Veel moderner dan zijn provincie

Asadullah Hamdam wil de Afghaanse stamverbanden naar de achtergrond drukken.

Een dag uit het leven van de gouverneur van Uruzgan.

De gouverneur van de Afghaanse provincie Uruzgan kijkt naar het schermpje van zijn mobiele telefoon en verontschuldigt zich. „Deze moet ik even opnemen.” De man aan de andere kant klinkt klagerig, dan geagiteerd en begint ten slotte te schreeuwen. Gouverneur Asadullah Hamdam staat hem kalm te woord, terwijl hij naar het bidsnoer naast zich grijpt. „Dat was Jan Mohammed Khan”, verzucht hij als hij heeft opgehangen. Hij zal de rest van de dag, terwijl hij audiëntie houdt in zijn kantoor in Tarin Kowt, blijven zuchten.

In 2006 was het vertrek van toenmalig gouverneur Khan – die als een krijgsheer over de provincie heerste – een voorwaarde van de Nederlandse regering voor deelname aan de NAVO-missie in Uruzgan. Met tegenzin promoveerde president Karzai zijn stamgenoot weg tot regeringsadviseur in Kabul.

Zijn opvolger Munib was geen succes: hij ondernam weinig en zou banden hebben met de Talibaan. Vorig jaar benoemde president Karzai de in Groot-Brittannië afgestudeerde Hamdam. Die heeft geen verleden bij de Talibaan en geen stamrelaties in Uruzgan. Hij kan alleen de steun van de bevolking verwerven door zijn bestuurlijke kwaliteiten, en dat was precies de bedoeling.

Een van Hamdams problemen is dat Khan nog altijd veel invloed heeft in Uruzgan. De oud-gouverneur belde om de vrijlating te eisen van Mullah Hamdullah, de voorzitter van de provinciale shura, een soort gemeenteraad. Hamdam had hem laten arresteren omdat hij docenten van een koranschool zou hebben mishandeld. „Ik heb Khan uitgelegd dat het niet in mijn macht ligt om hem vrij te laten”, vertelt Hamdam over het telefoongesprek. „We moeten de wet volgen. Toen zei hij dat hij nooit meer met me wil praten als ik Hamdullah niet laat gaan.”

Voor Khan is de kwestie-Hamdullah een uitgelezen kans voor een krachtmeting met de gouverneur. Hoe harder hij schreeuwt, hoe harder Hamdam zich vastbijt in regels en procedures. Khans Popolzai-stam vormt een minderheid in Uruzgan, maar heeft er van oudsher de macht. Hamdam wil de stamverbanden juist naar de achtergrond drukken en uiteindelijk de macht verdelen op basis van kwaliteiten.

Het is een moderne benadering, van een man die in veel opzichten veel moderner is dan Uruzgan, de armste en een van de meest conservatieve provincies van Afghanistan. Hamdam gaat vaak westers gekleed, terwijl alle andere mannen traditionele kleding dragen. Sinds kort chat hij via internet met zijn vrouw en vier kinderen, die in Londen zijn achtergebleven. En als hij even vrij heeft, kijkt hij James Bond-films op dvd.

Hamdams kantoor is ingericht met karamelkleurige nepleren bankstellen, zware tapijten en plastic bloemstukken. Op zijn bureau een delftsblauw tegeltje met een molen. De Nederlandse missie weet dat een goed bestuur een vereiste is voor een stabiel Uruzgan en staat Hamdam terzijde met advies en middelen.

Wie een dag de audiënties in het kantoor volgt, ziet veel van de problemen van Uruzgan voorbijkomen. Religieuze leiders komen overleggen over een bijeenkomst over verzoening met de Talibaan. Een afvaardiging van het district Chora komt geld vragen voor het onderhoud aan een weg. Burgers klagen over geweld en corruptie door de politie. Familieleden van Afghanen die door de Nederlanders zijn gearresteerd, komen hun onschuld bepleiten. Tussendoor brengt Hamdams secretaris tientallen cheques binnen die moeten worden getekend.

Uitvoerende ambtenaren beklagen zich bij de Nederlanders dat de gouverneur te veel controle wil houden over de financiën, dat hij hen te weinig vertrouwt. Dat zou er mede de oorzaak van zijn dat plannen vaak niet van de grond komen. De Nederlanders proberen hem te stimuleren zich meer te laten zien in de buitendistricten en harder te werken aan de capaciteitsopbouw. Het tempo kan best wat omhoog, is de mening op Kamp Holland.

Het valt in Uruzgan niet mee om capabele ambtenaren en bestuurders te vinden. Slechts een paar procent van de mannen kan lezen en schrijven. En volgens Hamdam doet Khan er alles aan om zijn invloed en die van zijn stam te behouden.

Nog achttien van de 29 provinciale ministers zijn Popolzai. Onlangs werd de burgemeester van Tarin Kowt, een Achakzai, vanuit Kabul vervangen door een ongeletterde krijgsheer, een Popolzai, vertelt Hamdam. Hij vermoedt dat Khan daarachter zit. De oud-burgemeester, een voormalige rechter, heeft nu een baan aangeboden gekregen op het ministerie van Justitie in Kabul, en komt Hamdam vertellen dat hij die wil aannemen. Hij zal het aanbod om het cultuurdepartement in Uruzgan te gaan leiden waarschijnlijk afslaan, weet de gouverneur.

Tijdens de lunch bespreekt Hamdam met de openbaar aanklager de zaak tegen Mullah Hamdullah. Ze zoeken naar een wettig argument om hem op borgtocht vrij te kunnen laten en zo het protest te temperen. Daarna, tijdens een wandeling in de tuin met rozen en geraniums, zegt hij: „Ik hou dit niet lang meer vol. Ik kan alleen met dit werk doorgaan als de politie en het leger heel veel beter zouden zijn. Ik heb een goede aanklager en een goede rechter, maar wat kun je doen als de politiecommissaris en het hoofd van de provincie-shura corrupt en crimineel zijn?”

Het middagprogramma bestaat weer uit een reeks problemen van burgers en bestuurders. Een groep Hazara’s (een etnische minderheid) wil een paspoort aanvragen om werk te kunnen zoeken in Iran, maar hun persoonsgegevens zijn kwijtgeraakt. Er komt een klacht over een inbraak door de politie. Hamdam bemiddelt in een conflict over een verkeersongeluk dat door een politieagent is veroorzaakt. Dan komt de aanklager opnieuw langs. De bewijzen tegen mullah Hamdullah stapelen zich op, zegt hij, en hij overhandigt een fotokopie van het baardhaar van een korandocent dat zou zijn uitgetrokken bij de aanval. Gouverneur en aanklager kijken bedrukt. Enkele dagen later zullen ze hem toch op borgtocht vrijlaten.

Als de laatste bezoeker is vertrokken, is Hamdam afgepeigerd. „Er zijn te veel stamproblemen in Uruzgan”, verzucht hij. „De mensen zijn de krijgsheren zat. Ik doe mijn best om hen te dienen op de manier die de wet voorschrijft. Als ik daardoor mijn positie verlies, dan moet dat maar. Karzais methode – de stammen te vriend houden met baantjes – werkt niet. Het stammenprobleem is misschien wel groter dan het probleem met de Talibaan.” Hij laat zijn bezoek uit en gaat weer naar binnen, om een uurtje te trainen op de loopband. ’s Avonds is er papierwerk, en daarna de dvd-speler.

Lees achtergronden over Uruzgan op nrc.nl/uruzgan