Berlijnse puist is niet meer

Het voormalige parlementsgebouw van de DDR is definitief gesloopt.

Architecten zijn het niet eens over het stadspaleis dat op de plek moet verrijzen.

Van de trots van de DDR rest vandaag nog maar één betonnen schacht – en morgen of overmorgen niets meer. Dan is het na een lijdensweg van jaren gedaan met het Palast der Republik, uithangbord van de boeren- en arbeidersstaat; steenpuist van het samengevoegde Berlijn.

In dit gebouw van de Oost-Duitse architect Heinz Graffunder lieten de partijbonzen van de SED, de eenheidspartij van de DDR, zich op congressen toeklappen door massaal opgetrommelde Genossen. Hier vierde de DDR feest; hier werden culturele manifestaties gehouden en traden – bij wijze van uitzondering – westerse artiesten op als Miriam Makeba, Harry Belafonte en de West-Duitse en eigenlijk verdorven geachte rocker Udo Lindenberg.

Wie deze week ging kijken op de Berlijnse Schlossplatz – in DDR-tijd Marx-Engels Platz geheten – zag een gapend gat met veel puin en nog één restant van het voormalige volkspaleis: een betonnen trappenhuis dat het weekeinde niet halen zal. In 1990, pal na de val van de Muur, werd het immense pand wegens asbestvervuiling gesloten. De sloop duurde door de vijfduizend ton verwerkte spuitasbest extra lang en is om die reden veel kostbaarder geworden dan voorzien.

Over het hergebruik van de centrale locatie waarop het Paleis van de Republiek heeft gestaan, is allang een besluit genomen. Maar Berlijn zou Berlijn niet zijn als er op het laatste moment geen splijtende ruzie over was losgebarsten. Op de plaats van het DDR-gebouw moet een replica komen van het Berliner Stadtschloss, een Pruisisch paleis dat de eeuwen had doorstaan en zelfs de Tweede Wereldoorlog met relatief beperkte schade was doorgekomen.

Maar omdat dit stadspaleis in Oost-Berlijn lag, waren het de communisten die na de oorlog over het lot ervan beschikten. Eind 1950 werd het in opdracht van Walter Ulbricht, leider van de DDR, als symbool van Pruisisch absolutisme opgeblazen. Op 23 april 1976 opende op de plek waar ooit het keurvorstelijke slot stond, het bonkige Palast der Republik zijn deuren. Vanaf die dag zetelde hier het ‘parlement’ van de DDR.

Vorig jaar besloten de Duitse Bondsdag en de stad Berlijn het Pruisische paleis ‘selectief’ te laten herbouwen. Dat wil zeggen: de buitenkant moet een replica van de historische façade worden. Daarachter verschuilt zich een modern gebouw voor culturele doeleinden, het Humboldt Forum. Hier moet de bibliotheek van de Humboldt Universiteit komen en wil de Stichting Pruisisch Cultuurbezit verschillende collecties onderbrengen. Kortom, een logische voortzetting van het Berlijnse museumeiland, waarvan het oorspronkelijke slot ooit onderdeel was en dat nu een publiekstrekker van de eerste orde is.

Komende dagen moet duidelijk worden welk ontwerp voor het binnendeel van het stadspaleis heeft gewonnen. Aan de bouw hangt een fors prijskaartje. De begroting bedraagt ruim 550 miljoen euro, maar bouwexperts hebben al gewaarschuwd dat dat bedrag aan de lage kant is.

De sloop van het Palast der Republik ging gepaard met een zweem van Ostalgie, heimwee naar het leven in Oost-Duitsland. Hier en daar werd gesuggereerd het gebouw als aandenken aan de DDR te laten staan. Die overwegingen zijn door de sloophamer achterhaald. Maar aan de komst van het nieuwe paleis valt misschien nog te tornen – getuige de bittere strijd erover in de Duitse media.

Weekblad Der Spiegel joeg onlangs de discussie aan door architecten vrij te laten schieten op het idee van een nieuw gebouw achter de replica van een historische gevel. „Nep zonder een samenhangende gedachte”, luidde kort samengevat het oordeel. Pas nu wijzen experts erop dat de reconstructie „alleen maar een interpretatie kan zijn” omdat van de barokke façade „slechts oude foto’s bestaan”.

Minstens zo ondermijnend zijn de twijfels aan de financiële haalbaarheid van het megaproject. Een recessie als gevolg van de kredietcrisis kan wel eens voor ernstige vertraging zorgen. Aan de andere kant zou herbouw van het slot juist in een tijd van ontslagen en geschrapte investeringen een opsteker zijn voor Duitse aannemers en hun personeel.

Het volkspaleis is dadelijk voorgoed verdwenen. Het stadspaleis kan op z’n vroegst in 2014 klaar zijn. Dan zou het laatste grote gat in het hart van Berlijn zijn gedicht. Als de Duitse politieke en culturele elites tenminste doorzetten. „Alstublieft, eindelijk beginnen”, smeekte het Berlijnse dagblad Der Tagesspiegel afgelopen maandag in een commentaar.

Bekijk een aflevering van Andere Tijden over het Palast terug via nrcnext.nl/links