'Bijnamen zetten je aan het denken'

Sporters die hun eigen bijnaam verbeelden. Fotograaf Fjodor Buis maakte er een hele serie van. Voor Rinus Michels (alias De Generaal) kwam hij net te laat.

Bijnamen zijn een bijzonder fenomeen. Ooit werden ze bedacht om mensen met dezelfde voor- en achternaam van elkaar te onderscheiden. Zo had je Jan Verheul alias De Dokwerker en Jan Verheul alias De Stotteraar. Vaak riep een bijnaam meer herkenning op dan een echte naam. Persoonlijke eigenschappen en fysieke kenmerken spreken nu eenmaal meer tot de verbeelding dan iets waar je bij de geboorte part noch deel aan hebt.

In de sportwereld worden bijnamen vaak met een humoristische ondertoon gebruikt. ‘De Kromme’, ‘De Neus’, ‘De Zwarte Tulp’ en ‘De Pitbull’ zijn tot over de grenzen een begrip. Maar wat vinden sporters zelf van hun bijnamen? Kunnen zij er de humor van inzien? Zijn zij er misschien zelfs een beetje trots op? Afgaand op Alias , een fototentoonstelling over sporters en hun bijnamen, is het antwoord bevestigend. Want wie laat zich overeenkomstig zijn bijnaam portretteren als hij daar niets van moet hebben?

„Bijnamen zetten je aan het denken”, zegt de 40-jarige Fjodor Buis. Toen de portretfotograaf ruim vijf jaar geleden een artikel over de legendarische doelman Frans de Munck (bijgenaamd de Zwarte Panter) in de krant las, zag hij meteen een man in zwart pak voor zich, met twee imitatiepanters aan zijn zij. Zo ontstond het idee voor een fotoserie van sporters die hun eigen bijnaam verbeelden. „Ik ben begonnen met de topsporters op leeftijd”, grinnikt Buis. „Want daar komen geen managers of voorlichters meer aan te pas. De eerste op mijn lijstje was terugkijkend ook de makkelijkste: Frans de Munck stond in het telefoonboek en zei meteen ja.”

Vijfentwintig (voormalige) topsporters wist Buis te strikken, onder wie ex-zwemster Inge de Bruijn (Goudvlindertje), turner Yuri van Gelder (Lord of the Rings), ex-tennisser Richard Krajicek (De Kraai), langeafstandsloper Luc Krotwaar (De Witte Keniaan) en ex-voetballer Rinus Israel (IJzeren Rinus). De een was wat moeilijker voor de camera te krijgen dan de ander, maar áls zij er eenmaal stonden, draaiden zij volgens Buis nergens hun hand voor om.

Zo fotografeerde hij drievoudig olympisch schaatskampioene Yvonne van Gennip (‘De IJskoningin’) bij -8 graden in de kelder van een Amsterdamse bar, en moest voetballer Roy Makaay oneindig lang stilstaan op een begraafplaats in Gouda om zijn bijnaam ‘Het Fantoom’ eer aan te doen. Voor een foto van Xenia van Bijlevelt, oud-ploeggenoot van Fanny Blankers Koen, huurde Buis een rookmachine in. Van Bijlevelt gaat door het leven als ‘Klein duimpje’, en op de tentoonstelling staat zij tegen de achtergrond van een nevelig bos.

Buis spaarde kosten noch moeite voor het omvangrijke project. Hij liet op maat gesneden kostuums maken, schafte rekwisieten aan een huurde een stylist in. „Alles bij elkaar heeft het mij zo’n 5.000 euro gekost. Maar het belangrijkste is dat ik veel voldoening aan dit project heb beleefd. Het benaderen van de geportretteerden, het uitzoeken van de locaties, de tochten die we samen hebben gemaakt...ik zal het allemaal nog gaan missen.”

In de vijf jaar dat Buis aan het project werkte, overleed een van de geportretteerden: Faas Wilkes. En in het geval van Rinus Michels kwam het verzoek net te laat. Buis: „Ik heb Michels een keer thuis opgezocht, met een fles port uit 1988 onder de arm. ‘De Generaal’ voelde wel wat voor het project, maar moest nog wel even voor een hartoperatie naar het ziekenhuis in België. ‘Niets ernstigs’, hoor ik hem nog zeggen. Een week later was hij dood.”

‘Alias’ is vanaf 4 december in galerie De Melkweg te Amsterdam te zien. Naar aanleiding van de tentoonstelling verschijnt een gelijknamig fotoboek met begeleidende teksten van bekende sportliefhebbers.