Toekomst Citigroup is uiterst onzeker

De Amerikaanse regering lijkt Citigroup van de ondergang te hebben gered. Maar deze jongste reddingsoperatie doet niets aan de langetermijnproblemen van de geplaagde megabank.

In de eerste plaats blijven mogelijke verdere verliezen een grote zorg. Citigroup moet zelf de eerste 29 miljard dollar (22 miljard euro) aan verliezen dragen, bovenop de voorzieningen die al zijn getroffen voor de portefeuille met ‘giftige’ bezittingen van rond de 300 miljard dollar, die nu door de overheid is ‘gewaarborgd’.

Maar dat heeft louter betrekking op het vastgoedbezit. De balans van Citigroup, ter waarde van 2.000 miljard dollar, is gevoelig voor problemen met bedrijfskredieten op markten over de hele wereld, die erger kunnen worden als de economische omstandigheden verslechteren.

Citigroup kan wijzen op een dit jaar tot nu toe redelijk stabiele onderliggende kasstroom, ondanks de verliezen die de bank heeft geleden op in moeilijkheden verkerende bezittingen. En als de economie zich eerder dan verwacht herstelt, zou de bank geluk kunnen hebben en verdere problemen kunnen vermijden. Maar dan wordt er nog steeds geheel voorbijgegaan aan de aanhoudende zorgen over het bestuur en de bestuurbaarheid van de bank.

Leiderschap is een lastige kwestie. Topman Vikram Pandit heeft het niet vreselijk slecht gedaan. Hij heeft op personeels- en andere kosten bezuinigd, en ongewenste belangen en bedrijfsonderdelen afgestoten. Maar deze maatregelen hebben weinig indruk gemaakt op beleggers, terwijl de enorme wisselvalligheid van de markten en het weifelachtige optreden van de overheid hun effectiviteit hebben beperkt.

Als Citigroup Pandit dus al na een jaar weer aan de kant zou zetten, vooral zonder concrete aanleiding en zonder geschikte opvolger, zou dat bijna neerkomen op een bekentenis dat de reuzenbank die door Sandy Weill is opgebouwd in feite onbestuurbaar is. Dat leek ook vóór de kredietcrisis al het geval, toen de bank moeite had – en er dikwijls niet in slaagde – om te profiteren van haar schaalvoordeel.

Het stutten van grote banken lijkt aan de orde van de dag voor de Amerikaanse toezichthouders. Maar als ze naar de toekomst kijken, moeten de beleidsmakers zich afvragen of zij wel willen aansturen op nog meer grote financiële instellingen die door hun omvang niet mogen omvallen. Het opsplitsen van Citigroup is op dit moment geen optie, want slechts de meest stabiele en waardevolle bedrijfsonderdelen zouden verkocht kunnen worden en in de huidige omstandigheden zou dat een destabiliserende uitwerking kunnen hebben.

Maar als de hervormingen van Pandit geen vruchten afwerpen, vooral op het moment dat de markten weer gaan aantrekken, zou een opsplitsing weer aan de orde gesteld kunnen worden, samen met vragen over zijn leiderschap. Dat kan zelfs nog sneller gebeuren als Citigroup uiteindelijk terug naar Washington moet om opnieuw om geld te vragen.

Antony Currie enRichard Beales