Schaamhaar vertroebelt debat over digitaal kinddossier

Een „kruistocht” van de VVD tegen Rouvoet tekende het Kamerdebat over het Elektronisch Kinddossier gisteren. „We zijn het veel meer eens dan we denken”, zei de minister.

Is het voor de goede ontwikkeling van een kind van belang geloof en afkomst van de ouders te kennen? Is het belangrijk te weten of een ouder langdurig werkloos is, of alleenstaand? Is het zinvol te registreren welke anticonceptie een jongere gebruikt en of hij seksueel actief is?

Het zijn geen nieuwe vragen die over het Elektronisch Kinddossier leven, maar niet alle Kamerleden zijn gerust op de digitale opslag van informatie over de ontwikkeling van kinderen vanaf de conceptie tot hun 19de levensjaar. Eind 2009 moeten alle instellingen in de jeugdgezondheidszorg met digitale dossiers werken. Alle medewerkers van consultatiebureaus die zorgen voor 0- tot 4-jarigen, en de schoolartsen van de gemeentelijke gezondheidsdiensten, die kinderen van 5 tot 19 jaar in de gaten houden, krijgen er mee te maken. Minister Rouvoet (Jeugd en Gezin, ChristenUnie) hoopt ermee te voorkomen dat kinderen schade oplopen, mishandeld worden of niet veilig opgroeien.

Of het nodig is al die gegevens te registreren, wilde de Kamer gisteren weten. Rouvoet: „Ik wil als minister niet voorschrijven waar professionals op moeten letten bij de ontwikkeling van een kind. Ik ben een politicus.” De lijst met bijna 1.200 vragen die als handvat dienen voor de medewerkers van de jeugdgezondheidszorg is door hen zelf opgesteld, zei hij, en zij bepalen wat relevant is.

Toch bleven D66, en vooral de VVD bezwaar maken. Kamerlid Dezentjé-Hamming (VVD) trok flink van leer. In wat zij haar „kruistocht tegen de minister” noemt, verwees zij naar vragen over de beharing van jongens in de checklist. Blijft die uit, zijn er lichte, lange ongekrulde of donkere, gekrulde haren rond de penis zichtbaar? „We gaan duizend privacygevoelige gegevens opslaan van alle vier miljoen kinderen. Dit wordt een monsterdossier. Ik heb inderdaad een obsessie met Rouvoet ontwikkeld”, zei Dezentjé gisteren in de Kamer.

Het liberale Kamerlid werd door haar collega’s weggehoond toen zij de minster vroeg hoe de jonge Rouvoet het zou vinden gegevens over zijn schaamhaar een groot deel van zijn leven in zijn dossier mee te dragen. „U irriteert me met Rouvoets schaamhaarpolitie. Dit is stemmingmakerij”, zei Kamerlid Voordewind (ChristenUnie). „U maakt mensen bang met uw spookbeelden”, voegde Sterk (CDA) haar toe. Bouchibti (PvdA) noemde de angstmakerij van de VVD „onterecht en niet eerlijk”. Langkamp (SP): „U trekt op een kwalijke manier het goede werk van duizenden professionals in twijfel.”

Alleen Koser Kaya (D66) kwam de VVD iets tegemoet. In het digitale dossier moeten volgens haar louter gegevens komen die te maken hebben met de gezondheid van kinderen. Dus geen informatie die meer omvat, zoals over de sociale omstandigheden van de ouders. Bovendien, stelde ze, is het probleem niet dat de kinderen die risico lopen onbekend zijn, maar dat hulpverleners niet met elkaar samenwerken. Dát lost het digitale dossier volgens haar niet op.

Rouvoet deed opnieuw een poging de „verwarring” uit de wereld te helpen. Volgens de bewindsman verandert er niets concreets. De papieren dossiers van de jeugdgezondheidszorg worden slechts gedigitaliseerd. Dat is geen centrale maar decentrale (regionale) opslag. Alleen medewerkers van de jeugdgezondheidszorg hebben toegang tot de gegevens.

Consultatiebureau- en schoolartsen zullen niet alle vragen afwerken bij alle kinderen, aldus Rouvoet. Alleen relevant geachte gegevens leggen ze vast, gegevens die wijzen op risico’s. Met „deze basis dataset” werkt de jeugdgezondheidszorg sinds mensenheugenis. Ook vroeger leverden vragen van de schoolarts over iemands seksuele en hormonale ontwikkeling „genante momenten” op. De digitalisering verandert daar niets aan.

Om de 5 procent kinderen op te kunnen sporen met wie het niet goed gaat, is het nodig van allen een dossier bij te houden. De professionals beschermen persoonsgegevens eerder te goed dan te slecht, vervolgde Rouvoet. Soms melden ze kindermishandeling niet omdat zij – ten onrechte – denken dan hun medisch beroepsgeheim te schenden. „We lijken grote meningsverschillen te hebben, maar we zijn het veel meer eens dan we denken.”

Dat was ook de indruk van Kamerlid Langkamp (SP). Zij vroeg of de VVD vond dat een jeugdarts niets moest doen als hij een meisje van 16 jaar ziet dat nog steeds niet ongesteld is en nauwelijks schaamhaar heeft. Dezentjé antwoordde: „Dat lijkt me buitengewoon relevant. Daar moet je dan naar vragen.” Langkamp wist niet wat ze hoorde en zei: „De VVD heeft een enorme donderwolk gecreëerd. We zijn het allemaal met elkaar eens.”