Museale mode

Nederlands design gaat de wereld over. Welingelichte bronnen houden niet op me aan het verstand te brengen dat Hollandse ontwerpers overal een woordje meespreken. Marcel Wanders, Maarten Baas, Viktor & Rolf, ze genieten een mondiale heldenstatus. Als het maar knipt, plakt en knutselt.

Vormgeving lijkt een typisch Hollandse kwaal, dus iets ervan moet wel tot het buitenland doordringen. Talloze dingen veranderen in Nederland jaarlijks, ja maandelijks van vorm, bij een complete afwezigheid van inhoud. We zijn beregoed in dozen, typografie, logo’s – de oppervlakte. ’t Verhult onze leegte.

Om in het geval van Viktor & Rolf, een duo met één winkelruimte in Milaan en drie schandaaltjes in Parijse modekringen, te spreken van wereldfaam is misschien wat overdreven.

Als designers blijven de jongens hun best doen. Er zit niets anders op.

Hun ene hand probeert te epateren, hun andere zit aan de kassa.

Er is iets mis met dat duo. Er stinkt iets.

Nu weer die overzichtstentoonstelling in het Centraal Museum in Utrecht. Voor het Van Gogh-museum mochten ze al een keer iets doen. In Utrecht stellen ze nu porseleinen poppen tentoon, gehuld in reproducties van hun kleertjes, sorry creaties. Japonnetjes op poppenformaat. Opgesteld in een poppenhuis. Groeten uit Volendam.

De pop met de gestrikte trouwjurk van Mabel is al verkocht. Voor 60.000 euro. Dat is slim. „Op aanvraag worden de poppen bijgemaakt”, lees ik. Dat wordt bedenkelijk. Voor 60.000 euro had ik wel graag een uniek prul.

„We hebben zelf geen zin meer om alleen maar museumstukken te ontwerpen; het is zoveel leuker als iemand het ook echt kan dragen”, verklaarde het duo in het jaar 2000. Ze moeten spijt van hun verklaring hebben gekregen.

Waarna ze weer aan het knutselen sloegen. Poppetjes van porselein. Aangeklede miniaturen. Snoezige meesterwerken.

Naast de zaal met het poppenhuis bevindt zich een zaal met levensgrote poppen. Mannequins van porselein. En dan zijn er nog reuzenpoppen te bezichtigen en modeshows die tegen de muur worden geprojecteerd. Een show van dooie poppen.

Personeelskosten nihil.

’t Duo kan zijn kleren moeilijk aan een haakje hangen. Je mag het museum in en je verzint wat. De keus is niet groot als het om textiele lichaamsbekleding gaat.

Een museum is weer iets anders dan een zaaltje afhuren. Het museum, dát is er mis met het gladde duo dat Viktor & Rolf heet. Door zich als kunstenaars aan te stellen werkten ze zich tien jaar geleden het museum in. Nu ze een brillen- en aftershavemerk zijn mag het museum dienen als schaamlap.