In het riet is geen brood meer te verdienen

De rietteelt in Nederland dreigt langzaam te verdwijnen. Het levert te weinig op. „150 hectare zijn teruggegeven aan Staatsbosbeheer. Niemand wilde ze meer maaien.”

Zijn vader deed het, hij doet het: riet telen. In natuurgebied De Wieden in de kop van Overijssel is Wout van de Belt geboren en getogen. Hier voelt hij zich thuis, midden tussen de zompige rietvelden, varend met zijn punter. Al van kindsbeen af aan is hij bij de rietteelt betrokken. „Toen mijn vader het niet meer kon – hij kreeg last van zijn rug, want het is zwaar werk – ging ik met mijn oudere broer mee. Van hem heb ik het vak geleerd.”

Maar hoe lang Van de Belt (47) nog riet zal telen, is de vraag. De verdiensten van deze seizoensarbeid zijn nauwelijks nog de moeite waard. De riettelers in De Wieden, De Weerribben en Nieuwkoop hebben een paar jaar geleden uitgerekend wat hun uurloon is. „We kwamen op een bedrag variërend van drie tot tien euro bruto per uur”, vertelt Van de Belt. „Dat is niet veel”, stelt hij vast, terwijl hij zijn boot behendig tussen de rietkragen door stuurt.

Volgende maand begint de oogst. Het dorre riet, wuivend in de wind, is al ruim twee meter hoog. „Eerst moeten de bladeren er afvallen”, zegt Van de Belt. „Nog een of twee najaarsstormen, en dan is het zover.” De oogstperiode duurt hier tot 15 april.

In de maanden dat Van de Belt in de rietteelt weinig kan doen, is hij bouwvakker en beroepsvisser. Ook maait hij gras en verricht hij andere werkzaamheden voor het Waterschap Reest en Wieden en Natuurmonumenten. „Ik verdien met zes dagen werken minder dan mijn vrouw in tweeënhalve dag. Zij is boekhouder.” Maar ja, het is a way of life, zegt hij. Dat weerhoudt hem ervan te stoppen. Hoewel er elke dag die twijfel is.

De situatie van Van de Belt is exemplarisch. En zo dreigt de rietteelt langzaam te verdwijnen. „Er wordt weinig verdiend, en dat maakt het vak onaantrekkelijk. De helft van de 260 riettelers in De Wieden en De Weerribben is ouder dan vijftig. Binnen tien tot vijftien jaar zullen er heel veel stoppen. In De Weerribben zijn vorig jaar 150 hectare teruggegeven aan Staatsbosbeheer omdat niemand ze meer wilde maaien.”

Verder hebben de riettelers te maken met stevige concurrentie uit Oost-Europa en China, waar het riet goedkoper is. Ze ondervinden ook hinder van regels, die voorschrijven dat alleen in een bepaalde periode (tot 15 maart of 1 april) gemaaid mag worden. Dat gebeurt overigens machinaal.

Al die ontwikkelingen zullen niet zonder gevolgen blijven. Rietteelt is essentieel voor het behoud van zeldzame vogels en planten. De grote karekiet, de roerdomp en purperreiger gedijen in het riet. „Als wij niet elk jaar de rietvelden (een drijvende wortelmassa) maaien, dan verpauperen ze. De velden raken langzaam bebost. Daarmee verdwijnen bepaalde vogels en planten”, zegt Van de Belt, die behalve rietteler ook voorzitter is van de Riettelersvereniging De Wieden en de Algemene Vereniging voor Rietcultuur.

Reden voor riettelers, rietdekkers, Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten, gemeente Steenwijkerland en provincie Overijssel de koppen bij elkaar te steken. Vorige week bespraken ze de problemen. „Als we de telers niet ondersteunen bij het landschapsbeheer, dan is er straks geen rietteler meer over”, zegt CDA-Statenlid in Overijssel, Jeroen Slager. „Dan ligt het gebiedsbeheer op zijn gat. Dat betekent dat het Nationaal Park Weerribben Wieden zoals het nu is, verdwijnt.” Slager staat niet alleen in zijn strijd voor het behoud van de rietteelt. Onlangs namen Provinciale Staten een motie aan waarin ze zeggen zich te zullen inzetten voor de rietcultuur.

„Belangrijkste is dat er een fatsoenlijke vergoeding komt voor het werk dat wij doen”, vindt Van de Belt.

Voor het Nationaal Park Weerribben Wieden in oprichting is enkele maanden geleden een gebiedscontract aangeboden aan minister Verburg (Natuur, CDA), waarin is becijferd dat voor onderhoud jaarlijks 1,9 miljoen euro nodig is. „Daar moet duidelijkheid over komen”, vindt Van de Belt.

De riettelers ontvangen al wel sinds enkele jaren een kleine vergoeding voor het landschapsbeheer. „We hadden daar hoge verwachtingen van, maar uiteindelijk moeten we afspraken maken met de eigenaar van de grond, en die wil, afhankelijk van de mate van onderhoud, 10 tot 25 procent van dat bedrag. Dus je betaalt pacht en nog tot een kwart van het geld dat je krijgt voor het onderhoud. Er zal echt iets moeten veranderen, anders stop ik ermee.”

Vergoeding of niet, Van de Belts kinderen zullen in elk geval niet in de traditie van de rietteelt voortgaan. „Ik heb drie dochters. En dit is zwaar werk.”