Wees gewaarschuwd: voor een flinke dosis horror, necrofilie en humor

Cargo 200 (Gruz 200). Regie: Aleksei Balabanov. Met: Agniya Kuznetsova, Aleksei Poluyan, Leonid Gromov. In: Filmmuseum, Amsterdam; Haags Filmhuis; Lantaren/Venster, Rotterdam. Daarna tournee langs andere filmtheaters. ****

Regisseur Aleksei Balabanov kennen we van de zwarte politiek-pornografische komedie Of Freaks and Men. Ook het begin dit jaar in Rotterdam met de KNF-prijs van de Nederlandse filmkritiek bekroonde Cargo 200 is weer vreemd genoeg om nieuwsgierig te maken.

Het is in zekere zin een comeback. Met de gangsterfilms Brat en Brat 2 raakte de regisseur in nationalistisch vaarwater: Brat 2 zat zo vol raciale stereotypen en opgepompt patriottisme dat de film nauwelijks buiten Rusland viel te vertonen. Het 'broertje' maaide in Brat 2 veel wilde zwarten en domme Oekraïeners neer, als hij zelf niet door perfide joden werd bedrogen.

Cargo 200 blijkt weer voor niet-Russen verteerbaar. Balabanov neemt ons mee terug naar het pre-perestrojkatijdperk waar een impotente ex-militair en een atheïstische professor zo’n beetje de twee uitersten van het oude Sovjetrijk verbeelden.

Belangrijker dan hun omzwervingen langs de nachtkant van het grauwe, fictieve stadje Leninisk zijn hun dronkenmangesprekken over god, het leven, moedertje Rusland en vadertje Stalin. Balabanov legt ze heel wat mistroostige filosofieën in de mond, en als Michail de militair en Artjom de atheïst er even niet uitkomen, zijn er nog talloze Russische volksliederen op de soundtrack die hun weemoed en ellende moeten verwoorden.

Het noodlot zit ze op de hielen en alles werkt toe naar die nietsontziende finale waarin Balabanov korte metten maakt met elk nostalgisch verlangen naar de goede oude tijd. Niks back to the USSR. En ja, parallellen met het door kapitalistische gangsters overheerste heden zijn er, zoals in elke goede historische film, in overvloed. Meer over de plot verklappen zou zonde zijn. Wees gewaarschuwd voor een flinke dosis horror, necrofilie en humor.