Open een graf in Congo en je opent het verleden

In een stad in Zuid-Kivu werd deze week een graf met meerdere skeletten gevonden.

Het kunnen slachtoffers zijn uit allerlei conflicten, maar de haat weet raad.

Maandagochtend gaat de telefoon. Het is de assistent van de vice-gouverneur. „Waar zit je? De vice-gouverneur laat weten dat hij iets heeft wat je zal interesseren. Trek je werkkleding aan en kom zo snel mogelijk hierheen.” Ik schiet in mijn palladiums en spring op een motortaxi naar het gouverneurskantoor in Bukavu. Daar vertelt de kabinetschef het nieuws.

Bij bouwactiviteiten op het industrieterrein in Bukavu, vlakbij de centrale gevangenis, zijn menselijke resten aangetroffen. De kabinetschef spreekt zelfs van een massagraf. Toen bouwvakkers een gat groeven voor een septische tank, stuitten zij op een laag beenderen. De politie werd gewaarschuwd en de bouw stilgelegd. Die middag zal een officiële delegatie polshoogte nemen, ik ben ook uitgenodigd. Maar er zal niets te zien zijn. „We schermen het af voor publiek.”

Daar heb ik mijn werkschoenen niet voor aangetrokken. Ik heb een vaag idee waar het graf zich moet bevinden en pak weer een motortaxi. Na wat rondvragen rondom de gevangenis, vinden we de locatie. Een hoop witgrijze botten ligt naast het vers gegraven gat. De politieagent die er ter bewaking bij zit, houdt een stuk in zijn hand dat op een bovenarm lijkt. Diep in de kuil is aan alle kanten een rand beenderen zichtbaar.

’s Middags wordt er gegraven onder het toeziend oog van de generaal van de politie, de plaatselijke chef van de geheime dienst, de procureur-generaal, de vice-gouverneur en de burgemeester. Een politieagent hakt met een botte schop een dijbeen los, botsplinters vliegen in het rond.

„Ze lijken langer dan vijf jaar begraven”, oordeelt Xavier Mapengu, directeur van het Hôpital général. Hij schat dat de al opgegraven resten van op zijn minst vijf mensen stammen. „Schedels hebben we niet gevonden. De slachtoffers schijnen te zijn onthoofd.” Zijn medici gaan de botten nader analyseren, maar de ziekenhuisdirecteur waarschuwt dat dat niet veel voorstelt: „We hebben hier in Congo geen forensisch specialisten of onderzoekslaboratoria. Wij kunnen enkel op een paar jaar nauwkeurig de leeftijd vaststellen.”

Bukavu kende de afgelopen decennia menige oorlog en moordpartij. Wie zijn deze mensen en wie heeft ze hier begraven? De stad gonst van de geruchten.

Het terrein was eigendom van een Rwandese vrouw, die het onlangs heeft verkocht en inmiddels in België zit. Er wordt gespeculeerd dat zij, een Tutsi, ervan geweten moet hebben. Eind jaren negentig heerste een door Rwanda gesteunde militie in Bukavu, misschien stamt het graf uit die tijd. Maar al eerder vielen hier veel doden, toen in 1996 de door het Rwandese Tutsi-regime geholpen Laurent-Désiré Kabila het land binnenviel en dictator Mobutu verdreef. Sommigen beschuldigen zelfs de mannen van rebellengeneraal Laurent Nkunda, die in 2004 de stad innamen en nu actief zijn in de naburige provincie Noord-Kivu, ook al lijkt het graf ouder.

Of de precieze toedracht ooit bekend wordt, is de vraag. Maar de vondst geeft nu al voeding aan het wantrouwen en de haat tegenover alles wat maar naar Rwanda ruikt. Voor de Oost-Congolezen is het kleine buurland de bron van alle kwaad en het geweld van afgelopen jaren. „De koe die je akker vertrapt, komt uit Rwanda”, luidt een spreekwoord hier in Zuid-Kivu. En de Congolezen laten geen mogelijkheid na om dit bevestigd te zien, harde bewijzen of niet.

Lees het blog van Femke van Zeijl: nrcnext.nl/citylifeinafrika