Spanjaarden roken er onbekommerd op los

Twee jaar kent Spanje nu zijn antitabakswet. De invoering was reden voor veel vreugde bij de niet-rokers, speciale internationale aandacht voor zoveel vooruitstrevendheid, goedkeurende commentaren, stralende ministers. De meeste werkplekken zijn rookvrij. Maar wie wel eens een kroeg of restaurant bezoekt, komt er al snel achter dat de praktijk aanzienlijk weerbarstiger is dan de wetten zouden willen. This is Spain. Regels zijn leuk, maar niet noodzakelijkerwijs iets om na te leven. Het land dampt er dus nog onbekommerd op los, aan de toog en aan tafel tussen de gangen. Geen Hollandse taferelen van kleumende rookparia’s op tochtige terrassen.

De wet laat het ook in veel gevallen toe: kleinere horecazaken mogen kiezen of zij rookvrij blijven danwel rokers toestaan. Het laatste komt het meeste voor. Grotere cafés of restaurants zijn bij wet verplicht om een rokers- en een niet-rokersdeel in te richten. Maar of hier in praktijk veel van terecht komt, hangt sterk af van de omstandigheden.

Een van die omstandigheden is of de pet van de regionale overheid ernaar staat om de nationale wetgeving af te dwingen. In regio’s als Madrid en Valencia, in handen van de conservatieve oppositie, is dat dus niet zo. Wees niet verbaasd als u de badmeester rokend aantreft in het kaartjeshok van het zwembad. In regio’s als het socialistisch bestuurde Catalonië weer wel. Die sturen nog wel eens een inspectie de deur uit: vorig jaar 20.000 keer. Dat was direct de helft van het landelijk totaal van inspecties.

In de rest van Spanje is de rookpolitie nagenoeg een onbekend verschijnsel. In de afgelopen twee jaar deponeerde de Partij van de Niet-Rokers in Spanje 1.100 klachten wegens het overtreden van de wet, waarvan er geen een sanctie tot gevolg had.