Met Gates wil Obama consensus buitenlands beleid

Robert Gates blijft vrijwel zeker aan als minister van Defensie in het nieuwe kabinet van Obama. De nieuwe president tart daarmee de linkervleugel van zijn partij.

Formele bevestiging ontbreekt. Maar vrijwel alle Amerikaanse media meldden vannacht dat Robert Gates, de huidige minister van Defensie, zal toetreden tot de regering van Democraat Barack Obama.

Verwacht wordt dat Gates’ benoeming, die niet als een verrassing zou komen, kritiek losmaakt in de linkervleugel van de Democratische partij. Zeker nu Obama bovendien de partijloze generaal James Jones op het oog heeft als nationaal veiligheidsadviseur en Hillary Clinton als minister van Buitenlandse Zaken.

Jones steunde deze zomer nog de kandidatuur van John McCain. Clinton verloor de strijd om de Democratische nominatie mede omdat ze de oorlog in Irak steunde en onvoorwaardelijk diplomatiek overleg met Iran afwees.

Volgens de Amerikaanse media wil Obama zijn buitenlands team maandag presenteren. Het is niet uitgesloten dat Gates (65), die van plan was met pensioen te gaan, slechts voor één jaar aanblijft. Gates volgde in 2006 Donald Rumsfeld op in de regering-Bush, en bekleedde eerder belangrijke posities in de Republikeinse regeringen van Ronald Reagan (lid van de nationale veiligheidsraad) en George H.W. Bush (CIA-directeur). Hij won sinds zijn terugkeer in Washington bij beide partijen krediet omdat hij, anders dan Bush, openlijk erkende dat de Amerikanen grote problemen hadden in Irak. Tegelijk is Gates, in tegenstelling tot zijn nieuwe baas Obama, verklaard tegenstander van terugtrekking van de Amerikaanse troepen uit Irak volgens een tijdschema. Obama maakte er in zijn campagne een punt van dat hij de gevechtstroepen (dat zijn niet alle troepen die de VS in Irak hebben) binnen zestien maanden zou terugtrekken.

Toch zijn er tekenen dat de opvattingen van Gates en Obama niet zo ver uiteenlopen. Op het moment dat hij door Bush werd gevraagd Rumsfeld op te volgen was Gates al een jaar lid van de Studiegroep Irak. Doe adviseerde kort na Gates’ benoeming om de gevechtstroepen gefaseerd uit Irak terug te trekken, en de diplomatieke betrekkingen met Iran aan te halen.

In 2004 had Gates dat voorstel ook al gedaan, samen met de Democraat Zbigniew Brzezinski namens de Council on Foreign Relations. Ook vraagt hij als minister al geruime tijd om extra militairen in Afghanistan, een verzoek dat Obama als president wil inwilligen.

Als de drie benoemingen rondkomen verwezenlijkt Obama een van zijn doelen. Volgens zijn staf streeft hij een nieuwe nationale consensus na in het buitenlands beleid van de VS. Als voorbeeld dient het beleid ten tijde van de Koude Oorlog (tot eind jaren zestig). Dat zou de president bovendien de ruimte geven de meeste aandacht te geven aan het herstel van de economie.

Maar in Washington heerst scepsis of zo’n nieuwe consensus haalbaar is. Nieuwe presidenten praten graag over het slechten van partijgrenzen, maar zij blijken meestal niet in staat de weerbarstige Amerikaanse praktijk van hyperpartijdigheid te doorbreken. Zo benoemde Bill Clinton in 1997 ook een Republikein op Defensie, William Cohen. En ook hij raakte verstrikt in een diepgaande polarisatie met de Republikeinen. Obama’s kabinet is er een van grote namen – naast Clinton en Gates is er ook vicepresident Joe Biden nog, jarenlang buitenlanddeskundige in de Senaat –. Waarnemers denken dat het machtscentrum komt te liggen bij de nationale veiligheidsadviseur. De man die Obama daarvoor op het oog heeft, oud-NAVO-bevelhebber generaal Jones, staat bekend als mannetjesputter met een groot netwerk in Washington. Ook hij gelooft sterk in grotere militaire inzet in Afghanistan en hangt verder, net als Gates, een stevige uitbreiding van de Amerikaanse krijgsmacht aan. Bezuinigingen op Defensie – een van de grootste begrotingsposten – lijken daarmee in deze krappe financiële tijden op voorhand uitgesloten.

Vannacht was onduidelijk hoe heftig het verzet van linkse activisten tegen de benoeming van Gates wordt. In zijn campagne leunde Obama zwaar op deze activisten, en in recente dagen is gebleken dat hun invloed ver kan reiken. Obama speelde met het idee een vroege aanhanger en voormalig topfunctionaris van de CIA, John Brennan, te benoemen tot nationale coördinator voor de inlichtingendiensten. Maar nadat linkse actiegroepen stuitten op interviews waarin Brennan de praktijk van geheime internationale ontvoeringen (‘renditions’) een „essentieel middel” in de oorlog tegen terreur noemde, kwam hij zo onder druk te staan dat Brennan gisteren publiekelijk zijn kandidatuur introk.

Het is zeker niet uitgesloten dat ook Gates in de problemen komt. Weliswaar is hij verklaard voorstander van sluiting van Guantánamo Bay, maar over wrede verhoortechnieken heeft hij zich tot nu toe minder expliciet uitgelaten. Ook draagt hij als ex-CIA-directeur een verleden met zich mee. Zo speelde hij een nooit opgehelderde rol in het Iran-Contra-schandaal in de jaren tachtig, en was hij als lid van de nationale veiligheidsraad in diezelfde periode voorstander van een gewapend ingrijpen tegen de sandinistische regering in Nicaragua.