Niet de bankiers, maar de modellen zaten fout

De Tweede Kamer praatte gisteren met de top van de financiële sector over de crisis. Hoe kon het zo ver komen? En wat hebben de banken en verzekeraars ervan geleerd?

De bankiers van de Rabobank deden in februari vorig jaar een testje. Hoeveel zou de bank kunnen verliezen op die risicovolle subprime-hypotheken aan Amerikanen met een klein inkomen? Het leek aanvankelijk een schijntje te zijn, legde Rabo-bestuursvoorzitter Bert Heemskerk gistermiddag aan Kamerleden uit.

De Tweede Kamer hield een hoorzitting met de top van de Nederlandse financiële sector over de financiële crisis. De bankiers mochten uitleggen hoe het allemaal zo ver heeft kunnen komen. Waardoor zijn de problemen ontstaan, wat staat ons nog te wachten en wat hebben de bankiers van alle misère geleerd?

Heemskerk vertrouwde het begin vorig jaar toch niet dat de bank nauwelijks risico liep. De risicoschatting bleek bij nader onderzoek gebaseerd op gegevens uit een beperkt aantal voorgaande jaren, toen de huizenprijzen almaar stegen. Zelfs na correctie van het model waren de geschatte risico’s klein. Heemskerk volgde echter zijn gevoel. „We hebben toen toch besloten die hypotheken zo veel mogelijk te verkopen.” Een voorbeeld van hoe het zover heeft kunnen komen, wilde Heemskerk maar zeggen.

De slechte modellen van de Rabobank waren herkenbaar voor de concurrenten die gisteren ook aan tafel zaten op het Binnenhof. Floris Deckers van vermogensbeheerder Van Lanschot: „Wij investeerden de afgelopen jaren enorm in het verbeteren van de risicosystemen, maar die bleken toch onvoldoende rekening te houden met de onderliggende samenhang tussen risico’s.”

Heemskerk manifesteerde zich gisteren als leider van de bancaire sector. Van brokkenpiloten van ABN Amro en Fortis was nauwelijks iets te horen. En topman Michel Tilmant van ING wilde toen hij voor het eerst aan het woord kwam meteen iets rechtzetten: hij zou nooit hebben gedreigd om het ING-concern naar het buitenland te verhuizen als de discussie over beloningen niet ophield. „Ik ben verkeerd geciteerd.”

Dick Scheringa van DSB waarschuwde voor de tekortkomingen in het huidige systeem van spaargeld dat gegarandeerd wordt. „Als een bank met 330 miljard euro spaargeld failliet gaat en wij moeten dat betalen, dan vallen we straks allemaal om.” Dat moet beter geregeld worden in Europa.

Velen riepen de Kamer op beter internationaal samen te werken bij het toezicht en sommigen pleitten voor één Europese banktoezichthouder. Zij vergaten daarbij te zeggen dat de banksector hier zelf jarenlang tegen gelobbyd heeft in Brussel. Kamerleden hadden hier geen vragen over. Interactie was ook moeilijk met negen bankiers en negen Kamerleden. Toen D66-voorman Alexander Pechtold een specifieke vraag wilde stellen werd hij door de voorzitter teruggefloten. „Ook goed”, zei Pechtold. „Dan blijven we wel aan de oppervlakte.”

Veel bankiers legden de schuld voor de crisis bij de Amerikaanse zakenbanken, bij moderne investeerders uit de private equity en bij speculatieve beleggingsfondsen. Heemskerk sprak van een „tertiaire banksector” die erbij gekomen zou zijn en die nu weer razendsnel aan het verdwijnen is. „Er zijn vele niet-banken bijgekomen die kredieten verstrekken. Je praat over triljoenen euro’s. Ik hoop dat die partijen nog terugkomen, maar ik vrees dat dat nooit meer zal gebeuren.”

Sjoerd van Keulen van SNS Reaal zei daarover: „De Nederlandsche Bank heeft als toezichthouder eigenlijk maar heel weinig inzicht in wat er gaande is.” Van Keulen had het met name over de directe handel, buiten de beurs en toezichthouders om, in risicovolle nieuwe financiële producten. Die noemde de bankier „gevaarlijk”.

Maar hadden de bankiers ook een schuldgevoel, wilde diverse Kamerleden weten. Hadden zij niet in de kern van hun vak gefaald, namelijk risicobeheersing, vroeg Kees Vendrik van GroenLinks zich af.

Glazige blikken. Hier botste de cultuur van politiek en zakenleven. Bankiers willen de problemen analyseren en oplossen terwijl politici meer geïnteresseerd leken in de schuldvraag. De woningmarkt baart bankiers zorgen, de huidige coalitie heeft dat onderwerp wegonderhandeld in het regeerakkoord.

De financiële sector zou zich volgens verschillende bankiers meer moeten richten op het algemeen nut. „We moeten trots zijn op saaiheid”, zei Jos Baeten, de topman van Fortis Verzekeringen. „We moeten meer zekerheid gaan bieden.”

Heemskerk sprak schande van de terreur van de beurs. „Banken dienen het algemene nut en moeten in handen zijn van stabiele aandeelhouders. Ze moeten dus niet beursgenoteerd zijn.” Dat hij zelf ooit Van Lanschot naar de beurs bracht verklaarde de topman na afloop met het feit dat toen slechts een minderheid op de beurs werd verkocht en een meerderheid van de aandelen in handen van betrouwbare aandeelhouders bleef.

Heemskerk noemde de beurskoers van ING als voorbeeld van de waanzin. „De huidige waarde van ING op de beurs is totale onzin. Het scheppen van waarde voor de aandeelhouder vind ik bullshit.”

Het goede nieuws van Heemskerk: we zitten op de bodem van de markt. „Veel slechter kan het niet worden.” Maar met een waarschuwing erbij. Kijk nu niet naar die risicovolle subprime-hypotheken. Die zijn nu „hoogst oninteressant” als je wilt weten hoe de financiële sector ervoor staat. „Het gaat nu om de schulden van creditcards, de gewone vorderingen en hypotheken.” En daar trok de topman van Rabobank een somber gezicht bij.