Ontslagen arbeiders protesteren in China

Duizenden buitenlandse werknemers in de Zuid- Chinese provincie Guangdong en de buurprovincie Jiangxi hebben gisteren en eergisteren opnieuw gedemonstreerd tegen gedwongen massaontslagen.

In het zuidelijke Dongguan, een stad met tienduizenden fabrieken die vooral voor de export produceren, protesteerden ontslagen werknemers door het kantoor van speelgoedfabriek Kaida Toys te bestormen en ramen en computers te vernielen. Kaida maakt spullen voor het Amerikaanse spelletjesmerk Hasbro.

De woede richtte zich op de hoogte van de ontslagvergoeding – maximaal een maand basissalaris van 75 euro zonder verrekening van overwerkuren – en het gebrek aan alternatief werk. Ontslagen werknemers komen, mits verzekerd, in aanmerking voor een tijdelijke uitkering. De demonstranten verklaarden op internetsites dat gebleken zou zijn dat zij niet verzekerd waren. Een gewone baan aan de lopende band in de fabriek betaalt zo’n 770 yuan (87 euro).

Kaida Toys heeft achtduizend werknemers, waarvan het grootste deel zal moeten vertrekken. Door de sterk afnemende export dreigen in de Parelrivierdelta in Guangdong honderdduizenden migrantenarbeiders uit de westelijke en centrale provincies werkloos te raken, of hebben al hun baan verloren. In totaal zijn er de afgelopen maanden 67.000 van de ruim 700.000 fabrieken gesloten in Guangdong. De werkgelegenheid voor ongeschoolde arbeiders in „de fabriek van de wereld” neemt in het gebied snel af.

In de provincie Jiangxi werden bij Jingdezhen wegen naar fabrieken die personeel hadden ontslagen geblokkeerd en werden auto’s in brand gestoken, waaronder een politieauto. Ook hier was de hoogte van de ontslagvergoeding de aanleiding voor de onrust. De lokale autoriteiten hebben van Peking de opdracht gekregen demonstraties van ontslagen migrantenarbeiders niet nodeloos hard aan te pakken. Uit op Chinese internetsites geplaatste foto’s blijkt echter dat zowel in Dongguang als in Jingdezhen de politie stevig de wapenstok hanteerde.