Verdediging van ex-top Ahold trekt samen op

Gisteren was de voorlaatste zittingsdag van het hoger beroep in de fraudezaak tegen de ex-top van Ahold. Die heeft niets fout gedaan, vindt de verdediging.

De verdediging van de voormalige Ahold-top vormt een steeds hechter gesloten front tegen de openbare aanklager in het hoger beroep van de fraudezaak bij supermarktconcern Ahold. Cees van der Hoeven, Michiel Meurs, Jan Andreae en Roland Fahlin worden ervan beschuldigd jarenlang valselijk buitenlandse dochterbedrijven geheel in de jaarrekeningen van Ahold te hebben opgenomen, en daarmee beleggers en andere belanghebbenden te hebben bedrogen.

Maar sinds de raadslieden van de vier verdachten vorige week in hun pleidooien korte metten hebben gemaakt met die beschuldigingen, heerst er zichtbaar opluchting in het beklaagdenkamp. Het repliek dat de advocaat-generaal Peter Greve maandag gaf op de pleidooien heeft die stemming niet aangetast. Sterker nog, hij lijkt er zelfs door verbeterd. In steeds fellere bewoordingen durven de advocaten de aanklachten van het OM te verwerpen.

Greve kreeg het bij dupliek zwaar te verduren. Raadsman Aldo Verbruggen van Van der Hoeven sprak van „desinformatie” en gaf aan dat in het betoog van het OM „meer zorgvuldigheid op zijn plaats” is. Het is volgens Verbruggen „evident” dat „er eenvoudigweg geprocedeerd wordt om een veroordeling te scoren”.

Meurs’ advocaat Ed van Liere viel hem bij: „De waarheidsvinding moet voorop staan.” En hij citeerde Geert Corstens, president van de Hoge Raad: „Het OM mag twijfels over daderschap niet achterhouden, ook al levert dit het risico van vrijspraak op.”

Jan Sjöcrona, verdediger van Andreae en Fahlin, beschuldigde de advocaat-generaal op zijn beurt van „vaagheid” en „verminking van het verweer”.Alle raadslieden eisten volledige vrijspraak voor hun cliënten.

Zo groot is het zelfvertrouwen, dat de advocaten nu grote stukken van elkaars pleidooien overnemen. Niet langer is het ieder voor zich, zij richten zich en bloc tegen de gemeenschappelijke vijand. „Het klopt dat wij steeds meer samen optrekken”, bevestigde Sjöcrona gisteren na de zitting. „Wat ons bindt is het aantonen dat de consolidatie terecht heeft plaatsgevonden. En dat hebben we aardig gedaan, dacht ik zo.”

Gisteren kregen ook drie van de vier verdachten de gelegenheid het laatste woord te voeren. Michiel Meurs, de voormalig financiële directeur bij Ahold, zei daarbij: „Ik zal nooit het verwijt accepteren niet integer gehandeld te hebben.” Hij stelde zichzelf de vraag „heb ik alles perfect gedaan?” en gaf meteen het antwoord: „Neen. Zoals ieder mens maak ik natuurlijk ook fouten. Maar fouten zijn niet meteen strafrechtelijk verwijtbare handelingen.”

De Zweedse oud-commissaris Roland Fahlin mocht zijn laatste woord in het Engels voeren. Hij zei „teleurgesteld en boos” te zijn omdat hij ervan is beschuldigd te hebben meegedaan aan een soort samenzwering. „Dat ging en gaat mijn voorstellingsvermogen te boven. Ik kan niet begrijpen dat ik hier sta”, aldus een gefrustreerde Fahlin, die aanvankelijk had gehoopt dat het OM de aanklacht tegen hem zou laten vallen. Dat gebeurde echter niet. De Zweed vermoedt omdat de aanklager bang was „de zaken van de andere beklaagden te verzwakken als hij mijn zaak zou laten vervallen”.

Ook voormalig topman van Ahold Cees van der Hoeven reageerde in zijn laatste woord getergd. Tegen hem had het OM de hoogste straf geëist, onder meer omdat hij geen berouw zou hebben getoond: „Omdat de advocaat-generaal kennelijk niet weet wat ik in eerste instantie als mijn laatste woord heb uitgesproken, wil ik beginnen met ook nu weer nadrukkelijk mijn excuses aan te bieden en spijt te betuigen aan klanten, medewerkers en aandeelhouders van Ahold. Deze spijtbetuiging is intens en diep gemeend.”

Ahold is in de ogen van Van der Hoeven „altijd een eerlijke, integere en open onderneming geweest, die jarenlang in het hoogste aanzien stond”. Daarom is het „pijnlijk” om de werkelijkheid gereduceerd te zien „tot de kwesties waar het in deze strafzaak om gaat. Het doet zo tekort aan alles wat er goed ging bij Ahold.” Van de Hoeven verklaarde dat er in zijn beleving bij Ahold „geen oneerlijke beslissingen” zijn genomen. „Ik kan slechts herhalen dat ik nooit de bedoeling heb gehad om anderen te misleiden of toe te laten dat binnen Ahold verboden handelingen plaatsvonden. Ik geloofde – en geloof nog steeds – in de oprechte keuze tot consolidatie.”

De inhoudelijke behandeling van het hoger beroep is nagenoeg afgesloten. Op 14 januari houdt Jan Andreae zijn laatste woord en 28 januari doet het hof uitspraak.