Voor de schaarste valt niet meer te vluchten

Rusland verkeert in crisis. Het feest van de hoge gas- en olieprijzen is voorbij.

In het stadje Kolomna doet de gemeente haar best de werkelijkheid te verbergen.

In Kolomna verschuilt de economische crisis zich onder een sneeuwvacht. Het niet ver van Moskou gelegen stadje, met een gerestaureerde vesting, houten huizen en stalinistische zuilen, vertoont de welvaart die zich de afgelopen jaren over grote delen van Rusland heeft uitgestrekt. Op het Sovjetplein staan rondom een drive-in van McDonald’s drie winkelcentra met alles erop en eraan.

Crisis? „Bij ons is niets aan de hand”, zegt Dmitri Redkin in zijn met een portret van president Medvedev versierde werkkamer op het gemeentehuis. Hij is plaatsvervangend hoofd van de economische afdeling van het stadsbestuur. „Al weet ik natuurlijk niet wat de dag van morgen zal brengen”, voegt hij toe.

In Redkins Kolomna wordt de idylle van Poetins bloeiperiode stug volgehouden. Ook al heeft president Medvedev toegegeven dat door de ineenstorting van de olieprijzen nu ook Rusland in een economische crisis verkeert. Niet in Kolomna. „De salarissen worden uitbetaald, er hoeft niemand te worden ontslagen, de twaalf banken die we hebben, zitten niet in de problemen en verstrekken gewoon leningen aan de bevolking”, zegt de ambtenaar. „En er is niemand bankroet gegaan.”

In het stadhuis van het 148.000 inwoners tellende stadje flakkert hoop. Maar wat gaat het gemeentebestuur doen als die hoop wegebt? Redkin: „Zelf kunnen we niets doen. We zijn voor ons budget geheel afhankelijk van het bestuur van de regio Moskou. Als het misgaat, kunnen we hooguit reageren op wat er gebeurt. Van preventieve maatregelen is geen sprake. We moeten eerst wachten op instructies van boven.”

Van een stadje als Kolomna zou je verwachten dat een belangrijk deel van de 50.000 werkende inwoners een baan in Moskou heeft en dagelijks heen en weer reist. Maar volgens Redkin is het tegendeel het geval: „Iedereen werkt hier in de stad.”

En dan is er nog de fabriek ZTS, voormalig pronkjuweel van Kolomna, die in het Sovjetverleden onderdelen voor locomotieven, zware machines en raketten maakte en een groot deel van de werkende stadsbevolking van een baan voorzag. „De fabriek is nog altijd de grootste in Kolomna en functioneert volop”, zegt Redkin.

Zoals wel vaker in Rusland bestaat er naast de officiële werkelijkheid een andere. Dat blijkt in het uitgestorven filiaal van supermarktketen Samogval. Anders dan bij de Perekrjestok, waar de producten goedkoper zijn, is hier een aanzienlijk deel van de schappen leeg. Gevolg van slecht management, dat zich tijdens de crisis dubbel wreekt. In de anders volgestouwde wodka-afdeling staan de laatste twintig flessen uitgespreid op de plank om de schaarste te verhullen. Diezelfde treurnis is te zien op de chocolade- en koekjesafdeling. Het doet denken aan de Sovjet-Unie.

Bij de halflege koelvakken op de zuivelafdeling is de houdbaarheidsdatum van de resterende producten al tien dagen overschreden. De schappen met bier, vruchtensap, Coca-Cola en dierenvoer zijn leeg. In de diepvrieskisten zit vrijwel niets meer. „Sinds een paar weken verkopen we geen groenten meer”, zegt een winkelmeisje.

Ook in de andere winkels waart het spook van de crisis rond. De mode- en schoenenwinkels op de eerste verdieping van het winkelcentrum zijn vrijwel uitgestorven. „Sinds twee maanden hebben we bijna geen klanten meer”, zegt verkoopster Jelena in haar dameskledingwinkel. „Tot voor kort was dit een goedlopende zaak. Doordat we gespecialiseerd zijn in grote maten hebben we doorgaans een stabiele klandizie.”

Bij het verlaten van het winkelcentrum valt ineens op dat de werkzaamheden bij de naast het gemeentehuis liggende nieuwbouw zijn gestaakt. In dat opzicht verschilt Kolomna weinig van de rest van het land, waar inmiddels 87 procent van de bouwactiviteit is gestaakt en vele duizenden arbeiders op straat zijn komen te staan, zonder uitkering.

Voorbij de brug over de rivier de Oka ligt een bouwmarkt. Op het met hekken af te grendelen terrein zijn tientallen kleine zaakjes gevestigd waar sanitair, verf, behang, hout, klein gereedschap en huishoudelijke apparatuur worden verkocht.

Anatoli Goldberg, een voormalig ingenieur van de ZTS-fabriek, is een van de kleine ondernemers op het marktterrein. Toen de ZTS in het roebelcrisisjaar 1998 failliet ging en hij na dertig jaar trouwe dienst zijn baan verloor, zette hij een handeltje in gereedschappen op. De eerste vier jaar ventte hij zijn waren op straat. Maar sinds zes jaar huurt hij een vergrote kast op de markt. Daar brengt hij tegen een bescheiden winst de gereedschappen aan de man, die hij in Moskou bij een metaalgroothandel met korting inslaat.

Aan zijn teruglopende omzet merkt Goldberg wel degelijk dat het crisis is. „Maar gelukkig is mijn handel vrij stabiel, omdat ik gereedschap verkoop dat je elders in de stad bijna niet vindt. De handelaren in bouwmaterialen hebben meer onderlinge concurrentie en staan er slechter voor. Maar vooralsnog helpen we elkaar.”

Buiten, in de wit besneeuwde ‘koopgoot’, rijden de klanten af en aan. Hier lijkt de economie nog te bloeien. „De mensen zijn onrustig”, zegt Goldberg. „Ze kopen zelfs meer dan voor het begin van de crisis, omdat ze van hun roebels afwillen. Als ze straks zijn uitgekocht, beginnen de problemen voor ons pas echt.”

Zelf is Goldberg als kleine ondernemer vrij onafhankelijk. Zoals het merendeel van de Russen heeft hij geen bankrekening. Van zijn winst koopt hij meteen nieuw gereedschap of levensmiddelen. Grote uitgaven kan hij zich niet permitteren. „Bovendien is het op dit moment onmogelijk om bij de bank een lening af te sluiten voor bedragen boven de 100.000 roebel (2.800 euro)”, zegt hij.

Over de ZTS-fabriek weet hij nog meer te vertellen. „Zeggen ze op het gemeentehuis dat die weer volop werkt?” lacht hij. „Nou, maar dan wel met een vijftigste van het vroegere personeel. Totdat de fabriek over de kop ging, werkten er 10.000 mensen en nu zijn het er 200, die alleen nog maar wat reparatiewerkzaamheden uitvoeren. Geproduceerd wordt er niets.” En, gaat hij verder, als ze beweren dat een meerderheid van de werkende bevolking een baan in Kolomna heeft, is dat ook niet waar. Want bijna iedereen hier forenst naar Moskou.