Welk pak past bij je beroep?

De grenzen tussen maatpak en confectiepak vervagen.

De laatste trends in de Nederlandse kantoormode volgens kostuumverkopers.

Utrecht. - Ga je uit van het kostuum of ga je uit van de man? Dat is in het kort gezegd het verschil tussen confectie en maatwerk. In het kort gezegd. Want op het eerste congres van Het Kleermakersgilde in het luxueuze hotel Karel V in Utrecht bleek maandag dat de grenzen tussen maatpakken en confectiepakken vervagen. Maatpakken worden lang niet altijd meer door dezelfde persoon opgemeten, uitgetekend en genaaid. En als een confectiepak niet helemaal past, kan de arm er best wat hoger ingezet worden, of het jasje wat langer besteld. Maatconfectie heet dat.

Het Kleermakersgilde, dat in februari is opgericht, wil het kleermakersvak in de Benelux op een hoger niveau brengen door kennis te delen. Na lezingen over stofkwaliteit en maatpakken, volgden de ruim dertig aanwezige pakkenverkopers en kleermakers workshops over patroondenken en klantgerichtheid.

Het verschil is voor een leek misschien niet direct zichtbaar, de mannen op het congres weten maatpak en confectie er zo uit te pikken. „Zie je die rimpel in de stof, op zijn schouderblad”, vraagt Marcel Marbus, een van de directeuren van Het Kleermakersgilde. Hij wijst naar een lange man in een grijs colbert. Het sluit mooi aan, zo lijkt het. „Dat is geen maatwerk”, zegt Marbus beslist (draagt: een Italiaans pak met Prince of Wales-ruitmotief en een pochet).

Het Italiaanse pak is oververtegenwoordigd op het congres. Ook bij hun klanten merken de pakkenverkopers een stijgende vraag naar de Italiaanse snit. „Het is de beleving”, zegt Marbus. „Maar er is maar een kleine groep Nederlanders die het Italiaanse pak met z’n smalle schouders en smalle pijpen past.”

De andere favoriet onder de pakken is de Engelse variant. Het kenmerkt zich door een hoge, smalle taille van het colbert, dat haast klokkend uitloopt, brede pijpen en een ruim op de heup zittende broek. „Het straalt zekerheid uit”, vertelt Roel Wolbrink, ook werkzaam bij Het Kleermakersgilde (draagt: een klassiek blauw Italiaans pak met Engelse snit, met een lichtblauwe stropdas).

En, zegt Wolbrink, het Engelse pak past in de huidige ontwikkelingen. Met een economisch slechte periode voor de boeg gaan veel mensen voor duurzaam. En voor ingetogen kleuren en stoffen. Het tijdloze Engelse pak voldoet daaraan. Een recessiepak noemt Wolbrink het. Dat klinkt wat denigrerend, maar volgens Wolbrink is het juist goed als een pak saai is. Het moet om de inhoud gaan.

Met details maak je je pak persoonlijk. Opvallend is dat op het congres veel mannen gekozen hebben voor een mix van Italiaanse en Engelse kenmerken. Zo heeft een aantal aanwezigen op het congres typisch Engelse mouwstukken op de ellebogen. De Gentse kleermaker Aravinda Rodenburg heeft oranje sierstiksels in zijn kostuum gebruikt en op het Egyptisch katoenen overhemd van Marijn Smit, werkzaam bij maatwerkbedrijf New Tailor, zijn de initialen M.S. genaaid.

De pakkenverkopers weten wat mogelijk is en lopen wellicht voor op de trend. Feit is wel, zegt Marijn Smit (draagt: handgemaakt Italiaans colbert en een plusfour – een broek tot op de kuiten, met Burlington kousen), dat het Nederlandse pakkenland aan het veranderen is. „Als ik vertel over Super 200 [term om wolkwaliteit aan te duiden, red.], dan weten de meeste klanten niet waar ik het over heb. Maar bij Savile Row, de bekende plek in Engeland waar maatpakken worden gemaakt, gaat bij velen wel een belletje rinkelen. Ik vergelijk het met restaurants. Dertig jaar geleden koos iedereen een biefstukje met champignons. Dat is nu wel anders. Ik zie zo’n verschuiving ook langzaam opkomen in ons vak.”