Economische crisis lenigt personeelsnood Defensie

De minister van Defensie trof deze week een welwillende Tweede Kamer tegenover zich. Bezuinigen hoeft niet meer. Maar waar blijft het noodzakelijke personeel?

Ministers van Defensie klagen bijna altijd over hun budget. Dat doet de huidige minister, Eimert van Middelkoop (ChristenUnie), niet. Zijn grootste zorg is het gebrek aan mensen. Er zijn zo’n 7.000 vacatures.

Goed voor een overschot van 90 miljoen euro op de begroting. Maar voor het overige is het oplopende personeelstekort toch vooral alarmerend, zo maakte de Tweede Kamer de afgelopen dagen tijdens de behandeling van de Defensiebegroting in diverse toonaarden duidelijk. Want wat is het nut van een hoogwaardige krijgsmacht die onvoldoende mensen heeft om de taken uit te voeren? „Het leger is aan de grens van zijn kunnen gekomen”, stelde Kamerlid Remi Poppe (SP). „We kunnen niet steeds dezelfde mensen op uitzending sturen”, zei PvdA’er Angelien Eijsink. „De problemen staan op gespannen voet met het hoge ambitieniveau van Defensie”, oordeelde SGP’er Kees van der Staaij.

Met de nodige bravoure kondigde staatssecretaris Jack de Vries (CDA) zijn actieplan ‘Werving en Behoud’ aan om het tij te keren. Maar vorige maand moest hij melden dat er van april tot oktober toch weer duizend vacatures bij waren gekomen. De Vries wist echter een positieve draai aan zijn periodieke cijferoverzicht te geven. Er gaan weliswaar nog altijd meer mensen weg bij de krijgsmacht dan er bijkomen, maar het verschil wordt kleiner. Volgens hem betekende dit dat maatregelen zoals financiële bonussen en speciale verlofregelingen voor bijvoorbeeld ouders met jonge kinderen effect beginnen te sorteren.

De echte oplossing – maar die werd de afgelopen dagen minder uitgesproken – zou wel eens kunnen komen van de kredietcrisis. Defensie had last van de overspannen arbeidsmarkt door de hoogconjunctuur. Bij een economische teruggang wordt een baan bij de krijgsmacht opeens wel weer interessant.

En personeel heeft Defensie nodig om Van Middelkoops ambities waar te kunnen maken. Nederland wil, zo staat in zijn notitie Wereldwijd dienstbaar, op alle geweldsniveaus en in alle fases van een conflict samen met de belangrijkste bondgenoten een bijdrage kunnen leveren. Gisteren meldde Van Middelkoop in de Kamer met de nodige trots dat Nederland met de actieve inzet van 10 procent van de eigen troepen „tot de toptien” van het NAVO-bondgenootschap behoort. Maar hiermee loopt Nederland wel op zijn tenen, heeft Van Middelkoop intern al vaak laten weten. De operatie in Uruzgan is een zware belasting. Voor hem is dat de belangrijkste reden om de Nederlandse missie daar ook werkelijk eind 2010 te beëindigen.

Diverse departementen verrichten met steun van externe deskundigen een verkenning om de „ambities” van de krijgsmacht in overeenstemming te brengen met de daarvoor benodigde financiële middelen. Er zijn maar weinigen in Den Haag die denken dat dit niet zal leiden tot de aanbeveling om de defensie-uitgaven te verhogen. Want, zegt Tweede Kamerlid Raymond Knops (CDA), deze bevinden zich „op het laagste niveau sinds het Koninkrijk der Nederlanden 195 jaar geleden werd opgericht”. Het debat kan vooralsnog in alle ontspannenheid worden gevoerd, omdat de aanbevelingen pas voor een volgend kabinet bestemd zijn.

Deze week bleek nog eens dat het debat over de uitgaven veel minder ideologisch geladen is dan vroeger. Dat heeft alles te maken met de nieuwe taak als vredesleger voor conflictpreventie en humanitaire operaties. Zelfs het Wetenschappelijk Bureau van GroenLinks, de partij die is voortgekomen uit onder meer de Pacifistisch Socialistische Partij (PSP), stelde in een onlangs verschenen rapport dat het „niet voor de hand ligt” dat er nog verder op Defensie wordt bezuinigd. De fractie van GroenLinks is overigens nog niet zo ver, maakte Kamerlid Isabelle Diks duidelijk. Alleen al het niet aanschaffen van het JSF-gevechtsvliegtuig scheelt volgens haar miljarden.

Maar de overgrote meerderheid van de Kamer wil een zakelijke discussie over taken en daarbij behorende financiële middelen. Slechts weinigen waren het dan ook níét eens met een eerdere constatering van Van Middelkoop dat de krijgsmacht „piept en kraakt”. Hij dankte de Kamer gisteren aan het eind van het debat dan ook „voor de welwillende bejegening”.