Klassieke procedés gemoderniseerd

Geen groter verschil dan tussen André Manuel en Pieter Derks, die in het afgelopen weekeinde op twee achtereenvolgende avonden in première gingen met hun nieuwe voorstelling. Manuel is 42, speelt zijn elfde programma en is nog onverminderd ongenuanceerd, maar schiet wel vaak raak. Hij maakt verzetscabaret, waarin hij snerpend en sardonisch als advocaat van de duivel optreedt en zichzelf onomwonden betitelt als „een links artiest die daarvoor uitkomt”. Derks is 24, speelt zijn tweede programma en toont zich een bedreven entertainer die met liedjes en conferences in een amusementstraditie staat. Manuel is uitgesproken bozig, terwijl Derks wel wordt verweten dat hij te braaf is.

Maar als braaf of niet braaf al een criterium voor een cabaretier zou zijn – zo lang hij maar vermakelijk is, zou ik denken – dan nog lijkt me dat voor Pieter Derks een onzinnig verwijt. Als hij braaf is, geldt dat misschien voor de klassieke vorm van zijn optreden. En niet voor de inhoud. Neem zo’n opmerking over de huidige realiteit op internet: „Je kunt wel naar ikbengeil.nl, maar je kunt niet naar ikbeneenzaam.nl. Nou ja, je kúnt wel naar ikbeneenzaam.nl, maar dan kom je tóch weer op ikbengeil.nl.” Dat is meer dan een braaf of oppervlakkig grapje.

Een van de vermakelijkste nummers in Derks’ programma Waan is een conference waarin hij zichzelf een dagelijks leven toedicht volgens de reclameclichés, met blij ravottende kinderen in de tuin, een vrouw die voortdurend met dienbladen vol lekkers uit de keuken komt en een causaal verband tussen Nutella en geluk. Vrolijke onzin, die onherroepelijk doet denken aan een conference uit 1971, waarin Wim Sonneveld zijn dagelijks leven beschreef in de taal van de Ster-reclame: „Ik ontwaakte uit mijn modern slaapcomfort. Ik had lichte hoofdpijn, dus ik nam de pijnstiller die de maag ontziet. Op het tapijt dat geen duimbreed toegeeft, begaf ik mij naar de badkamer en ontstak de lamp met het unieke lichtvenster...” Exact hetzelfde procedé dus, maar door Derks doeltreffend gemoderniseerd en daarom geen plagiaat. Eerder een verrassend nieuwe variant op een klassiek thema.

Het gebeurt trouwens ook wel eens dat de werkelijkheid het cabaret inhaalt. In het vorige week verschenen boek Wij mogen alles zeggen, waarin criticus Patrick van den Hanenberg de levendige (en lezenswaardige) geschiedenis van de cabaretgroep Don Quishocking beschrijft, staat deze grap uit 1985, geïnspireerd door de toen hoogst actuele discussie over identificatieplicht en privacy: „Ach, het is toch heerlijk als je met de trein naar Haarlem wilt, dat je op het Centraal Station je visitekaartje in de automaat stopt, in Haarlem nog een keer, en dat dan de ritprijs automatisch van je giro wordt afgeschreven?” Het publiek lachte, aldus Van den Hanenberg. We moeten dus aannemen dat dit toen echt grappig was, volgens de beproefde cabarettechniek van de tot het uiterste doorgeredeneerde consequentie.

Cabaretier noch publiek kon vermoeden dat dit 23 jaar later geen grap meer zou zijn, maar gewoon het systeem van de ov-chipkaart.