Onze voorzitter

Wij mogen niet klagen over onze Europese voorzitter. Het blijft weliswaar een wonderlijke vertoning – deze hyperventilatie als staatskunst. Maar Nicolas Sarkozy’s onstuitbare dadendrang komt Europa door een samenloop van omstandigheden goed van pas. Voor een eindbalans is het nog te vroeg en een paar keer had hij zichzelf niet helemaal meer in de hand, maar we zullen hem nog missen als straks Tsjechië de zaak overneemt.

In de Georgië-crisis leverde Sarkozy met zijn ADHD-achtige Schwung een geweldige prestatie. Hij was meteen in Moskou en Tbilisi, had een slordige, overhaaste schets van een wapenstilstand op zak, maar kon het strijdtoneel toch in triomf verlaten. Iedereen was hem dankbaar, Europa had zichzelf in het vacuüm van de Amerikaanse verkiezingen gelukkig eens bewezen en zo te zien was ook Sarkozy best tevreden met Sarkozy. En, ach, dat hij op zijn Moskouse persconferentie de Franse in plaats van de Europese vlag in eerste instantie op het podium had laten zetten – een detail, dat trouwens door een ijverige EU-ambtenaar op het laatst nog kon worden gecorrigeerd. We zagen nu op tv twee vlaggen, de Franse en de Europese.

Twee maanden later komt de financiële wereld met een daverende knal tot stilstand. En daar is onze voorzitter opnieuw. Hij voert spoedoverleg, weet kort na een dreigende chaos van ieder-voor-zich in de EU een imposante enscenering te regisseren: alle lidstaten met grote financiële instellingen in hun land maken bekend dat ze garant staan voor interbancaire leningen. Wie op maandag 13 oktober tegen de avond een beetje zapt, ziet in diverse Europese hoofdsteden premiers en ministers van Financiën tegelijkertijd met honderden miljarden goochelen.

Natuurlijk zijn de besluiten een bewijs dat ook in dit meer intergouvernementele EU-tijdperk de onderlinge verwevenheid zo groot is geworden dat nationaal handelen op zijn grenzen stuit. Maar toch, de regie was indrukwekkend en geruststellend, zeker tegen de achtergrond van de zigzag en het tanende gezagsverlies van de stuurlui in Washington. Chapeau voor onze voorzitter.

Vervolgens dreigde onze voorzitter een beetje uit de bocht te vliegen. Hij ambieert de rol van voordenker voor een nieuwe economische ordening (Bretton Woods II), puttend uit de rekwisietenkist van zijn eigen land – met veel politieke sturing. Daar had hij een forum met Amerikanen voor nodig op een moment dat Amerika in de touwen hing, de G7. Deze vlieger ging echter maar half op. Want president Bush had nog wel de tegenwoordigheid van geest om een top van zeven industrielanden een anomalie te vinden. Dan zou bijvoorbeeld de meest dynamische economie van de wereld en tevens de grootste crediteur van Amerika, namelijk China, ontbreken. Dat was uitgesloten en zo ontwikkelde zich het zwaan-kleef-aan-proces van twintig landen. Terwijl topambtenaren zaten te zweten over een waslijst van (veelal zinvolle) aanbevelingen die nadere studie vereisen, redde Sarkozy voor de slotverklaring het zinnetje dat Amerika de schuld geeft: „Beleidsmakers van sommige ontwikkelde landen zijn tekort geschoten.” Hierachter gaat een wereld schuil. Zeker voor de Franse politieke elite is het moment gekomen om eens stevig af te rekenen met de Angelsaksische mores. Terwijl Frankrijk jarenlang betrekkelijk machteloos moest toezien hoe zijn oer-instrumenten van industriepolitiek en beschermingsconstructies door een wals van globalisering en Angelsaksisch kapitalisme dreigden te worden platgereden, is de implosie van de banken hét moment voor een strategische herschikking. „Sarkozy pocht dat hij nu de Amerikaanse kat de bel aan heeft gebonden”, zoals de vroegere chef-econoom Simon Johnson het in The New York Times uitdrukte.

Op zichzelf was er heel veel mis met de Amerikaanse ideologie die de laatste decennia de oogkleppen heeft geleverd die nu zo fataal zijn gebleken. En op zichzelf is ook de gretigheid waarmee Europese overheden nu hun rol in de economie weer opeisen wel begrijpelijk. Maar of dat meteen ook betekent dat vooral Franse recepten soelaas bieden, is een andere vraag. En nog meer: was Sarkozy daar in Washington nog wel onze voorzitter of was hij gewoon weer alleen president van Frankrijk?

Maar een nieuwe kans ligt in het verschiet. Sarkozy wil dat de Europese landen op 12 december allemaal tegelijk een stimuleringsprogramma lanceren voor hun economieën: een extra conjunctuurprikkel ter grootte van 1 procent van ieders bruto nationaal product. Ook hier geldt: de onderlinge afhankelijkheid is zo groot geworden dat het averechts werkt wanneer het ene land handelt en het andere niet. Het is weerbarstige materie en je kunt er eindeloos over discussiëren. Bovendien liggen de verhoudingen in elke lidstaat anders.

Het is eigenlijk een type onderwerp waar de grootste EU-economie, die van Duitsland, een richting zou moeten aangeven. Maar helaas is Duitsland intern zo verdeeld dat het tot enigerlei Europese regie onmachtig is. En dus vliegt, belt, ontvangt deze dagen wederom onze voorzitter. Maar mocht hem ook deze gezamenlijkheid over twee weken lukken, dan is dit Franse voorzitterschap alles bij elkaar toch een klein mirakel. Want ook hier geldt dat enscenering, net als op 13 oktober, een daad is van Europees yes, we can.

Je vraagt je alleen af hoe het met de dadendrang van onze voorzitter verder moet wanneer Tsjechië het EU-voorzitterschap 1 januari overneemt. Tsjechië zit bijvoorbeeld niet in de eurogroep. Misschien weer wat meer podium voor Commissie-voorzitter Barroso?

Het Elysée laat weten dat voor 8 januari denkers en staatslieden zijn uitgenodigd. Thema: de financiële crisis. Plaats van handeling: Parijs.

Onze voorzitter gaat gewoon door.

Reageren kan op nrc.nl/knapen (Reacties worden openbaar na goedkeuring door de redactie.)