Hoogleraar hekelt verloedering notariaat

Het notarisambt verloedert. Dat stelt Martin Jan van Mourik, die vandaag afscheid neemt als hoogleraar notarieel en privaatrecht aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Onafhankelijkheid en onpartijdigheid dreigen nogal eens te bezwijken onder druk van de vastgoedsector, vindt hij. Van Mourik spreekt van „ethische aftakeling”.

De sinds 1999 toegestane marktwerking binnen het notariaat is een gevaar voor de beroepsuitoefening, betoogt Van Mourik. Een notaris is volgens hem tegenwoordig meer ondernemer dan dienaar van de rechtsorde. Van Mourik: „Een notaris dient deugden van moed, wijsheid, rechtvaardigheid en matigheid te praktiseren, maar de tarievenslag leidt ertoe dat hij de ethiek uit het oog verliest.”

Van Mourik was van 1975 tot 1987 hoogleraar notarieel recht aan de Rijksuniversiteit Leiden. In 1987 werd hij hoogleraar notarieel en privaatrecht aan de Radboud Universiteit en van 1989 tot 2006 werkte hij ook als notaris in Nijmegen. De vertrekkend hoogleraar bekritiseert de „materialistische platvloersheid” en het „perverse” declaratiegedrag van bepaalde notarissen. „Op een leugentje meer of minder wordt niet gekeken. De wijze waarop op sommige kantoren met het schrijven van uren en de tarieven wordt omgesprongen, is tenhemelschreiend.”

Erna Kortlang, voorzitter van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB) is het „pertinent met Van Mourik oneens”. Zij erkent dat er notarissen zijn die niet goed omgaan met de regels – dat speelt volgens haar met name in de vastgoedsector – maar Kortlang benadrukt dat het om „rotte appels” gaat. „Ik deel Van Mouriks bezorgdheid, maar je kunt dus niet stellen dat het héle vak niet deugt.”

Binnen het notariaat zijn de afgelopen jaren diverse maatregelen getroffen om de mores goed te houden, zegt de KNB-voorzitter. Zo is er sinds kort verplichte intercollegiale toetsing; notarissen bezoeken kantoren en kunnen dossiers inzien.