Altijd krijgen de buren de schuld

Nieuwsanalyse

Wantrouwen is op het subcontinent sinds de traumatische deling van het Britse koloniale rijk in 1947 diep geworteld.

Het is zowel in India als Pakistan een vast ritueel geworden: na elke grote terroristische aanslag wijzen veel politici prompt beschuldigend naar de buurstaat.

Zo ook gisteren. Het bloedbad in Mumbai was nog niet eens voorbij. Maar de Indiase premier Manmohan Singh noemde in een toespraak voor de televisie Pakistan weliswaar niet bij naam, maar hij waarschuwde al wel „onze buurlanden” dat het gebruik van hun grondgebied voor het lanceren van aanvallen op India niet getolereerd zal worden en dat ze een prijs zullen betalen als door hen geen passende maatregelen worden genomen.

De goede verstaander had niet meer nodig.

Narendra Modi, een havik van de nationalistische hindoepartij BJP en premier van de aan Pakistan grenzende deelstaat Gujarat, was explicieter. „Het is voor het eerst dat Pakistan het gebruik van zeeroutes heeft toegestaan ten behoeve van terrorisme tegen India”, zei hij bij een bezoek aan een van de door de terroristen aangevallen hotels in Mumbai.

Het is juist op het Indiase subcontinent een beproefd recept: sluit de rijen in tijden van nood door je buurland als zondebok aan te wijzen, ook al ontbreken meestal de bewijzen. Veel Indiase en Pakistaanse leiders hebben zich langs deze weg in benarde situaties enige lucht proberen te verschaffen.

Zulke beschuldigingen kunnen altijd op veel weerklank bij de gewone man rekenen, want het wederzijdse wantrouwen is sinds de traumatische deling van het Britse koloniale rijk in 1947 diep geworteld.

Alleen al de voortdurende spanningen tussen beide landen om het overwegend islamitische Kashmir, dat beide landen voor zich opeisen, staan er garant voor dat dit wantrouwen geen kans krijgt weg te ebben.

[Vervolg Pakistan: pagina 5]

Pakistan

Nog niet veel hard bewijs tegen Pakistan

[Vervolg van pagina 1] Bovendien zijn er door de jaren heen wel degelijk talrijke aanwijzingen – vooral in het geval van Pakistan – opgedoken dat de overheid terroristen niet alleen de hand boven het hoofd hield maar in sommige gevallen ook actief hielp.

Algemeen wordt aangenomen dat de machtige Pakistaanse militaire inlichtingendienst ISI de door India gezochte Dawood Ibrahim asiel heeft verleend. Ibrahim, die in Mumbai een groot crimineel netwerk opbouwde, wordt gezien als de organisator achter een aantal grote aanslagen in Mumbai in 1993. De Pakistanen stonden in de jaren ’90 eveneens op zijn minst oogluikend toe dat veel militante groepen vanaf hun grondgebied acties uitvoerden in het Indiase deel van Kashmir en soms ook elders in India.

Hoeveel aanwijzingen zijn er nu dat Pakistan werkelijk de jongste bloedige aanslagen in Mumbai heeft helpen orkestreren? Tot dusverre niet veel. Een van de terroristen zou hebben gesproken met een accent uit Punjab, een grote Pakistaanse provincie. Een ander, die betrokken was bij de gijzeling van enkele joden in het centrum van de stad, zou in het Urdu hebben gesproken (de officiële voertaal in Pakistan), met een accent uit Kashmir. „Weet u wel hoeveel mensen in Kashmir zijn gedood”, vroeg hij een Indiaas televisiestation via de telefoon. „Weet u wel hoeveel moslims uw leger heeft gedood? Weet u wel hoeveel er deze week in Kashmir zijn gedood?”

Maar dat zijn nog geen bewijzen. Er leven ook moslims in het Indiase deel van de Punjab en in theorie kunnen beiden zich op eigen houtje hebben aangesloten bij andere islamitische groepen van Indiase bodem. De afgelopen maanden is India bij herhaling opgeschrikt door aanslagen, die door de Indiase Mujahedeen zouden zijn beraamd. In hoeverre die organisatie hulp ontvangt uit het buitenland is onbekend. Evenmin is bekend hoe de Indiase Mujahedeen zich verhouden tot de Deccan Mujahedeen, die de verantwoordelijkheid voor de jongste aanslagen op zich hebben genomen.

De nieuwe Pakistaanse president Asif Ali Zardari sprak gisteren al zijn afschuw uit over de aanslagen in Mumbai. Vanmorgen had hij telefonisch contact met premier Singh. Hij opperde dat de daders moesten worden gezocht bij lieden die buiten de overheid om opereerden. Daarbij lieten de Pakistanen het niet. Het hoofd van de ISI zal in eigen persoon naar Mumbai vertrekken om mee te helpen bij het onderzoek.

Hiermee probeert Zardari aan te tonen dat het hem ernst is om de betrekkingen met India te verbeteren. Juist vorige week had hij daartoe al een eerste belangrijke aanzet gegeven. Zardari toonde zich bereid te verklaren dat zijn land niet als eerste een nucleaire aanval op India zou uitvoeren. Ook hervormde hij de ISI, die al sinds de jaren ’80 dikwijls een eigen agenda volgde. Zardari’s vorig jaar vermoorde echtgenote Benazir Bhutto kwam door toedoen van de ISI dikwijls voor onaangename verrassingen te staan.

De vraag rijst intussen hoeveel greep Zardari heeft op de ISI en de gebeurtenissen in het algemeen. Zijn gezag in eigen land is vooralsnog beduidend minder krachtig dan dat van zijn voorganger, generaal Pervez Musharraf. Waarnemers hadden de afgelopen weken al geconstateerd dat veel radicale islamitische groepen sinds het vertrek van Musharraf deze zomer juist weer actiever waren geworden. Of dat met hulp van de ISI gebeurde is, zoals zoveel in de schimmige wereld van spionnen en aanslagen, niet helder.

Floris van Straaten is oud-correspondent in India