Lucretius en Plasterk

Piet Schrijvers, vertaler van het leerdicht De rerum natura (Boeken 21.11. 08), verwijt Ronald Plasterk dat deze in het debat over creationisme en `intelligent design` niet verwees naar Lucretius` voorstelling van zaken. Dat verwijt houdt geen steek: Schrijvers zelf ziet namelijk over het hoofd dat aan Lucretius` theorie het molecuulbegrip ontbreekt. Dat is Nederlands erfgoed: het werd, zo tussen 1612 en 1620, uitgedacht door de Zeeuw Isaac Beeckman die het nota bene baseerde op Lucretius` leerdicht (en Galenus` vier elementen). Plasterk was vroeger moleculair bioloog en zou zich in die hoedanigheid wél aangesproken moeten voelen. Beeckman had namelijk geen problemen met een Scheppingsverhaal. Zijn vier atoomsoorten (Aarde, Water, Lucht en Vuur) zijn `gewoon` uit het niets geschapen, conform de eeuwenoude `ex nihilo` traditie. Iets vergelijkbaars geldt voor de fysicus Maxwell. Deze wist - in 1870-1873, als antwoord op Darwins Origin of Species - aannemelijk te maken dat alle moleculen door God geschapen zijn. In het licht van sterren had men namelijk de spectraallijnen van onder andere moleculair waterstof gevonden, lijnen die op dezelfde plaats stonden als die van op aarde gemaakt waterstofgas. Dat sterrenlicht was miljoenen jaren onderweg geweest, wist men al, en kennelijk al die tijd niet veranderd. Moleculen zijn kennelijk onveranderlijk. Daar moest God wel de hand in hebben gehad Wellicht ten overvloede: geschapen (atomen en/of) moleculen en evolutie op hoger niveau sluiten elkaar natuurlijk niet uit.