natie over „goed geplande en goed georkestreerde aanvallen, waarschijnlijk met buitenlandse verbindingen”. Als een Pakistaanse rol wordt aangetoond, moet rekening worden gehouden met verslechterende relaties. „We zullen onze buurlanden heel duidelijk maken dat het gebruik van hun grondgebied voor het lanceren van aanvallen op ons niet zal worden getolereerd”, zei de premier.

[Vervolg Mumbai: pagina 5]

Mumbai

‘De terroristen mogen niet winnen’

[Vervolg van pagina 1] Aandelenmakelaar Janak Dalal en zijn collega voor de beurs van Mumbai nemen de harde woorden van premier Mahmohan Singh met een korreltje zout. Ook over de belofte dat de terreurbestrijding nu snel en ingrijpend zal worden verbeterd, onder andere door de oprichting van een Federal Investigation Agency, heeft hij grote twijfels. „We hebben geen vertrouwen in onze politici”, zegt hij.

Terreurbestrijding in een metropool als Mumbai levert surrealistische beelden op. Afgelopen nacht, toen er nog steeds mensen werden gegijzeld in het beroemde Taj Mahal Hotel, bubbelden oranje vlammetjes op van het dak. Maar handelaar Ayub Khan (44) kon er de schoonheid niet van inzien. Stil keek hij toe. „Twee van mijn broers waren in het hotel toen de terroristen binnenkwamen. Ik weet niet hoe ze er aan toe zijn.”

Een neef belde het mobiele nummer van een van zijn broers, en kreeg een van de terroristen aan de lijn. „Als je wilt weten hoe het met je vader is, kom je hier maar langs”, had die dreigend gezegd.

Ayub Khan zegt niet te weten waar de aanvallers vandaan komen. Dan, alsof hij zich moet verontschuldigen, zegt hij met zachte stem onder de sterrenhemel: „Ik ben ook een moslim.”

Vanochtend, toen de zon zich net had vertoond boven zee, waren de rookpluimpjes boven het Taj Mahal Hotel grijs en blauw. Brandweerlieden die werkeloos moeten toekijken omdat het sein ‘veilig’ nog niet was gegeven, hadden stukken karton op straat gelegd om een dutje te kunnen doen. Luid gesnurk weerklonk naast een rode brandweerauto, terwijl een man en een vrouw zoals elke dag hun hondjes uitlieten, en elkaar goedemorgen wensten.

Ook zakenman S. Sajdeh (67) maakt een ochtendwandelingetje, in korte broek en met witte gymschoenen aan. Hij woont op nog geen steenworp afstand van het Taj Mahal Hotel, maar hij is niet geïntimideerd door de gebeurtenissen van de afgelopen dagen, zegt hij. „We mogen de terroristen niet laten winnen”, zegt hij net als beurshandelaar Janak Dal. „Natuurlijk maakt dit indruk. Maar het normale leven zal spoedig terugkeren.”

Sajdehs optimisme heeft misschien te maken met zijn bedrijf. Hij importeert tweedehandskleding, alleen al 500 ton in de maand uit Nederland, zegt hij. De gesorteerde, gewassen en verstelde kleren verkoopt hij vervolgens weer, vooral in Afrika.

„We zitten aan de onderkant van de markt. De huidige financiële crisis in de wereld betekent voor mij juist dat de zaken aantrekken.”

Ongeveer tien minuten lopen naar het zuiden, voorbij een met plastic zakken bezaaid visserstrandje waar een aantal zwaarbewapende terroristen woensdagavond zouden hebben aangemeerd voor hun dodelijke missie, begint een volkswijk met nauwe steegjes. Daar staat ook het Nariman House, waarin een joods centrum is gevestigd en waarin zich nog een onbekend aantal terroristen en gijzelaars bevindt.

Plotseling weerklinken ratelend geweervuur en granaatexplosies. Een legerhelikopter heeft net een aantal commando’s op het dak laten zakken. Mensen verdringen zich op kruispunten om een goed uitzicht te krijgen op de gebeurtenissen.

„Het wordt toch niks vandaag”, zegt een jongen die het rolluik voor zijn sieradenwinkeltje laat zakken. De meeste andere middenstanders in de straat hebben hun zaakjes gesloten. Alleen groente ligt nog uitgestald.

Een oudere vrouw die armbanden verkoopt, heeft de luiken voor haar winkel half open laten staan. Ze zit op een stoel en kijkt televisie. Daarop zijn de bewegingen van de soldaten op het dak van het Nariman House, zo’n driehonderd meter verderop, beter te volgen dan achter de afzetting, buiten op straat.

Bereidwillig duwt ze luiken iets verder open, zodat we mee kunnen kijken. Dan begint het schieten opnieuw en volgt een harde klap.

„Ik word hier ziek van”, zegt ze, en ze zwijgt weer.

Dezelfde televisie verspreidde later in de middag het (valse) gerucht dat er weer gewapende terroristen op straat rondliepen. Daarop sloten vrijwel alle winkels en kantoren in het centrum van Mumbai hun deuren, en gingen de kantoorklerken die wel waren komen opdagen snel op huis aan.