Zwartepieten

Stel: je geeft een feestje. Je huurt een zaaltje, een cateraar, versiering en een bandje. Dan slaat het noodlot toe: er komt niemand opdagen. Alleen het personeel schuifelt wat van de dansvloer naar het raam, waar het mistroostig doorheen tuurt. „Nou ja, het is ook nog niet helemáál acht uur…”

Dit is ongeveer de situatie rond de inburgeringcursussen. Minister Eberhard van der Laan (PvdA, Integratie) die net Ella Vogelaar, voorzitter van de feestcommissie, afloste, schrok zich een hoedje toen hij de zaal betrad.

Inmiddels is daar een oud-Hollands gezelschapsspel begonnen: zwartepieten. Met de gebruikelijke inzet: wie gaat dit allemaal betalen? „De minister!” roepen de cateraars en bandleden. „Die heeft het feest georganiseerd.”

Maar bij de inburgeringcursussen ligt het zo simpel niet. De gemeentes hadden er toch zélf voor moeten zorgen dat er voldoende allochtonen op cursus kwamen? Laat ze dan ook die vergeefs aangestelde taaldocenten uit eigen zak betalen.

Vogelaar kwam met een compromis: het rijk, de gemeente en de taalinstituten betalen elk een derde. Ook Van der Laan houdt hieraan vast. Bizar genoeg. Dat overheid en gemeenten gefaald hebben in het ronselen van feestgangers is evident, maar waarom zouden de ingehuurde bandleden en cateraars daarvoor moeten boeten? Er schijnen al commerciële taalinstituten failliet te gaan.

Intussen leidt het zwartepieten af van de vraag hoe we de onwillige allochtoon in het taalleslokaal krijgen. Vogelaar heeft gemeenten de mogelijkheid gegeven de cursus verplicht te stellen. Jawel: ze mógen het verplichten. Een mooi oxymoron, maar oxymorons vullen geen zalen. Stel het verplicht, en sanctioneer het dan ook (‘Niet op taalcursus? Prima, dan staat daar uw stoomboot klaar. Enkele reis.’) óf houd het vrijblijvend en accepteer de gevolgen (lege feestzalen, mislukte integratie).

Wil Van der Laan slagen, dan zal hij voor het eerste moeten kiezen, gecombineerd met een campagne die uitlegt dat Nederlands spreken essentieel is om te overleven, en bovenal: enthousiast maakt voor dat feest. En pas cateraars en bandjes inhuren als de inschrijvingen binnen zijn.

Christiaan Weijts