'Kabila schakelde leden oppositie uit'

De Congolese regering heeft de afgelopen twee jaar ongeveer vijfhonderd oppositieleden laten vermoorden. Het bevel om de opposanten uit de weg te ruimen, zou zijn gegeven door president Joseph Kabila zelf. Dat schrijft mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch (HRW) in een gisteren verschenen rapport.

Ook de mensenrechtencommissie van de VN beschuldigt in een nieuw rapport de Congolese regering van het willekeurig executeren van burgers en schendingen van de mensenrechten.

Kabila werd in 2006 verkozen als president in de eerste vrije verkiezingen in veertig jaar in Congo. Sindsdien liet hij volgens HRW duizenden tegenstanders arresteren, vooral aanhangers van toenmalig oppositieleider Jean-Pierre Bemba. Ongeveer vijfhonderd arrestanten werden geliquideerd, schrijft HRW.

Aan het rapport is 23 maanden gewerkt. Ruim 250 slachtoffers van overheidsgeweld, maar ook medewerkers van Kabila zelf werden ervoor geïnterviewd. De president sprak over de oppositie als „wildemannen”, „terroristen” en „vijanden van de democratie” die moeten worden „verpletterd” of „geneutraliseerd”. Het politiek geweld vond vooral plaats in de hoofdstad Kinshasa en in de provincie Bas-Congo.

Ook tijdens het gewapende conflict met Laurent Nkunda in Oost-Congo is sprake van schendingen van mensenrechten door beide partijen. Kabila liet gisteren weten niet met Nkunda te willen onderhandelen. (Reuters, AP)