Lekker door het station slenteren kan niet meer

Waar winden stedelingen zich over op? In Leiden stuiten treinreizigers op een glazen wand, ter verhoging van de „sociale veiligheid”. Een „Berlijnse muur”, vindt de architect.

Twee mannen lopen op het Centraal Station. Plotseling worden ze aangesproken door een man die zich voorstelt als de locatiemanager van het station. „Mag ik u vragen wat u aan het doen bent?”, begint hij. „U bent aan het rondlopen, met papieren in de hand en aan het schrijven, en omdat wij alert zijn op terrorisme, willen we weten wat de bedoeling is.”

Verbaasd kijken de mannen om zich heen. Zij waren de verslaggever aan het uitleggen wat er niet deugt aan de verbouwing van het Leidse station. De ene man is Harry Reijnders, voormalig bouwmeester van de Nederlandse Spoorwegen en architect van het in 1995 opgeleverde station. Hij is boos dat NS ruim een jaar geleden zo „hondsbrutaal” is geweest om zonder gemeentelijke bouwvergunning bij de ingangen glazen wanden neer te zetten met hinderlijke poortjes die straks alleen nog te passeren zijn voor reizigers in het bezit van een ov-chipkaart.

„Een Berlijnse Muur”, zegt de architect. Tenietgedaan is zijn „voor alle Leidenaren aantrekkelijke en veilige passage” tussen stad- en zeezijde, tussen centrum en onder meer het Leids Universitair Medisch Centrum. Al even „woedend” is de architect over de verbouwing van de winkels in het station, buiten hem om, die er onder meer toe heeft geleid dat de toiletgroep is „weggepropt” in een hogergelegen bagagetunnel, en kaartjes moeten worden gekocht bij automaten die buiten staan, in het volle zicht van onverlaten die kunnen meekijken welke pincodes er worden ingetoetst.

„Laat controleurs deze reizigers beschermen in plaats van ons aan te spreken”, zegt de architect.

De andere man op het Leidse station is Jos Posthuma, voormalig fractieleider van GroenLinks in de Leidse gemeenteraad. Hij zat anderhalf jaar geleden vijf uur in de politiecel, nadat hij in deze stationshal was opgepakt wegens lokaalvredebreuk bij het verzamelen van handtekeningen tegen de plaatsing van de poortjes. De rechter sprak hem vrij van lokaalvredebreuk, vertelt Posthuma, aangezien het station moet worden beschouwd als publiek domein, een „open ruimte waar men een krantje kan kopen, een kroketje kan eten en naar het toilet kan gaan”.

Posthuma heeft de vraag van de locatiemanager van het station gehoord. Hij trekt de wenkbrauwen op en buigt zich naar hem toe. „Wat geeft u het recht om ons verantwoording te vragen over wat wij hier doen? Ik ben hier ooit opgepakt omdat ik niets anders deed dan handtekeningen verzamelen en dat is geoorloofd in de publieke ruimte.” De locatiemanager: „O, was u dat?” Jos Posthuma: „Ja. En weet u dat de rechter heeft bepaald dat dit publiek domein is? Dat betekent dat wij ons hier vrij kunnen bewegen en vrijheid van meningsuiting hebben.”

De locatiemanager begrijpt dat hij misschien de verkeerde personen heeft aangesproken, bovendien in gezelschap van een journalist, en gaat weg. „Ik vind dit héél bijzonder”, zegt Posthuma dan. „Vroeger kwam er een stationschef met een pet op je af om te vragen of alles naar wens was. Nu word je door een onherkenbare persoon aangesproken als potentiële terrorist.”

De glazen wand met toegangspoortjes staat er nu anderhalf jaar, in afwachting van de ov-chipkaart. „We hebben de poortjes daar gezet omdat het volgens de brandweer de enige geschikte plaats is”, zegt een woordvoerder van NS. Plaatsing op de perrons kan bij grote drukte leiden tot gebrekkige doorstroming en tot het risico dat mensen de rails op worden geduwd. „De poortjes werken op de perrons als een trechter.” Verder dient de glazen wand ook het „klantgemak”, want overstappende reizigers zouden de poortjes op de perrons meermaals moeten passeren, aldus de woordvoerder. „Dat is hinderlijk.”

De gemeente Leiden vindt dat de poortjes weg moeten. Wethouder John Steegh (GroenLinks): „Er is in onze gemeenteraad núl steun voor de poortjes. Wij willen met NS afspraken over een andere oplossing. Ze zijn zonder bouwvergunning neergezet. Wij willen de doorgang graag openhouden. De stationshal hoort een openbare ruimte te zijn, onder meer als route van en naar het centrum voor al die duizenden mensen die in het ziekenhuis werken. De plaatsing van de poortjes staat haaks op wat mensen gewend zijn.”

NS geeft vooralsnog niet toe. Weliswaar heeft directeur Bert Meerstadt de architect een excuusbrief gestuurd wegens het „gebrek aan beschaving” dat deze niet is ingelicht over de verbouwing. Maar verder is de glazen wand toch echt nodig om de „sociale veiligheid” op het station te vergroten en het zwartrijden tegen te gaan, aldus een woordvoerder. En als Leidenaren zonder chipkaart het station graag willen gebruiken als route tussen twee stadsdelen, dan kunnen zij zich melden bij NS. „Wij willen omwonenden op een of andere manier een passagerecht verlenen.”