Moed verzamelen op Thanksgiving

Amerikanen vieren morgen Thanksgiving Day. Een Nederlandse schrijfster, die al ruim vijftig jaar in de VS woont, bereidt zich voor.

De tijd vliegt. Er komt alweer een Thanksgiving Day aan, de vierde donderdag in november, om precies te zijn, een dag waarop het vaderlandslievend is om te veel te eten. Al zijn we tegenwoordig zuinig met boter, gebruiken we zo min mogelijk suiker en slechts een toefje slagroom op onze pompoentaarten, de Amerikaanse taille dijt nog steeds uit. „Bestrijd het vet”, schreeuwt de ene advertentie, „Raak in slechts elf dagen moeiteloos 9 pond kwijt!”, belooft een andere. We brengen ons eetfeest door met mensen die ons lief zijn, die niemand anders hebben om het mee te vieren of van wie de familie te ver weg woont. Onze gasten willen altijd iets meebrengen, iets wat ze zelf hebben gekookt. Wij doen dan net of we die etenswaar fantastisch vinden. „Beth, dit is beslist de beste cranberrysaus die ik ooit gegeten heb”, juich ik over iets dat zo zwaar in de kruidnagels zit dat ik er met moeite ook nog wat bessen in weet te ontdekken. „En jouw zoete aardappelschotel, Margaret! Wat origineel om er Parmezaanse kaas op te doen en al die rijtjes marshmallows!” Margaret zal ongetwijfeld iets van de laatste trend in snoepgoed meebrengen, in chocolade gedoopte bacon, begrijp ik. Tsja, zal ze glimlachen, ik ben nu eenmaal een aparte. Mijn vriendin Pamela, een kersverse weduwe, komt. Net als lange tijd geleden, toen mijn kinderen klein waren en zij soms op ze paste en van een laken een tent maakte, zodat er in een flat in Manhattan een middagje kon worden gekampeerd. Ze buikdanste er ook bij wat zelfs de kat blijkbaar waardeerde. „Hij vluchtte niet eens onder de bank mam, zoals ie doet wanneer jij zingt.”

De tijd verstrijkt, het valt moeilijk te ontkennen. Ik hoef alleen maar met Thanksgiving naar de mensen aan mijn tafel te kijken, naar Margaret, naar Beth en Pamela (die weer buikdanst en yoga doet en een speciaal soort gymnastiek, alles om het verleden weg te duwen) en naar mijn dochters, hun gezichten weer meer getekend, net zoals die van hun mannen. Dan heb ik ’t nog niet eens over mijn gezicht...

Mijn kleinkinderen komen ook, alle vier. De jongste zal zijn vork door het eten harken. „Dit lust ik niet en dat ook niet en wat is dat nou weer. Ik heb geen honger, ik wacht wel op de toetjes.” Ach, om even weer zo jong te zijn en alles te durven zeggen wat er in je opkomt. We weten niet wat de toekomst voor ons in petto heeft, hoeveel dieper we volgend jaar in de schulden zitten of welke oorlog we nog zullen voeren. Maar aan het einde van morgen hoop ik dat ik de volgende Thanksgiving de moed heb om tegen Beth te zeggen, „Breng jij alleen maar de crudités.”

Wat kan ze bederven aan rauwe stukjes groente? „En jij, Margaret, kom jij nou eens met lege handen, dan ben je echt een aparte...”

Van Johanna Reiss verscheen twee maanden geleden bij Querido Een verborgen leven (€ 19.95). Daarin tracht zij de zelfmoord van haar man te begrijpen. In januari verschijnt de Amerikaanse vertaling A Hidden Life.