Amsterdam wil kunstpaleis van 100 miljoen op de Zuidas

Iets als het Grand Palais in Parijs en het Paleis voor Schone Kunsten in Brussel wil Amsterdam bouwen om het kantorendistrict Zuidas een direct herkenbaar cultureel baken te geven.

Amsterdam wil aan de Zuidas een kunstpaleis bouwen dat honderd miljoen euro zal gaan kosten. In deze tentoonstellingshal, die de werktitel ‘Amsterdam Expo’ draagt, moeten grote internationale tentoonstellingen komen. Ook moet het gebouw, dat in 2014 opgeleverd moet worden, een opvallend, gezichtsbepalende architectuur krijgen; een gebouw als een icoon. Met dit nieuwe initiatief is het eerdere plan voor een designmuseum op de Zuidas van de baan.

Wethouder Carolien Gehrels schaarde zich gistermiddag, tijdens een persconferentie in het WTC-gebouw aan de Zuidas, achter dit daar gelanceerde plan van de Commissie Cultuur Zuidas. De gemeente begint een haalbaarheidsonderzoek, dat in het voorjaar moet zijn afgerond.

De commissie, waarin Martijn Sanders (ex-Concertgebouw), Wim Pijbes (Rijksmuseum) en Joost Kuiper (ABN Amro) zitting hadden, onderzocht in opdracht van de gemeente de culturele invulling van de Zuidas, een ambitieus kantoordistrict in aanbouw.

De 24 miljoen euro die de gemeente en de ING Bank voor het designmuseum hadden gereserveerd, gaat nu naar het nieuwe kunstpaleis. De resterende miljoenen moet de gemeente nog zoeken, bij het Rijk en bij andere bedrijven.

Martijn Sanders zei gisteren dat hij denkt aan een gebouw als het Grand Palais van Parijs en het Paleis voor de Schone Kunsten in Brussel. Het paleis krijgt geen eigen collectie, maar dient als expositieruimte voor het Rijksmuseum, het Stedelijk Museum, het Van Gogh Museum, het Tropenmuseum en de Nieuwe Kerk, die hier exposities kunnen houden die bijvoorbeeld te groot zijn voor de eigen gebouwen.

Volgens Sanders is er in Amsterdam dringend behoefte aan zo’n grote expositieruimte voor ‘blockbusters’ (kaskrakers). Gehrels rekent op een half miljoen tot een miljoen bezoekers per jaar. Het kunstpaleis, dat vijfhonderd vierkante meter groot moet worden, moet aan het eind van de Beethovenstraat verrijzen, na het Beatrixpark.

De commissie geeft in zijn rapport ook nog andere adviezen voor de Zuidas. Sanders en de anderen vinden het een slecht idee dat projectontwikkelaars de culturele planologie van de Zuidas bepalen, omdat ze daar volgens hen geen verstand van hebben. Volgens Sanders moeten de gemeente en het Rijk de regie terugpakken. Er moet een ‘intendant cultuur’ worden aangesteld „met het gewicht van een Rijksbouwmeester”.

Volgens wethouder Gehrels staat de bouw van het kunstpaleis van honderd miljoen geheel los van de problemen met reeds lopende grote projecten: de bouw van de Noord-Zuidlijn, en de verbouwing van het Rijksmuseum en het Stedelijk Museum. Bovendien vindt ze bouwen aan de Zuidas op allerlei manieren makkelijker.

Het Zuidasproject werd de laatste tijd getroffen door vastgoedfraude, waardoor bijvoorbeeld theaterproducent Joop van den Ende de bouw van een theater opschortte. Investeerders krabbelden terug nadat ze niet langer geloofden in het ‘Dok’: het in tunnels stoppen van de wegen en spoorlijnen die de Zuidas doorsnijden; cruciaal voor het project.

Ondanks de huidige financiële en economische crisis sprak wethouder Gehrels vorige maand reeds over de komst van een „derde Amsterdamse Gouden Eeuw”.

Directeur Jan Stoutenbeek van het projectbureau Zuidas zegt dat bij het veertigjarig project van de Zuidas al rekening is gehouden met vier economische cycli, en kijkt dus niet op een crisis meer of minder.

Martijn Sanders ziet de bouw van een grand projet in tijden van malaise niet als tegenstelling: „Ik ben geen econoom, maar volgens mij moet je juist tijdens een crisis fors investeren.”