Beloning Zalm valt slecht in Kamer

In de semipublieke sector geldt de Balkenendenorm als maximum voor het salaris. Maar de combinatie ABN Amro/Fortis is maar tijdelijk een staatsbedrijf. Voor wie geldt welke norm?

De beloning van topbestuurders zorgt opnieuw voor commotie. „Onacceptabel”, vindt Agnes Kant, fractieleider van de grootste oppositiepartij SP, het salaris van Gerrit Zalm. De liberale oud-minister gaat als bestuursvoorzitter van de nieuwe staatsbank Fortis Bank Nederland/ABN Amro een jaarsalaris van 750.000 euro verdienen. „Schokkend”, noemt haar collega Paulus Jansen de salarisstijgingen van bestuurders bij woningbouwcorporaties. Het aantal managers met een salaris boven de twee ton is vorig jaar verdubbeld. Zelfs bij de VVD bestaat „grote ergernis” dat bestuurders in de thuiszorg „veel te hoge salarissen” hebben.

„Een beloningscode is het geschikte instrument om dit aan te pakken”, zei VVD-Kamerlid Willibrord van Beek gisteren tijdens een debat in de Tweede Kamer over de topsalarissen bij (semi-)overheidsbedrijven. Verschillende ministers gaven een toelichting op de beloningscode die ze in samenspraak met bedrijven ontwikkelen.

In de marktsector kan het kabinet niets doen behalve naleving toetsen van de vrijwillige code-Tabaksblat voor goed ondernemingsbestuur. Maar de salariëring van bestuurders in de publieke sector en bij overheidsbedrijven die deels commercieel werken, wil het kabinet beteugelen. Want het principe van naming and shaming heeft averechtse gevolgen. Daarom komt het kabinet met strenge spelregels.

Maar de opvattingen over welke spelregels voor wie gelden lopen sterk uiteen. Nu kán minister Wouter Bos van Financiën (PvdA) het goede voorbeeld geven van een nieuwe moraal in de financiële wereld, stelt Kant en dan krijgt „een directeur van een genationaliseerde bank direct vijf keer zoveel als de minister-president”. Als dit de nieuwe moraal is, ziet ze het somber in voor de toekomst, laat Kant in een persverklaring weten.

Maar het kabinetsvoorstel over topbeloningen voor de (semi-)publieke sector, dat gisteren ter discussie stond, maakt duidelijk dat een ziekenhuis niet kan worden vergeleken met een woningbouwcorporatie, een energiebedrijf of een bank die door tijdelijke omstandigheden in handen van de staat is gekomen. Minister Bos liet de Kamer eerder al weten dat de staatsbemoeienis met Fortis en ABN Amro sterk afwijkt van andere deelnemingen, en ook geen duurzaam publiek of semipubliek karakter heeft. De deelneming is een uitzonderingssituatie waar Bos zo snel mogelijk vanaf wil.

Heel anders is de situatie bij bedrijven met publieke taken. Daarbij gaat het kabinet uit van drie verschillende categorieën bedrijven die verschillende beloningsregimes rechtvaardigen. Bedrijven met substantiële marktwerking die werken binnen publieke kaders, zoals de zorgverzekeraars, Schiphol en de Nederlandse Spoorwegen. Bedrijven met marktwerking en veel publieke invloed zoals de Bank Nederlandse Gemeenten, Holland Casino en Tennet (beheerder van het elektriciteitsnetwerk). De derde categorie bestaat uit bedrijven en instellingen waar sprake is van weinig marktwerking en veel publieke invloed zoals ziekenhuizen, Ultra-Centrifuge Nederland (kernenergie) of de Westerscheldetunnel.

Voor deze meest publieke sector geldt het strengste beloningsregime: de zogenaamde ‘Balkenendenorm’ ofwel 176.000 euro – inclusief bonussen. Maar over een dienstauto kan onderhandeld worden, maakte coördinerend minister Guusje ter Horst (Binnenlandse Zaken, PvdA) duidelijk. Voor de andere categorieën geldt een vrijer regime met een plafond van 350.000 euro. In bijzondere gevallen geldt geen plafond.

Die indeling leverde heftige reacties op. „Waarom horen Schiphol en de NS in de lichtste categorie terwijl beide bedrijven een monopoliepositie innemen”, wilde Paul Kalma, PvdA-Kamerlid, van Bos weten. Omdat de NS zestig procent van de omzet uit vastgoed haalt en Schiphol in een behoorlijk concurrerende omgeving opereert, verdedigde Bos de indeling.

De nieuwe minister van Wonen, Wijken en Integratie, Eberhard van der Laan, kreeg een spervuur van vragen over de almaar stijgende salariëring bij de woningbouwcorporaties. Want waarom vallen de corporaties niet onder het zwaarste regime van de Balkenendenorm, wilde Jolande Sap van GroenLinks weten. Van der Laan erkende dat er nog „het nodige is te verbeteren” en vroeg om enig geduld. De codes zijn in de maak en er worden nu „echt inkomensplafonds wettelijk vastgelegd”.

Minister Maria Van der Hoeven van Economische Zaken zal de salarissen bij netwerkbedrijven in de energiesector aan normen gaan binden. De salarissen bij commerciële bedrijven – de splitsing tussen netwerk- en productiebedrijven is in volle gang – laat ze vrij. Sommige bedrijven lopen daarop vooruit, zo blijkt uit de beloningen over 2007 van Essent-topman Boersma (901.000 euro) en Nuon-directeur Van Halderen (724.000).