Veel heisa en goede wil in Rabat

Nieuwsanalyse

Naast irritatie en onbegrip over en weer werden tijdens het bezoek van minister Verhagen aan Marokko ook praktische zaken opgelost. De rest kan in de ijskast.

‘Marokkaanse’ rotjochies, de ‘lange arm’ van de Marokkaanse koning en geïndoctrineerde imams: met het bezoek van minister Verhagen bereikte de golf aan Nederlands opwinding over van alles en nog wat dat naar Marokko ruikt dan toch eindelijk Rabat. Maar de manier waarop was anders dan hoe het islamvrezende deel van Nederland tegen de zaken aankijkt. Een spotprent in de grootste onafhankelijke krant Al Massae liet zien hoe koning Mohammed zijn teruggeroepen imams toespreekt: of ze hun ogen willen openhouden in de Nederlandse moskeeën voor ‘baarden’ – radicale moslims – onder de bezoekers. Het gevaar komt eerder uit Nederland dan andersom.

Minister van Buitenlandse Zaken Maxime Verhagen kon na zijn tweedaagse bezoek aan de Marokkaanse hoofdstad niettemin tevreden in het vliegtuig stappen. Zijn Marokkaanse ambtgenoot Taïeb Fassi Fihri liet publiekelijk weten dat Marokko zich niet mengt in binnenlandse aangelegenheden van Nederland. Hij stond glimlachend samen met Verhagen op de foto na de ondertekening van een samenwerkingsakkoord.

De boodschap voor het Nederlandse thuisfront: Marokko belooft beterschap. De Marokkaanse minister heeft laten weten dat de Marokkaanse overheid de integratie van migranten in de Nederlandse samenleving toejuicht. Als er contact wordt gezocht met de migrantengemeenschap in Nederland dan gebeurt dat op vrijwillige basis, precies zoals de Nederlandse regering dat wil. En voortaan wordt er gewaarschuwd als imams terug worden geroepen voor een bijspijkercongres op Marokkaanse bodem, zo beloofde minister van geloofszaken Toufiq.

Maar op de achtergrond borrelt oplopende ergernis in Marokko over de aanhoudende aanvallen in het Nederlandse debat. Vorige maand, in de wandelgangen van de VN-vergadering in New York, kwam het zelfs tot een weinig diplomatieke woordenwisseling tussen Verhagen en zijn Marokkaanse ambtgenoot. Aanleiding was toen de uitgelekte beschuldiging dat een ex-politieagent in Rotterdam gegevens zou hebben uitgespeeld aan de Marokkanen. Na een langdurig en verhit Kamerdebat kreeg de zaak de allure van een nationale kwestie. Verhagen maakte het algemene ongenoegen daarbij wat al te direct duidelijk naar de smaak van zijn Marokkaanse ambtgenoot. Had Marokko immers niet bij wijze van zoenoffer voor de slordigheid reeds discreet twee ambassademedewerkers terug geroepen?

Marokko dacht lange tijd dat de opwinding in Nederland een ‘binnenbrandje’ betrof, aldus een diplomaat. De Nederlandse debatten halen de buitenlandse pers amper en worden bovendien buiten de grens nauwelijks begrepen. Door de kwestie van het terugroepen van de imams kreeg Marokko in de gaten dat er meer aan de hand was. Niet dat het begrip in Rabat er groter door werd. Want waren die imams niet juist teruggeroepen om hen te zegen hoe ze de radicalisering in de moskee kunnen herkennen en tegengaan? Uitgerekend rond dit reisje werd een hoog oplopend Kamerdebat gevoerd. Minister Fassi Fihri liet tijdens het bezoek van Verhagen niet na het diplomatiek nog eens onder de aandacht te brengen: het gaat om de strijd tegen de radicale islam ‘van buitenaf’ en dat is een gedeeld belang. De minister doelde daarbij vooral op radicale wahabitische stroming die vanuit Saoedi-Arabië en omstreken is komen overwaaien. Die heeft weinig van doen met de betrekkelijk tolerante malikitische leerschool zoals die in Marokko gebruikelijk is. En daaraan waren de verhitte Kamerdebatten duidelijk voorbij gegaan.

De ergernis van Marokko op dit punt is vooral groot omdat Nederland – in tegenstelling tot Frankrijk en België – lange tijd verbood zijn malikitische imams toe te laten uit angst voor de ‘lange arm’ van wijlen koning Hassan. Marokko vreest nu dat er radicale broeinesten zijn ontstaan die vanuit Nederland een uitvalsbasis richting Marokko hebben.

Nederland wordt bovendien tweeslachtigheid verweten, aldus een goed ingelichte bron in Rabat. Aan de ene kant zit heel het land in de gordijnen als er weer een nieuw geval van al dan niet vermeende ‘bemoeienis’ wordt ontdekt. Aan de andere kant moet Marokko zich verantwoordelijk voelen voor ‘Marokkaanse rotjochies’. Een probleem dat in Marokko onbekend is en wordt beschouwd als een Nederlandse kwestie.

Alle opwinding in het Nederlandse parlement ten spijt, beseffen beide regeringen dat de goede verhoudingen voorop staan. En hoewel er wat praktische zaken werden afgehandeld en een samenwerkingscontract werd getekend, was het dan ook vooral de symbolische goede wil die op de voorgrond trad. Fassi Fihri beloofde geen bemoeienis. Verhagen op zijn beurt gaf steun aan het Marokkaanse autonomieplan voor de Sahara, waar het Nederlandse parlement geen moment van wakker ligt, maar dat in Marokko hogelijk gewaardeerd wordt. Over de dubbele nationaliteit werd afgesproken dat beide landen geen overeenstemming hebben. Ondanks alle heisa betreft het ook hier een kwestie van weinig praktische gevolgen. Dat kan dus mooi in de ijskast. Een verstandshuwelijk hoeft niet altijd slecht te zijn.