Onderwijzers zitten in te lage salarisschaal

Basisscholen moeten haast maken met het plaatsen van onderwijzers in hogere salarisschalen. De lonen liggen nog ver onder de streefcijfers die de sector heeft afgesproken met minister Plasterk (Onderwijs, PvdA). Van alle onderwijzers op de basisschool verdient 98,3 procent een salaris in de laagste schaal (LA), maximaal 3.204 euro.

Dat blijkt uit onderzoek van het Onderwijsblad, het weekblad van de Algemene Onderwijsbond (AOb). Volgens de afspraken met Plasterk moet 8 procent van de ongeveer 100.000 onderwijzers in 2010 een schaal zijn gestegen, naar maximaal 3.520 euro. In 2014 moeten vier op de tien basisschoolleraren de laagste schaal hebben verlaten. Met de loonsverhogingen hoopt Plasterk het verwachte lerarentekort te kunnen tegengaan.

Op de overgrote meerderheid van de bijna zevenduizend basisscholen zitten alle leraren in salarisschaal LA. Een op de zeven scholen heeft ook onderwijzers in een hogere schaal. Volgens de AOb berust dat vaak op toeval, bijvoorbeeld doordat een voormalig schooldirecteur met behoud van salaris weer voor de klas staat.

Niet elke leraar maakt kans op een hogere schaal. Voor de hogere salarisschaal LB moet een onderwijzer extra opleidingen hebben gevolgd na de pabo, (mede)verantwoordelijk zijn voor het schoolbeleid en meewerken aan onderwijsvernieuwingen. De AOb constateert dat scholen nu al genoeg overheidsgeld krijgen om één op de tien leraren een LB-salaris te betalen. Dat was nog niet verplicht.