Bot, botter, botst

Eén constante geldt voor alle eeuwen: Nederlandse botheid. Slotbeschouwing bij de tv-serie Verleden van Nederland.

Op 9 november 1989 viel de Berlijnse muur. Precies een maand later liet de Nederlandse premier Lubbers blijken dat hij de snelle ontwikkelingen niet meer kon bijbenen. Bondskanselier Kohl had een doordacht plan gepresenteerd dat neerkwam op spoedige hereniging van de beide Duitslanden. Veel Europese regeringsleiders hadden zo hun bedenkingen, maar Lubbers sprak ze ook uit. Bij een diner in Straatsburg vroeg hij zich hardop af: „Is het op basis van het verleden opportuun dat Duitsland opnieuw één wordt?”

Helmut Kohl hoorde het aan en was diep beledigd. Volgens de Belgische premier Wilfried Martens beet hij Lubbers toe: „Ík zal u eens de Duitse geschiedenis uitleggen.” Het was het begin van een vete die Lubbers duur kwam te staan: zijn kandidatuur voor leidende internationale functies werd door Kohl rücksichtslos getorpedeerd.

De geboren Rotterdammer Lubbers ging ten onder aan die merkwaardige gemoedstoestand die de hele wereld kent als ‘Hollandse botheid’. Precies vijfhonderd jaar geleden, in 1508, muntte Lubbers’ stadgenoot Desiderius Erasmus dit begrip in zijn adagium Het Bataafse oor. ‘Hollandse botheid’ stond voor gebrek aan goede manieren en slecht functionerende zintuigen. Erasmus sloeg er zijn landgenoten herhaaldelijk mee om de oren. Het was op dat moment ook een aansporing om werk te maken van intellectuele scholing en echte beschaving.

Latere generaties Hollanders begonnen met succes een beschavingsoffensief. Tegen het einde van de 16de eeuw behoorden Nederlandse geleerden, ingenieurs, dichters en schilders tot de top in Europa. Hollandse botheid werd in hun kringen een geuzenbegrip. Daarin speelde een bijbetekenis mee, die eveneens bij Erasmus vandaan kwam. Botheid stond ook voor eerlijkheid en eenvoud.

Voor de culturele en politieke bovenlaag werd de Hollandse eenvoud een levenshouding waarmee naar believen viel te spelen en te koketteren. Ook al werd de Nederlandse elite geheel opgenomen in de wereld van diplomatieke omzichtigheid en Franse etiquette, het raffinement bleef eraan ontbreken. Je mening vriendelijk kunnen verhullen: de Zuid-Nederlander Martens deed het zonder moeite, Lubbers kon het niet.

Het was eerlijk, maar het was vooral bot, omdat hieruit duidelijk spreekt dat je je niet kunt verplaatsen in de gevoelens en overwegingen van de ander. In diezelfde jaren werd dat onvermogen nog eens pijnlijk afgestraft, in september 1991, toen een Nederlands voorstel voor vergaande hervorming van de EU door alle lidstaten zonder pardon werd verworpen. De Nederlanders hadden alle hints voor gebrek aan steun in de wind geslagen.

Sinds enkele decennia is de Hollandse botheid onmiskenbaar aan een revival begonnen. Na de Tweede Wereldoorlog omarmde Nederland, als geen ander Europees land, de Amerikaanse cultuur. De Amerikanen zijn onze trouwe bondgenoten, vooral als het op ongepolijst gedrag aankomt. Een president die de verzamelde wereldpers met ‘hi folks’ aanspreekt, is in Frankrijk ondenkbaar, in de VS kijken ze er niet van op.

Diplomatiek opereren heeft in de Nederlandse verhoudingen geen prestige meer. Het kweekt politici die ‘zeggen wat ze denken’ en die ‘recht door zee’ zijn. Het brengt de internationale betrekkingen weinig goeds.

René van Stipriaan

A.s. zondag, Ned.2, 20.15 uur: Verleden van Nederland, deel 8 (slot), over Nederland na 1949. A.s. zaterdag, Ned.2, 15.00 uur: deel 5, over de 18de eeuw.