Plan voor een nieuw orkest in Utrecht

Sinds 1985 heeft Utrecht geen eigen orkest meer. Dat moet volgend jaar veranderen met de oprichting van de Nieuwe Philharmonie Utrecht.

Kasper Jansen

Utrecht zal opnieuw een eigen symfonieorkest krijgen, de Nieuwe Philharmonie Utrecht. Het orkest moet het kwakkelende klassieke muziekleven in de vierde stad van het land stimuleren. Dat zeggen initiatiefnemers Bart van Meijl, onder andere bestuurder van een aantal muziekinstellingen, en Johannes Leertouwer, de violist en dirigent die het orkest gaat leiden. Een voorkeursdatum voor het eerste concert hebben ze al: 16 mei 2009.

Een traditioneel groot en zwaar gesubsidieerd orkest zal de Nieuwe Philharmonie Utrecht niet worden. Het moet klein en flexibel zijn met verschillende bezettingen: zoiets als 25, 35 of 43 free-lance-musici, afhankelijk van het repertoire uit de laatste drie eeuwen dat daarmee is te spelen. Het orkest gaat werken op incidentele basis: niet elke week optredens, maar projecten – hoeveel is nog niet duidelijk.

De Nieuwe Philharmonie Utrecht heeft een mooie toekomst voor zich, betogen Van Meijl en Leertouwer in een beleidsplan. De gemeente Utrecht is cultureel zeer ambitieus en bouwt nu op het plein Vredenburg aan het 100 miljoen euro kostende Muziekpaleis met vijf zalen dat in 2012 moet worden geopend. De 300-jarige Vrede van Utrecht wordt groots gevierd in 2013, zoals met het Utrecht Te Deum van Händel. En Utrecht wil in 2018 de Culturele Hoofdstad van Europa zijn.

Nu is het treurig gesteld met het Utrechtse klassieke muziekleven. De tijdelijke zaal Vredenburg Leidsche Rijn, de ‘Rode Doos’ op een bedrijventerrein aan de snelweg A2, biedt een karige programmering, trekt te weinig bezoekers en lijdt een fors verlies. De NPS, de Avro en de Tros die er met het Muziekcentrum van de Omroep elke vrijdag een concert organiseren, klaagden al bij het Utrechtse gemeentebestuur over de marginale positie van de klassieke muziek in Utrecht.

De lokale en provinciale overheden in Utrecht zijn enthousiast, zegt Bart van Meijl, die zelf hoorn en orkestdirectie studeerde en vice-voorzitter van het CDA in Utrecht is. Veel is nog onduidelijk over de praktische zaken, vooral over de financiering. Het zijn geen gunstige tijden voor nieuwe initiatieven, subsidiënten en sponsors staan niet bij de kunst op de stoep. Van Meijl wuift die twijfels weg: „Fondsen hebben door de kredietcrisis niet al hun geld verloren. Het orkest wordt relatief klein en werkt goedkoop met een minimum aan overhead.”

De Nieuwe Philharmonie Utrecht wil zich niet identificeren met het huidige Vredenburg Leidsche Rijn, maar daarmee wel samenwerken. Gisteren was daarover een eerste overleg. Johannes Leertouwer, onder andere ook concertmeester van de Nederlandse Bachvereniging, verwoordt de artistieke missie: „Het orkest moet wortelen in de stad en de regio. Er komen veel educatieve activiteiten, niet omdat het zo hoort, maar omdat het fundamenteel is voor het functioneren van het orkest. We moeten in Utrecht werken aan het herstel van de relatie tussen de klassieke muziek en het publiek, vooral de jeugd.”

Sinds 1985 heeft Utrecht geen eigen orkest meer. Toen ging het Utrechts Symfonie Orkest (USO) op in het in Amsterdam gevestigde het in Nederlands Philharmonisch Orkest, samen met het Amsterdams Philharmonisch Orkest en het Nederlands Kamerorkest. Het USO kwam onder andere voort uit een orkest dat al in 1631 concerten gaf. In de 19de eeuw kende Utrecht in het Gebouw voor Kunsten en Wetenschappen een succesvol muziekleven. De violisten Joseph Joachim en Henryk Wieniawski traden er op, net als de pianiste Clara Schumann. Robert Schuman en Johannes Brahms dirigeerden er eigen werk. Nog steeds bekende dirigenten als Richard Hol, Jan van Gilse, Evert Cornelis en Willem van Otterloo waren chefs van het USO.