China lijdt zwaar verlies op Rio Tinto

China is van plan om via staatsbanken miljarden dollars te investeren om de binnenlandse economie te redden. Maar zal deze strategie ook werken? Dat hangt af van de vraag of de Chinese banken weten wanneer ze leningen moeten verstrekken – en wanneer niet. De ervaringen van China Development Bank rond de mislukte overname voor 66 miljard dollar (51 miljard euro) van Rio Tinto duidt erop dat ze nog veel moeten leren.

China Development Bank hielp Chinalco in februari bij de aankoop van een belang van 12 procent in het Brits-Australische mijnbouwconcern Rio Tinto. Het Chinese staatsbedrijf gaf 14 miljard dollar uit aan de aandelen, onder luide bijval van Chinese staalproducenten, die bang waren dat een overname van Rio Tinto door concurrent BHP Billiton hen aan de genade van deze uit zijn voegen gegroeide metaalreus zou overlaten.

Het bod van BHP Billiton op Rio Tinto ging deze week – zij het niet door toedoen van Chinalco – inderdaad in rook op, waardoor de beurskoers van Rio Tinto op één dag met 37 procent onderuitging. Chinalco zit nu opgescheept met een enorm verlies. De oorspronkelijke investering van 14 miljard dollar is nog 3 miljard waard.

Dat zou voor China Development Bank nog wel eens erger kunnen uitvallen dan voor Chinalco zelf. De staatsbank heeft Chinalco op voorhand 6 miljard dollar geleend, plus een faciliteit van 7 miljard dollar, waarvan 2 miljard dollar bij de aandelenaankoop werd opgenomen maar niet is gebruikt, zo blijkt uit een opgave aan de Amerikaanse toezichthouder. Dat betekent dat er 8 miljard dollar is geleend tegen bezittingen die vandaag de dag nog maar de helft van dat bedrag waard zijn.

Uitgaande van 8 miljard dollar aan benutte kredieten, zou Chinalco dit jaar rentebetalingen van 260 miljoen dollar verschuldigd zijn. Maar het dividend dat Chinalco van Rio zal ontvangen, gaat de 200 miljoen dollar waarschijnlijk niet te boven. Erger nog, in januari 2009 zal er 1,8 miljard aan leningen moeten worden afgelost.

Als CDB die kredieten nog steeds in bezit heeft, heeft de bank diverse onaantrekkelijke mogelijkheden. Zij kan beslag leggen op de aandelen, Chinalco dwingen bezittingen te verkopen of de kredieten inruilen voor aandelen Chinalco. Die laatste optie levert wellicht het minste gezichtsverlies op voor de politici die in het bestuur van Chinalco zitten. Maar al deze alternatieven brengen beschamende afboekingen voor China Development Bank met zich mee.

Als de geschiedenis van het Chinese bankwezen als gids mag dienen, zou China Development Bank wel eens in de verleiding kunnen komen om Chinalco zelfs nog meer te lenen. Dat zou geen goed voorteken zijn voor de geplande fiscale stimulans van de regering. De Chinese kredietverleners staan op het punt enorme bedragen in de economie te steken om de groei van het land op gang te houden. Maar zij moeten dan wel kunnen aantonen dat ze in staat zijn onderscheid te maken tussen een goede en een slechte investering.

John Foley