Internet naar Mars

NASA heeft voor het eerst geïnternet met een sonde die op weg is naar een komeet. De volgende stap: mailen met een Marsrobot.

NASA werkt aan een interplanetaire vorm van internet. Dat lijkt voorbarig (met wie zou je moeten chatten?) maar het is in feite aan de late kant. Verbindingen met robots op Mars moeten nu nog met de hand worden gepland en tot stand gebracht. De bedoeling van het aangepaste internet is dat dit niet meer hoeft. Het invoeren van een adres, robot@mars.gov bijvoorbeeld, moet voldoende zijn voor succesvolle communicatie.

Met de technieken die nu op internet worden gebruikt is dat niet mogelijk. Een router, dat is een computer die het verkeer regelt op internet, stuurt elk datapakketje naar een collega-router die iets dichter bij de bestemming ligt. Maar het pakketje mag alleen vertrekken naar een router die op dat moment beschikbaar is, anders raakt het zoek.

Bij dataverkeer in de ruimte heeft het soms zin een bestand weg te sturen ook al lijkt de volgende router op het uitgestippelde pad spoorloos. Die kan achter een hemellichaam zijn verscholen. Maar als hij over een uur op een geschikte positie staat en de reistijd is ook een uur – niet uitzonderlijk in het zonnestelsel – dan is het slim juist wel te verzenden.

Een van de aartsvaders van het huidige internet is Vint Cerf, nu in dienst van Google. Hij heeft voor NASA een nieuwe techniek helpen maken, Disruption Tolerant Networking (Dtn). Dtn houdt rekening met de positie van routers in het heelal. Deze rondzwevende knooppunten moeten de data relatief lang bewaren: eerst tot het goede moment om de informatie te verzenden naar de volgende router, en daarna tot de correcte ontvangst is bevestigd. Als verkeersregelaars krijgen de routers dus extra bevoegdheden. Het worden ingewikkelder apparaten, met meer rekenkracht, software die de banen kent van alle satellieten met routers aan boord, en meer hardeschijfruimte om data te parkeren.

NASA heeft een test uitgevoerd met een interplanetair internet van tien adressen, waaronder Marslanders, satellieten in een baan rond Mars en grondstations op aarde. Negen daarvan werden gesimuleerd op de computers van het Jet Propulsion Laboratory in Pasadena; één bevond zich werkelijk in de ruimte. Dat was de sonde Epoxi, die onderweg is van het ene rendez-vous met een komeet naar het andere. NASA heeft bekendgemaakt dat deze test is geslaagd. Een foto van Phobos, een van de manen van Mars, werd met succes door dit beweeglijke netwerk op aarde afgeleverd.

De verwachting is dat Dtn vanaf 2011 in satellieten en grondstations kan worden ingebouwd en dat missies naar de Maan vanaf 2015 er volledig gebruik van maken. De pr-gevoelige NASA zal dan ongetwijfeld het publiek laten mailen met een Maanrobot, of iets dergelijks. Daarna zet internet voet op Mars, met de Mars Sample Return-missie in 2020.

Herbert Blankesteijn