Barroso holt vooruit

Toen de financiële crisis half oktober haar apotheose bereikte, reageerden de landen van de EU opmerkelijk eensgezind. Binnen een etmaal namen de meeste regeringen dezelfde maatregelen om het financiële systeem, dat in acuut gevaar was, te redden. Nu het beleid zich evenwel richt op het bestrijden van de economische gevolgen van de crisis, is van die eensgezindheid minder sprake.

Gisteren presenteerde voorzitter Barroso namens de Europese Commissie een economisch stimuleringsplan dat neerkomt op extra uitgaven van 1,5 procent van het bruto binnenlands product van de EU, ofwel zo’n 200 miljard euro. In wezen is dat plan voor een samenvatting van verschillende nationale initiatieven. Het is de vraag of de optelsom daarvan de 200 miljard ooit haalt. Binnen de Commissie zelf lijkt er al geen consensus over te bestaan: er zijn zorgen over de budgettaire gevolgen, en over de invloed van staatssteun op de vrije concurrentie binnen de EU.

Ook de lidstaten kijken verschillend tegen de receptuur aan. Dat is niet verwonderlijk. Groot-Brittannië, Ierland en Spanje kampen met een zeepbel op de huizenmarkt en met hoge particuliere schulden. Duitsland heeft geen problemen met zijn woningmarkt maar maakt zich eerder zorgen dat de burgers te veel sparen. En president Sarkozy van Frankrijk opteert voor een „nieuw kapitalisme” waarin de staat een actievere rol speelt dan tot nu toe.

Het is lastig om daar eenheid in aan te brengen. Misschien moet de Commissie die ambitie ook niet hebben. Het is beter dat zij toeziet op de gevolgen van de verschillende nationale beleidslijnen. Zoals concurrentievervalsing en budgettaire discipline.

Vooral de begrotingsgevolgen verdienen aandacht. Volgens de laatste prognoses van de OESO koerst Groot-Brittannië volgend jaar af op een tekort van 5,3 procent van het bbp. Ierland komt op een tekort van 7,1 procent. Frankrijk nadert de 4 procent. Buiten Europa stevenen de VS af op een begrotingstekort van maar liefst 6,7 procent.

Dat zijn alarmerende cijfers. De Duitse bondskanselier Merkel hekelde gisteren het Amerikaanse crisisbeleid, dat een ongekende geldschepping vergt. Het Duitse nationale economische trauma heet hyperinflatie. De eerste politieke reflex is er van oudsher op gericht dat te voorkomen. Het Amerikaanse trauma zijn de depressie en deflatie van de jaren dertig. De reflex is daar om juist dát tegen te gaan.

Deze verschillen klinken door binnen de EU. In Europa is, met de komst van de euro, een strikte budgettaire discipline afgesproken. In principe is het de lidstaten in zware tijden toegestaan het begrotingstekort op te laten lopen, vooral om te voorkomen dat er bezuinigd moet worden als het economisch al tegenzit. Maar actief stimuleren van de economie is een ander verhaal. Barroso breekt in wezen met de afspraken als hij dit propageert. Zo’n breuk vergt politiek overleg met de lidstaten en geen premature solo van de voorzitter van de Commissie. De top van regeringsleiders en staatshoofden van de lidstaten, volgende maand, is daar het gremium voor.