Kijk! Een modellenwedstrijd in Ghana

Documentairemaker Renzo Martens leerde Afrikaanse fotografen menselijk leed lucratief te fotograferen.

Waarom verkoopt dat beter dan foto’s van bruiloften?

Het documentairefestival IDFA opende dit jaar met Episode 3 van Renzo Martens. In zijn documentaire betoogt Martens dat armoede de grootste rijkdom van Afrika is. Lokale fotografen moeten foto’s van uitgehongerde kinderen aan het Westen verkopen in plaats van foto’s van feesten en partijen aan de lokale markt. Daarmee zouden ze immers veel meer verdienen.

Waarom verkopen de fotografen geen foto’s van feesten en partijen aan het Westen? Het is goed dat er aandacht is voor alle negatieve gebeurtenissen in Afrika, maar dit werelddeel heeft ook recht op aandacht voor zijn positieve kanten.

Ons beeld van het continent is grotendeels afhankelijk van de verhalen die journalisten uit Afrika meenemen. Die werken echter volgens het principe: goed nieuws is geen nieuws. Omdat Afrika moeilijk te bereizen is, worden de meeste verhalen geschreven aan de bar van het Hilton hotel in een hoofdstad. Slechts weinig journalisten komen in het dorpje aan het einde van een zeven uur durende reis over een hobbelweg. In sommige landen leeft driekwart van de bevolking in harmonie met de natuur op het platteland, terwijl de journalisten aan de bar hun verhalen schrijven over AIDS-weeskinderen, kinderarbeid, sloppenwijken en corruptie in de hoofdstad.

Misschien zeggen die negatieve clichébeelden over Afrika ook iets over onszelf, zoals je uit de Griekse reisverhalen van Herodotos evenveel te weten komt van de prototypische Griek, dan van de verre volken die hij beschrijft.

De armoede van Afrika bijvoorbeeld, waar de kranten mee vol staan, is dat misschien ook een teken van de Westerse obsessie met geld? In Afrika kenmerkt een hoge status zich door het verdelen van rijkdom. Bij ons heeft juist het accumuleren van geld een hoge status. Wij kunnen ons trouwens ook niet voorstellen dat je zonder koelkast, magnetron of televisie gelukkig kunt zijn. Toen ik in Ghana vertelde dat wij elektrische tandenborstels hebben dachten ze dat wij allemaal gek waren geworden.

Van oudsher worden Afrikanen als goedlachs afgeschilderd, denk maar aan de vrolijke grappenmaker Zwarte Piet. Is dat wellicht een indicatie dat wij te somber zijn in het westen? Hier zijn relatief veel mensen depressief, en degenen die niet depressief zijn zouden misschien ook wel wat vaker kunnen lachen.

Wat je op straat ook regelmatig hoort beweren is dat Afrikanen werkschuw zijn. Is dat een gevolg van onze eigen preoccupatie met ons werk? RSI, burn-out en stress nemen bij ons inmiddels epidemische vormen aan. Wie weet moeten wij wel wat meer tijd vrijmaken voor andere dingen dan werk. Niemand verzucht immers op zijn sterfbed: ‘Was ik toch maar wat vaker op de zaak geweest....’

Een ander Westers cliché is dat van de onverschillige Afrikaan. Geeft dat aan dat wij zelf teveel ‘controlfreaks’ zijn? In Ghana zien de mensen wel of de bus gaat, in Nederland hebben we een dienstregeling van minuut tot minuut. Toch zijn er ook dingen die we niet onder controle hebben. Ook wij worden soms ziek en er komt voor ons allemaal een moment dat we doodgaan. Dat hebben we niet in de hand. Omdat we controlfreaks zijn kunnen we slecht omgaan met de dood. In Afrika hoort de dood bij het leven. De meeste ouders hebben wel een kind verloren en veel ouders meer dan één. Hoewel daar natuurlijk ook verdriet over is, gaat het leven door, er zijn nog acht monden te voeden.

In grote delen van Afrika zijn begrafenissen van ouderen de belangrijkste sociale gebeurtenissen. Er komen veel mensen die cadeaus meenemen voor familieleden. Er wordt muziek gemaakt, gedanst en gedronken, vaak de hele nacht door. Ze vieren het leven dat iemand heeft gehad en tegelijk het verdriet dat iemand er niet meer is. De dood hoort bij het leven, maar dat willen wij soms niet accepteren.

De bijgelovigheid van de Afrikaan waarover vaak neerbuigend wordt gedaan, is dat de pendant van ons secularisme? In Ghana vraagt niemand zich af waarom zijn kind ziek is of waarom zijn oom is gestorven: God wilde het zo; het boze oog heeft het gedaan of een heks zit erachter.

In Ghana kent men geen zingevingsproblematiek. Wat de mensen hier op aarde doen is duidelijk. Kinderen krijgen. Sinds de ontkerkelijking hebben wij vooral vragen, zij hebben vooral antwoorden. En dat is, zelfs al zouden de antwoorden niet waar zijn, misschien wel veel prettiger.

In de koloniale tijd zag het Westen Afrika als primitief, wild en onbeschaafd. Wellicht is het Westen te veel gecultiveerd? Bij ons moeten er eerst drie rondjes geserveerd zijn voordat iemand zich op de dansvloer waagt, terwijl je in Ghana geen muziek kan draaien of er beginnen mensen te dansen. Zijn onze driften teveel opgesloten? Zijn daarom zoveel mensen onder behandeling van een psycholoog? En hoezo onbeschaafd? Afrika is gastvrij, in Ghana hoor ik de hele dag ‘white man, you are welcome!’ Ongeveer het tegenovergestelde van wat de meeste Ghanezen hier ervaren.

In Afrika zijn veel problemen. Het is belangrijk dat daar aandacht voor is en als we daar iets aan kunnen doen moeten we dat zeker doen. Toch zijn er ook veel mooie dingen in Afrika. Er is geen bio-industrie, er zijn geen bejaardentehuizen, de lucht is schoon, de natuur niet vervuild, er is vrije tijd en er wordt gelachen.

Voor alle positieve dingen zou meer aandacht moeten zijn. Gelukkig zijn er nu ook ngo’s die zich ten doel hebben gesteld het negatieve beeld van Afrika bij te stellen. Zo heeft bijvoorbeeld Africa Interactive ruim 300 camjo’s (camerajournalisten) in 34 landen uitgerust met een mobiele telefoon waarmee ze videorapportages doorsturen uit de binnenlanden van Afrika. Uit de sloppenwijken komen rapportages over straatfeesten en voetbaltoernooien. Er zijn videodocumentaires van een modellenwedstrijd op het Ghanese platteland en een feestelijke opening van het visseizoen in Kameroen.

Het is beter om deze positieve berichten aan het westen te verkopen dan foto’s van ellende, zoals Martens voorstelt. Deze interesse in de positieve kanten van Afrika kan ons namelijk veel goeds brengen.

Wellicht worden binnenkort de eerste Afrikaanse ontwikkelingsorganisaties opgericht die Nederlanders helpen om om te gaan met depressie, stress en zingevingsproblemen. Zij kunnen ons leren om weer te genieten van het leven. In Afrika draait het namelijk om het leven, en niet om de dood zoals wij wel eens denken.

David van Bodegom (30) werkt als arts-onderzoeker in Ghana. In een polygame samenleving in de onderontwikkelde noordelijke grensstreek met Togo en Burkina Faso onderzoekt hij de invloed van verschillende familieverbanden op de overleving en gezondheid van kinderen.

Bekijk mobiele reportages van de camjo’s op africanews.com.