Patiënt met kanker onthoudt maar helft van wat de arts zegt

ROTTERDAM. Van het eerste gesprek met een oncoloog onthoudt een patiënt minder dan de helft van de informatie. Hoe meer de arts vertelt, vooral over de prognose, des te minder informatie blijft hangen, zelfs wanneer de prognose gunstig is. Dat schrijft onderzoekster Jesse Jansen van het Nederlands Instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg (NIVEL) in een online publicatie in het Journal of Clinical Oncology .

Samen met Nederlandse en Australische collega`s onderzocht Jansen 260 volwassenen in Australië met allerlei vormen van kanker, die voor een eerste consult bij een oncoloog of radioloog kwamen. Van tevoren stelden de onderzoekers vast hoe ongerust de patiënt was. Binnen tien dagen stelden de onderzoekers de patiënten per telefoon open vragen over de diagnose, de prognose, en de behandeling. Ze vroegen bijvoorbeeld naar de plaats van de kanker, de ernst ervan, de kansen op genezing, welk soort behandeling ze zouden krijgen, en wat de bijwerkingen waren.

Wat de patiënten vertelden, vergeleken ze met een geluidsband van het feitelijke gesprek. Hoe ouder de patiënten waren, hoe minder informatie ze hadden onthouden. Maar niet alleen de leeftijd was van invloed. Van langere gesprekken en van gesprekken waarin veel informatie was gegeven, onthielden mensen minder. Dat gold zowel voor mannen als vrouwen, van alle opleidingsniveaus.

Belangrijke beslissingen, bijvoorbeeld over de behandeling, zouden beter in een tweede gesprek besproken kunnen worden. Om te zorgen dat patiënten zich het gesprek beter herinneren, stellen de onderzoekers onder meer voor dat de arts het gesprek nog eens samenvat, simpele taal gebruikt, of teksten of geluidsbanden meegeeft. Nederlandse artsen raden vaak al aan om iemand mee te nemen naar het consult.