Een groot huis, twee auto's, maar geen baan meer

Als ’s werelds grootste autofabrikant General Motors geen staatssteun krijgt en omvalt, heeft dat zijn weerslag op de hele economie. Zie Janesville, waar deze Kerst een SUV-fabriek van GM dichtgaat.

Nog niet zo lang geleden was iedereen welkom in de oudste en grootste General Motors-fabriek van Amerika. Elke belangstellende kon twaalf keer per week de hallen bewonderen waar 600 robots elke 62 seconden een SUV-terreinwagen voor in de stad afleverden.

En nog steeds staat er bij de ingang van het uitgestrekte complex een bord dat de rondleidingen aankondigt. Maar in de praktijk is het GM-terrein allang gesloten voor de liefhebbers. Dat is al zo sinds bekend werd dat de fabriek op 23 december zijn deuren sluit.

Dan mogen ook de 2.600 werknemers de fabriek niet meer in. De Grote Depressie, een Wereldoorlog en twee oliecrises heeft de fabriek nog overleefd, maar de combinatie van de kredietcrisis, een wereldwijde economische neergang en een tanende belangstelling voor SUV’s is Janesville te veel geworden.

Sinds begin jaren negentig werden in Janesville 3,8 miljoen SUV’s gebouwd. In de jaren negentig waren deze slagschepen nog dé grote winstmaker van GM. Wat betekent de sluiting voor de werknemers, de lokale economie en de stad? En is het lot van het stadje Janesville in de staat Wisconsin een voorbode voor wat de rest van de Amerikaanse economie te wachten staat als gebeurt wat tot voor kort nog voor onmogelijk werd gehouden: een faillissement van de grootste autofabrikant ter wereld.

De Amerikaanse autofabrikanten zeggen in acute geldnood te zitten. De overheid moet ze met miljarden steunen, anders vallen ze om. Volgens de Grote Drie uit Detroit (naast GM ook Chrysler en Ford) zou dat 3 miljoen banen kosten en tienduizenden bedrijven in de problemen brengen. De branche zelf zegt dat een op de tien Amerikanen direct of indirect afhankelijk is van de autosector.

Om 5.48 uur is het in de fabriek in Janesville nog donker. Dat tijdstip is het exacte moment dat de eerste ploeg van de dag hier gewoonlijk aantreedt. Binnen knipperen rode en groene lampen, maar de enige auto’s op de immense parkeerplaats zijn de zes die er al uren staan. Gisteren was de Amerikaanse feestdag Thanksgiving, een goede aanleiding om de fabriek de hele week dicht te houden. Zo verlaten is het hier straks elke dag.

Aan de andere kant van het terrein, in een oude vestiging van McDonald’s, zit restaurant Eagle Inn. Hier zitten Jen, Barb, Mel, Phil, Paul, Don, Fred, Marge en Dale bij elkaar. Hun leeftijden lopen uiteen van 58 tot 82. Sommigen komen hier al twintig jaar, de groep komt hier vijf keer per week voor koffie en gebak. De vrienden vormen een redelijke dwarsdoorsnede van deze middenklassegemeente van 60.000 inwoners.

De een is gepensioneerde van Allied, een transportbedrijf dat de SUV’s van het merk Chevrolet Suburban uit de fabriek naar de dealer bracht, de ander werkt als klerk op de rechtbank en een derde moet om zijn inkomen aan te vullen op zijn 72ste zes uur per dag kleine bestellingen afhandelen voor een plasticbedrijf. Veertien auto’s hebben ze samen: slechts een daarvan is niet-Amerikaans. Een Toyota. Zo gek is dat niet: de Grote Drie uit Detroit bieden hun voertuigen in deze streek al jaren met forse kortingen aan. Op dit moment krijg je bij een pick-uptruck de tweede er zelfs gratis bij.

Op geen enkele andere plek in de staat Wisconsin verdienen fabriekswerknemers zo goed als hier, wat wel resulteert in een lager dan gemiddeld opleidingsniveau van de inwoners. Waarom zou je immers doorleren? Als General Motors volgende maand het stadje verlaat, blijven duizenden ongeschoold achter. „Maar wel met een groot huis, twee auto’s, twee boten, een skimotor en al die rotzooi”, zegt Mel. „En dus, voordat je het doorhebt, met forse schulden.”

Mel de loodgieter blijft lachen: „Ook in een slechte economie raken er wc’s verstopt.” Barb de klerk: „Het aantal vergrijpen is in een jaar met eenderde gestegen: veel GM’ers zijn gewend dat ze alles kunnen kopen, nu pakken ze het maar.” En Marge uit het ziekenhuis: „Alleen hier wonen is al depressief makend, en dat zien we aan onze patiënten.”

Voor alle anderen geldt dat ze zware tijden doormaken. De oudsten zien de waarde van hun aan de beurskoersen gekoppelde pensioenen slinken. Het kost ze moeite het hoge prijsniveau in de stad bij te houden. „In deze stad is alles gebaseerd op wat ze bij GM verdienden”, zegt Barbara. Generous Motors wordt het bedrijf wel genoemd. Vakbond UAW wist het jaarsalaris van een lopendebandwerknemer in Janesville bijvoorbeeld op te krikken tot 54.000 dollar (42.000 euro) en de GM’ers die straks werkloos zijn, krijgen van het bedrijf en de vakbond samen de komende twee jaar 95 procent van hun laatste inkomen doorbetaald. Tenzij heel GM bankroet gaat. Dan verandert alles.

Hun financiële problemen zijn dus voor de iets langere termijn, zegt directeur Douglas Venable van het Economic Development Agency van Janesville. Zie waar hij op het gemeentehuis mee te maken krijgt, en het wordt duidelijk dat GM’s fabriekssluiting niet alleen GM-personeel treft.

Venable kan het banenverlies bij de toeleveranciers uit zijn hoofd opsommen. Lear, de leverancier van autostoelen, had 850 werknemers, en heeft er met de Kerst nog nul. LSI, een logistiek bedrijf dat auto-onderdelen van het magazijn naar de fabriek vervoerde, gaat van 350 naar nul. SSI, producent van sensoren voor stuursystemen en autosloten gaat van 300 naar 20. En Allied, die auto’s naar dealers bracht, heeft al 100 van de 150 mensen ontslagen. Alle ontslagen samen, inclusief die bij GM, betekenen dat 350 miljoen dollar aan salarissen volgend jaar niet meer uitbetaald wordt in Janesville, en op termijn dus ook niet meer uitgegeven wordt in de stad.

Vlakbij het gemeentehuis zit de Sizzlin’ Grill. De diner komt zo uit de film: formica tafels, een lange bar met krukken op glanzende poten en buitenstaanders worden met de voor het middenwesten van Amerika gebruikelijke achterdocht bejegend. De lokale radiozender WJVL 99.9 staat op, een diskjockey probeert op zijn manier de economie aan te jagen: „Keep shopping, people.”

Aan tafel zitten twee Bills: Simmons en Madden. De laatste Bill is tussenpersoon, maar verkoopt al een jaar steeds minder autoverzekeringen. De eerste Bill werkte bij GM en ging op zijn 56ste met pensioen. „Hoe zijn we in deze rotzooi terechtgekomen?” vraagt de verzekeringsagent. „Door de hoge benzineprijzen.” „Maar die zijn alweer met de helft gedaald. Waarom worden er dan toch geen auto’s verkocht?” „Volgens mij ging het mis toen we autobedrijven van buiten in Amerika toelieten.”

Het is niet eenvoudig in Janesville iemand te vinden die tegen staatssteun is. Zelfs de overheid is nu welkom om de auto-industrie in leven te houden. Simmons, die onder meer een decennium in de plaatwerkerij stond, wordt er „goed droevig” van. „Denk eens aan al die mensen die ik daar ken, aan al die duizenden keren dat ik door die deuren naar binnen ben gelopen.”

Meer over de Grote Drie op nrc.nl/kredietcrisis