Al die bloedneuzen kunnen geen toeval zijn

De bewoners van Ivoorkust zijn niet boos op Nederland. Maar waarom is het schip dat gif in hun land liet lozen, niet gestopt? De VN-rapporteur over de Probo Koala bezocht de Kamer.

De westerse wereld is schuldig, ontwikkelingslanden zijn het slachtoffer. Dat beeld bestaat over gifschandalen als die met het schip Probo Koala, in 2006. Dat beeld is onterecht, zei de Nigeriaanse VN-rapporteur Okechukwu Obinna Ibeanu gisteren. „Het raakt ons allemaal.”

Ibeanu was de afgelopen dagen in Nederland om meer te weten te komen over de betrokkenheid van het kabinet, de gemeente Amsterdam, de Amsterdamse haven en het bedrijf Trafigura bij de zaak met de Probo Koala. Begin volgend jaar moet zijn rapport over de zaak verschijnen.

Nederland staat er gekleurd op in dit gifschandaal. Trafigura, dat 400 ton giftige afvalstoffen liet lozen in Ivoorkust, is gevestigd in Amstelveen. Bovendien is de Probo Koala naar Ivoorkust gevaren vanuit Amsterdam. De gemeente Amsterdam heeft die reis niet weten te verhinderen, ook al waren er voldoende signalen dat er iets mis was met de lading.

Drie tot zeventien mensen in Ivoorkust vonden de dood na de gifdumping – de schattingen lopen uiteen – en enkele tienduizenden werden ziek. Toch zijn de Ivorianen „niet boos” op Nederland, zegt Ibeanu. „Ze zijn eerder boos op hun eigen land. De autoriteiten hebben de gevolgen van de ramp verwaarloosd. Ze zijn ongelukkig met de schoonmaak, de informatievoorziening, de financiële compensatie en de rechtsgang.”

Gisterochtend sprak Ibeanu met de Tweede Kamer. Daar illustreerde hij zijn stelling over daders en slachtoffers door te wijzen op Amsterdam, „waar ook mensen ziek werden van de Probo Koala”.

Pardon? Mensen die ziek zijn geworden in Amsterdam en niemand die het weet? „Het gaat om klachten van een dag of een paar dagen”, relativeert de Britse advocaat Martyn Day. Hij spant in Londen een civielrechtelijke zaak aan tegen Trafigura, namens 26.000 Ivoriaanse slachtoffers. Volgens Day gaat het om twintig tot dertig getroffenen in Amsterdam. Greenpeace noemt een aantal van zestig. Bij de GGD Amsterdam zijn geen ziektegevallen bekend.

Zo blijft er wel meer in het vage in de zaak met de Probo Koala. Ibeanu zei gisteren dat de informatieverstrekking door de Nederlandse regering beter had gekund. „De medewerking was tot nu toe niet motiverend.” Over een delegatie van het ministerie van Verkeer en Waterstaat zei hij zelfs dat ze „huiverig” waren „om ons te ontmoeten”. Van het ministerie van VROM ontving hij wel informatie. In het Nederlands.

De Kamer sprak er schande van. „Alle deuren zouden wijd open moeten staan”, aldus parlementariër Krista van Velzen (SP). Het parlement dringt er bij de betrokken ministeries op aan dat Ibeanu alle beschikbare informatie krijgt.

Deze opstelling van de Kamer is heel fijn, zegt campagnevoerder Marietta Harjono van Greenpeace, die de zaak volgt. Over het kabinet is ze minder te spreken. „Schandalig dat Nederland blijkbaar zo bang is voor imagoschade dat het een onderzoek naar de waarheid tegenwerkt.”

Bij het functioneel parket van het Openbaar Ministerie loopt een zaak tegen de gemeente Amsterdam, de kapitein van de Probo Koala, Trafigura en afvalverwerker Amsterdam Port Services. In Ivoorkust zijn twee mensen veroordeeld tot celstraffen van respectievelijk twintig en vijf jaar voor hun betrokkenheid bij het gifschandaal. Het gaat om „small fish”, zei Ibeanu gisteren. Trafigura heeft de zaak in Ivoorkust geschikt, voor 200 miljoen dollar.

Een andere vraag die nog openstaat, is of de lading van de Probo Koala wel de oorzaak is geweest van de doden en zieken in Ivoorkust. Wetenschappers verschillen van mening over de giftigheid van het mengsel van geloosde stoffen – olie, water en natriumhydroxide. Laat dat debat maar aan hen over, vindt Ibeanu. „We weten eenvoudigweg niet wat de bewuste cocktail van stoffen precies doet.”

Maar, vraagt de VN-rapporteur zich af, waarom zouden de problemen bij mensen in Ivoorkust zo sterk zijn toegenomen na de gifdumping? „Die duizenden oogproblemen, bloedneuzen en gevallen van misselijkheid zouden een te groot toeval zijn.”

Ibeanu heeft het zelf waargenomen in Ivoorkust, waar de autoriteiten overigens wel coöperatief waren. „Sommige gebieden zijn nog steeds vreselijk vervuild”, zei hij gisteren in de Kamer. Om in de toekomst iets te kunnen doen tegen dit soort afvallozingen, bepleit de Nigeriaan een internationale structuur om kwesties rond ontwikkelingshulp, handel en afval te bespreken. „Ik probeer een brug te slaan tussen milieuvraagstukken en mensenrechten.”

Harjono van Greenpeace is blij met het VN-onderzoek van Ibeanu, die op zijn beurt de milieuorganisatie erkentelijk is voor alle hulp. De Nigeriaan sprak ook zijn dank uit aan Kamerlid Diederik Samsom (PvdA), oud-campagneleider bij Greenpeace, die de komst van de VN-rapporteur naar het parlement had gearrangeerd.