Het medium van de weemoed

Ergens in mijn boekenkast, verstopt achter de Nederlandse schrijvers met een ‘k’ (Kneppelhout, Komrij), bevindt zich een envelop met polaroidfoto’s. Drie series zijn het, elk van een andere vriendin uit het verleden, van voor 1982. De foto’s zijn niet echt pornografisch, maar pikant genoeg om niet te laten slingeren. Toch ben ik die envelop vijftien jaar kwijt geweest en hebben de polaroids zonder mij een wereldreis gemaakt.

Ik had de envelop meegenomen toen ik in 1982 naar Moskou verhuisde, maar toen ik in 1987 terugging naar Nederland leek het me geen goed idee de polaroids aan inspectie door de Sovjet-douane te onderwerpen. Die was namelijk nogal gebeten op transport van verboden zaken, en ‘pornografie’ viel daar onder. Over wat ‘pornografie’ was, had die douane heel aparte opvattingen. Zoals je merkte wanneer op het vliegveld van Moskou de douaniers de schaar zetten in het ernstige weekblad Der Spiegel, omdat zij in een advertentie voor zelfbouwsauna's een minuscuul bloot plaatje hadden gevonden.

Dus gaf ik de envelop aan een bevriende diplomaat. Diplomaten zijn immers gevrijwaard van douanecontrole. Bij gelegenheid zou hij de envelop mee naar Nederland nemen. Maar spoedig daarna verzeilde ik in een echtscheiding en mijn vriend, zoals vrienden soms doen, trok ferm partij voor mijn ex-gade en wilde met mij niets meer te maken hebben. Niet echt een context waarin je gaat zeuren over gewaagde foto’s van vroegere vriendinnen.

Ik vergat de polaroids eigenlijk. Ik dacht alleen nog aan ze wanneer ik vernam dat mijn vriend de diplomaat weer eens was overgeplaatst: van Moskou naar Jakarta naar Johannesburg. Maar op een dag, nu zes jaar geleden, kwam ik hem bij toeval in Den Haag op straat tegen. ‘Heb je niet nog wat van me’, vroeg ik na een ongemakkelijke begroeting. We zijn de polaroids meteen in zijn tijdelijke woning gaan ophalen. Er was haast bij – over twee dagen vertrok hij naar Ottawa.

Die avond zat ik met meer dan 15 jaar oude polaroids in mijn handen – een melancholische ervaring. En niet alleen vanwege die aantrekkelijke rondingen, die alle eens voor mij het middelpunt van het heelal vormden, en waarvan ik nu niet meer weet waar ze wonen.

Nee, het medium polaroid zelf droeg ook zeker bij tot mijn weemoed. Kennelijk nodigt de polaroid uit tot enscenering, want elke serie is in feite een komisch verkleedpartijtje: met een bontjas, een hoedje, suggestief gebruik van lippenstift. Ze verkleuren ook zo teder en vervagen, net als je herinnering aan de geportretteerde. En voelen prettig aan: een polaroid is geen papiertje maar een dikkig pakketje, gevuld met duistere chemicaliën – net als een vrouw eigenlijk. Aan die sensualiteit kan een gewone fotoprint niet tippen, om over de harde schijf nog maar te zwijgen.

Met weemoed moet je zuinig zijn, dus sinds die avond heb ik de polaroids achter de ‘k’ gelaten, om verder te vervagen. Toch is het een prettig idee dat ze terug zijn waar ze horen, bij mij. En dat ze nergens anders zijn. Van elke polaroid is er immers maar één.

Toekomstige generaties kunnen zo’n avontuur niet beleven: het laatste uur van de polaroid heeft geslagen. In dit Cultureel Supplement nemen we afscheid van een romantische episode uit de geschiedenis van de fotografie.