Frontlinie Mumbai

In een land met ruim 1,1 miljard inwoners is elk onheil per definitie heel groot. De terroristische aanval op Mumbai, met circa 14 miljoen inwoners een der grootste steden ter wereld, is daarop geen uitzondering.

Maar het geweld in het economische centrum van India zou nu wel eens nog ingrijpender kunnen zijn dan de kille cijfers al doen vermoeden. Een aantal feiten wijst er op een cesuur in de geschiedenis van het terrorisme in India.

Ten eerste lijken de terroristische acties vannacht goed georkestreerd te zijn. Op verschillende plekken in de stad werden tegelijkertijd operaties uitgevoerd. Behalve twee hotels, een treinstation, een vliegveld en een havendok, werden ook twee ziekenhuizen aangevallen. Door de aanslag op die hospitalen – afgekeken van een gijzelingsactie van Tsjetsjeense rebellen in een ziekenhuis van in de stad Boedjonnovsk in 1995 – werd nog meer chaos aangericht.

Ook de potentiële slachtoffers lijken zorgvuldig te zijn uitgekozen. In de twee luxehotels verbleven veel buitenlanders, onder wie leden van het Europese Parlement en topmanagers van multinationale ondernemingen, waaronder Unilever. De terroristen zouden in de hotels zelfs expliciet jacht hebben gemaakt op Amerikanen en Britten. Elders in de stad is een gijzeling uitgevoerd in een joodse gebedsruimte. De aanslagen zijn dus niet alleen gericht tegen de Indiase staat maar vooral ook tegen het Westen. Het ooit ‘ongebonden’ India is deze eeuw meer in westerse richting opgeschoven en een bondgenoot van de VS geworden.

De ‘timing’ is eveneens doordacht. De economie van India, waar voor mei 2009 parlementsverkiezingen moeten worden gehouden, staat door de kredietcrisis onder druk. De aandelenkoersen zijn met circa 50 procent gekelderd en de buitenlandse investeringen drogen op. Voor de autoriteiten in India is bovendien extra complicerend dat de daders ook in het Hindi met elkaar zouden communiceren. Dat wijst er op dat het gaat om terreur van eigen bodem. Anders dan bij eerdere aanslagen, kan de regering van India niet meer alleen buurland Pakistan van betrokkenheid beschuldigen.

Het een na volkrijkste land ter wereld moet ook in eigen huis orde op zaken zien te stellen. De hindoenationalistische Bharatiya Janata Party interpreteert dat als een opdracht de bijna 200 miljoen moslims in India kort te houden. Tegenover deze oppositie is een gematigder koers van de regerende Congrespartij gisteren mogelijk in het defensief geraakt. Dat is vermoedelijk ook de bedoeling van de aanval. Terreur gedijt immers in een klimaat van maatschappelijke polarisatie.

De gevolgen van de terreuraanval vannacht zijn nog niet te overzien. Maar de frontlinie die zich in Mumbai aftekende, toont aan dat terrorisme door zijn onvoorspelbaarheid en ongrijpbaarheid een geavanceerder wapen is geworden, waarmee nationale staten zich nog altijd slecht raad weten.

De bestrijding van deze vorm van oorlog vergt dus niet zozeer militaire precisie maar vooral ook politiek vernuft.