Bird klinkt in zijn eentje als orkest

Pop Andrew Bird. Gehoord: 25/11 De Duif, Amsterdam.***

Het is een wonder, hoe Andrew Bird een heel orkest kan laten weerklinken terwijl hij in zijn eentje op het podium staat. Een sampleapparaat stelt hem in staat om diverse partijen over elkaar te spelen. Terwijl de muziek vrolijk doorgaat, pakt hij een gitaar of klapt hij in zijn handen voor het ritme.

Behalve een geoefend violist is hij een fervent kunstfluiter, die eigenlijk liever fluit dan zingt. Dat laatste doet hij mondjesmaat maar heel mooi, alsof Nick Drake in de hemel een verbond heeft gesloten met Jeff Buckley.

Geen betere plek om zulke verheven popmuziek te presenteren dan in een kerk, zou je denken. Om logistieke redenen week het programma van Paradiso voor een keertje uit naar het voormalige kerkgebouw De Duif, met een natuurlijke galm die Birds muziek nog weidser maakte dan ze op de plaat al klinkt.

De nieuwe cd Noble Beast van de zanger uit Chicago verschijnt pas in februari volgend jaar. Hij liet er nu al een handvol liedjes van horen. Ze dragen intrigerende titels als Masterswarm en Natural disaster, en handelen vaak over het buitenleven en de dierenwereld.

Andrew Bird zingt geen gemakkelijk te doorgronden liedjes, te meer omdat zijn teksten in de galmbak van De Duif als zeepbellen uit elkaar klapten.

In een gewijde atmosfeer liet hij zijn miniatuur-popsymfonieën over de hoofden van de mensen neerdalen. Een als meezinger bedoelde melodie bleek zo complex dat bijna niemand voorbij de derde noot kwam.

Zijn cover van Bob Dylans Oh sister was uniek om de onherkenbare vertolking en de kunstfluitsolo waarmee Bird de popklassieker opluisterde, zijn zoveelste van de avond. Hij is een ware original: geen vogel die makkelijk in een hokje past.