Achterhuis

Hans Achterhuis geeft niet alleen toe weinig met de Rechten van de Mens te hebben gedaan (Boeken, 24.10.08). Hij geeft ook blijk niet veel van mensenrechten te hebben begrepen. Op de vraag van de interviewer of de mensenrechten voor ideologen niet een handig moreel kompas vormen, geeft hij het halfbakken antwoord: ”Vooral de vrijheden die in de mensenrechtenverklaring geformuleerd zijn, vormen een ideologie die gebruikt wordt om ons mensbeeld aan anderen op te leggen.” Wie zijn die `ons`? En wat is `ons mensbeeld`?

Als mensenrechten worden gebruikt om een mensbeeld of wat ook aan anderen op te leggen, is dat op zichzelf een schending van mensenrechten. Of, als het alleen met woorden gebeurt, misbruik van vrijheden. [...] Mensenrechten vragen om educatie, emancipatie en - dus - argumentatie. Ook ten aanzien van culturele of religieuze praktijken, tradities of gewoontes die schadelijk zijn voor kinderen, die indruisen tegen de gelijkwaardigheid van man en vrouw, of die vooroordelen behelzen die bijdragen aan intolerantie en xenofobie. Op deze punten hebben staten specifieke mensenrechtelijke verplichtingen mensen op hun verantwoordelijkheden te wijzen, hen daarbij te ondersteunen en hen daaraan te houden.