Recensent draagt een clownsneus

Hij kent Kuifje, Peanuts, Pep, Maus en Will Eisner. Op basis van deze stripbelezenheid meent Robert Anker in zijn recensie van het literaire striptijdschrift Eisner (NRC Handelsblad, 19-11) de strip te kunnen afbranden. Anker zegt dat een strip altijd ‘licht’ is en in de VS niet voor niets comic wordt genoemd, maar de door hem bewonderde Art Spiegelman heeft al in de jaren tachtig voorgesteld voortaan te spreken over comix, dat wil zeggen: de strip als mengsel van tekst en beeld.

Anker schrijft dat de populaire kunsten vanaf de jaren vijftig serieuzer werden genomen, ‘alsof het kunst was’. De strip beleefde zijn eerste bloeitijd al begin vorige eeuw en werd daarom door Gilbert Seldes in zijn essaybundel The seven lively arts uit 1924 (!) tot de kansrijkste nieuwe muzen gerekend.

Ook schrijft Anker: „Stelt u zich voor dat de figuren op een tekening van Rembrandt van een tekstballonnetje zijn voorzien – de kunstuitdrukking zou daardoor op slag onteigend zijn.” Als Anker zijn clownsneus even afzet, zou hij zich herinneren dat de Dadaïsten een snor op de Mona Lisa tekenden, waardoor de ‘kunstuitdrukking’ alleen maar toenam.

Joost Pollmann

Voor een uitgebreide reactie: zie nrc.nl/achterpagina.