Steeds eerder exposities en biënnales

Dit weekend stelt de Rijksakademie de ateliers van zijn ‘residents’ open. Het niveau is hoog; vooral het sterke aandeel van Aziatische kunstenaars is opvallend.

De carrière van de Turkse kunstenaar Ahmet Ögüt verloopt voorspoedig – dat zie je direct wanneer je zijn atelier op de Rijksakademie in Amsterdam binnenloopt. Aan de muur hangt een affiche van zijn laatste solotentoonstelling in de Kunsthalle Basel. Ernaast getuigen foto’s van zijn succes op de Biënnale van Berlijn, eerder dit jaar, waar hij een museumzaal volstortte met asfalt. En op de koffietafel ligt, tussen toonaangevende kunstbladen als Kunstforum en Art in America, de catalogus van de Thessaloniki Biënnale waar hij vorig jaar ook aan deelnam.

De 27-jarige Ögüt weet, kortom, al aardig zijn weg te vinden in het internationale kunstcircuit. En hij is niet de enige. Tussen de vijftig kunstenaars die het komend weekeinde hun studio’s openstellen tijdens de jaarlijkse Open Ateliers, zitten veel bekend klinkende namen. Zo heeft fotograaf Erik van der Weijde op dit moment ook een tentoonstelling lopen in Foam, en toonde het duo Persijn Broersen & Margit Lukács hun werk deze zomer nog in het Stedelijk Museum. Je kunt je afvragen of zij het nog wel nodig hebben, zo’n onderzoeksplek aan de Rijksakademie.

Het succes komt steeds vroeger, merkt ook Martijntje Hallmann, hoofd van de afdeling Ateliers van de Rijksakademie. Zij ziet hoe sommige ‘residents’ soms maanden achtereen de wereld over vliegen, van expositie naar biënnale, en nauwelijks tijd hebben om in hun atelier te werken. „Galeriehouders happen steeds sneller toe”, vertelt ze. „We hebben net bekendgemaakt wie de nieuwe residents in 2009 zullen zijn. Die kunstenaars worden direct door de kunstwereld benaderd.”

Dwalend door het labyrintische ateliercomplex is het niet moeilijk om de gouden toekomsten van de kunstenaars te voorspellen. Vitshois Mwilambwe Bondo uit Congo bijvoorbeeld, maakt funky schilderijen met een maatschappijkritische ondertoon, die het ongetwijfeld goed zullen doen in het biënnalecircuit. Uit glossy tijdschriften knipt Mwilambwe Bondo ogen en neuzen van beroemdheden, die hij vervolgens tot swingende lijven aaneensmeedt. Het resultaat heeft wel wat weg van Chris Ofili’s werk, maar dan minder provocerend. „Die zien we binnenkort terug op de Documenta”, merkt een bezoeker terecht op.

Ook van de Amerikaan Mark Boulos zullen we nog veel horen. Hij heeft zijn atelier verduisterd voor de vertoning van All That is Solid Melts into Air, een filmisch tweeluik dat het afgelopen jaar al een succesvolle tournee maakte langs Art Basel, de Sydney Biennale en het Stedelijk Museum. Op twee tegenoverliggende wanden worden beelden geprojecteerd die Boulos filmde in de Niger Delta en de Chicago Mercantile Exchange. Links de chaos in Nigeria, waar guerrillastrijders de goden aanroepen in hun strijd tegen de ‘blanke kolonialisten’ van Shell. Rechts de gekte op de beursvloer, waar speculerende handelaren een ander soort rituele dans uitvoeren. Het is of de partijen elkaar rechtstreeks in de haren vliegen om de olie. En jij staat als kijker in de vuurlinie.

Opvallend is dit jaar het sterke aandeel van Aziatische kunstenaars. De Japanse Rumiko Hagiwara maakte een installatie die zo subtiel is dat zij eerst niet eens opvalt. Op de deur van haar atelier brandt een gloeilamp die een scherpe schaduw op de vloer werpt. Verder is de ruimte leeg en wit. Pas later merk je op dat die schaduw met potlood getekend is en doorloopt over het plafond, de muren en zelfs de tl-buizen. Het is een verbluffend eenvoudig kunstwerk, waar vast uren van monnikenwerk in zijn gaan zitten.

Het lijkt wel of de Open Ateliers dit jaar ingetogener zijn dan anders. Er zijn weinig spektakelstukken. De meeste beelden – schilderijen, video’s, sculpturen – zijn minimalistisch, sober, dromerig. Zo keek Sefer Memisoglu (Turkije) een dag lang uit het raam van zijn atelier en filmde hoe de schaduw over de bakstenen muur gleed. En richtte Go Eun Im (Korea) een filmprojector op een aquarium met goudvissen, met rustgevend kabbelende beelden als resultaat.

Sarah van Sonsbeeck bekleedde een ruimte van top tot teen met piepschuim – een soort stiltekamertje. Wanneer je even verderop haar atelier betreedt, begrijp je waar haar fascinatie voor de stilte vandaan komt. Ingelijst aan de muur hangt daar een fascinerend briefje aan haar buren. „Ik heb berekend dat jullie herrie 80% van mijn huis inneemt”, schrijft Van Sonsbeeck daarin. „Ik verzoek jullie daarom vriendelijk om een evenredig deel van de huur te betalen.” Jammer, dat het antwoord van de herriemakers er niet naast hangt.

Rijksakademie Open 2008. Sarphatistraat 470, Amsterdam. 29 en 30 nov, Inl: rijksakademie.nl

Bekijk meer foto’s van de Open Ateliers op nrc.nl/kunst